Gezin met hond in tuin van eigen huis

Hypotheek aflossen of vermogen behouden? De strategische afweging

Het bezit van een eigen woning, een lopende hypotheeklening en een aanzienlijk vermogen roept een interessante vraag op: wat is financieel gezien het slimst? Aflossen of juist liquiditeit behouden? Het antwoord is niet eenduidig en hangt af van drie pijlers: jouw belastbaar inkomen in box 1, de hypotheekrenteaftrek en het nettorendement op vermogen in box 3. We analyseren deze factoren en illustreren de impact met rekenvoorbeelden.

Na het lezen weet je:

    Hoe inkomen, renteaftrek en rendement elkaar beïnvloeden Wanneer aflossen financieel aantrekkelijk is Hoe je grip houdt op je vermogenspositie

Box 1: het effect van eigenwoningforfait en belastingtarief

In box 1 wordt niet alleen je arbeidsinkomen belast, maar ook het eigenwoningforfait: een fictieve bijtelling bij je inkomen op basis van de WOZ-waarde van je woning. In 2026 bedraagt dit forfait 0,35% voor woningen tot € 1.350.000. Hoe hoger je inkomen, hoe zwaarder de belastingdruk – tot maximaal 49,5%.

Voorbeeld:

    WOZ-waarde: € 500.000 → eigenwoningforfait: € 1.750 Hypotheek: € 30.000 tegen 4% rente → renteaftrek: € 1.200 Na toepassing van de Hillen-aftrek resteert een belastbaar bedrag van € 154

Bij een tarief van 37,56% betaal je slechts € 57 belasting. Het effect is dus beperkt, maar relevant in de totale afweging.

Hypotheekrenteaftrek: een essentieel component

De renteaftrek vormt een belangrijk voordeel. In 2026 bedraagt het aftrekpercentage maximaal 37,56%.

Voorbeeld:

    Hypotheek: € 300.000 Rente: 4% → € 12.000 per jaar Belastingvoordeel: € 12.000 × 37,56% = € 4.507 De netto rentelast komt daarmee uit op circa € 7.500

Wanneer het eigenwoningforfait wordt meegenomen in de berekening, neemt het fiscale voordeel af.

Voorbeeld met eigenwoningforfait:

    WOZ-waarde: € 500.000 → eigenwoningforfait: € 1.750 Hypotheek: € 300.000 tegen 4% rente → renteaftrek € 12.000 per jaar Belastingvoordeel: € 12.000 -/- € 1.750 = € 10.250 X 37,56% = 3.850 De netto rentelast komt hiermee uit op circa € 8.150.

Bij aflossing wordt dit voordeel minder, wat de keuze complexer maakt.

Box 3: rendement versus vermogensheffing

Het belegde vermogen dat je in box 3 aanhoudt, wordt belast op basis van een forfaitair rendement van 6%, waarover een tarief van 36% van toepassing is. Dit resulteert in een effectieve belastingdruk van 2,16% op je belegde vermogen.

Bij een vermogen van € 300.000 betekent dit een jaarlijkse heffing van € 6.480. Het omslagpunt? Dat ligt bij het rendement dat je op dit vermogen realiseert.

Voorbeeld:

    Hypotheek: € 300.000, rente 4% Netto kosten hypotheek (na aftrek): € 8.150 Box 3-heffing: € 6.480 Totale jaarlijkse last: € 14.630

Bij aflossing bespaar je deze kosten, maar verlies je het rendement op je vermogen. Het break-evenpunt bereken je door het bedrag van je hypotheek te delen door de jaarlijkse last. In dit voorbeeld ligt het break-evenpunt bij een rendement na belasting van 4,9%. Behaal je meer rendement op je beleggingen? Dan is het financieel aantrekkelijker om de hypotheek te handhaven.

De strategische keuze

De beslissing om af te lossen is dus geen simpele rekensom. Naast fiscale aspecten spelen ook liquiditeit, flexibiliteit en toekomstplannen een rol. Na volledige aflossing vervalt bijvoorbeeld de mogelijkheid om bij een toekomstige verhuizing opnieuw renteaftrek te claimen voor het afgeloste bedrag. Bovendien kan het behouden van vermogen interessant zijn voor beleggingen of onverwachte uitgaven.

Advies op maat

Wil je weten wat in jouw situatie het meest voordelig is? Samen met een van onze vermogensplanners kun je een Vermogensplan opstellen dat inzicht geeft in de impact van jouw keuzes – nu én op de lange termijn. Zo maak je een weloverwogen beslissing die past bij jouw financiële strategie.