Ggz-sector moet schoon schip maken

Michel van Schaik

Michel van Schaik

Als het gaat om de ggz wordt al geruime tijd een enorme wissel getrokken op het geduld en de flexibiliteit van de banken. Tot op de dag van vandaag vinden discussies plaats tussen ggz-instellingen, zorgverzekeraars, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), accountants en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) over de afrekening van geleverde zorg in voorgaande jaren. Dat heeft ervoor gezorgd dat de gehele sector in 2014 niet in staat was om tijdig de gevalideerde jaarrekening 2013 te deponeren vóór de wettelijk voorgeschreven datum.

Aanhoudende schermutselingen

Vorig jaar lukte dat veel instellingen wederom niet, wegens aanhoudende interpretatieverschillen tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders over beleidsregels, declaraties en protocollen. Zelfs het verleende uitstel tot 1 december 2015 bleek voor zo’n 20 procent van de ggz-instellingen niet haalbaar. De NZa moest eraan te pas komen om regelgeving met terugwerkende kracht aan te passen, zodat impasses in het veld konden worden opgelost. Terwijl ik dit schrijf, vinden op lokaal niveau nog steeds schermutselingen plaats. Gaan we meemaken dat ook de jaarrekening 2015 niet tijdig kan worden gedeponeerd, vanwege deze aanhoudende problemen? Ik mag hopen van niet, maar ik vrees het ergste.

Keuzes en vertrouwen

Bij bedrijven en (zorg)instellingen die te maken hebben met een stapeling van ingrijpende transities op het gebied van wet- en regelgeving - maar ook wijzigende opvattingen over wat goede zorg is - wil je als bank met het bestuur indringend praten over de toekomst. Welke keuzes worden gemaakt en hoe vertalen die keuzes zich in onderscheidend vermogen en dus in toekomstige kasstromen? Hoe kun je als bank vertrouwen houden in een sector die daar onvoldoende prioriteit aan kan geven en jaar na jaar bezig is met het ‘oplossen’ van problemen uit het verleden?

Van ziekenzorg naar voorzorg

Vanuit een puur zakelijke benadering zou ik het bijltje er al lang bij hebben neergegooid. Ik krijg van collega’s ook regelmatig de vraag waarom wij onze positie in de ggz niet afbouwen. Het antwoord op die vraag is terug te lezen in de bijdragen van diverse geïnterviewden in de ZorgScoop van maart. Meer dan in andere sectoren zie ik dat de ggz-sector bezig is met een fundamentele transitie in denken en werken. Van reparatiegeneeskunde naar investeren in vitaliteit en zelfredzaamheid. Dat past in onze toekomstvisie op de sector: van ziekenzorg naar voorzorg oftewel van een ego- naar een eco-systeem. Met een eco-systeem doel ik op zorgaanbieders die zich dienstbaar opstellen bij het oplossen van (complexe) maatschappelijke vraagstukken. Kortom, de burger staat centraal en niet het instituut.

Als coöperatieve bank die pretendeert betekenisvol te willen zijn voor de BV Nederland en gelooft dat de ggz-sector daarbij onmisbaar is, moet je dan ook niet weglopen als het moeilijk is of wordt. Zoals Bas van den Dungen het stelt zijn wij bereid om onze ‘disciplinerende verantwoordelijkheid’ op te pakken. Maar het zou wel enorm helpen als de sector, onder de regie van het ministerie, nu eindelijk schoon schip maakt.

Ik nodig u van harte uit om te reageren op deze blog en/of andere onderwerpen in onze netwerkgroep op LinkedIn.


Blog, 14 april 2016

Reageer via Rabobank Gezondheidszorg netwerkgroep op LinkedIn

Lees eerdere blogs over de sector Gezondheidszorg

Contact

Rabobank