Financiële basiskennis: negen begrippen

Als ondernemer ontkom je niet aan financiën. Ook als je daarvoor een boekhouder aanneemt. Want je moet natuurlijk wel weten waar hij over praat. Daarom zetten wij de negen financiële termen die je moet kennen voor je op een rij.

1. Jaarrekening

De jaarrekening beschrijft hoe je bedrijf het heeft gedaan in het afgelopen boekjaar. Het geeft je inzicht in het vermogen en de winst en laat zien hoe je dat hebt gerealiseerd. De jaarrekening bestaat uit de balans en de winst- en verliesrekening.

Heeft je bedrijf een van de volgende rechtsvormen, dan ben je verplicht om een jaarrekening te deponeren bij de Kamer van Koophandel.

  • Besloten vennootschap
  • Naamloze vennootschap
  • Stichting
  • Vereniging
  • Coöperatie/onderlinge waarborgmaatschappij

Ben je zzp'er, dan is een jaarrekening niet verplicht; een balans en een winst- en verliesrekening wél.

2. Balans

De balans is een overzicht van je bedrijfsbezittingen, je vermogen en je schulden. Het is een onderdeel van de jaarrekening.

De balans bestaat uit twee kolommen. Links staan de activa: de bezittingen en het vermogen van je bedrijf. Rechts de passiva: hoe je bezittingen zijn gefinancierd, bijvoorbeeld met vreemd of eigen vermogen. Beide kolommen moeten in evenwicht zijn. Is dat niet het geval, dan klopt er iets niet in je boekhouding.

3. Winst- en verliesrekening

Heb je winst gemaakt? Of schrijf je (nog) rode cijfers? Dat kun je aflezen van de winst- en verliesrekening. Het is een cijfermatig overzicht van je netto bedrijfsomzet en netto bedrijfskosten, inclusief afschrijvingen. Trek je de kosten af van de omzet, dan krijg je het bedrijfsresultaat.

Als je winst maakt betaal je over daarover inkomstenbelasting (eenmanszaak) of vennootschapsbelasting (bv). De afrekening loopt via de Belastingdienst.

De bedragen in de winst- en verliesrekening zijn exclusief btw. De btw houd je apart bij, meestal per kwartaal.

4. Eigen en vreemd vermogen

Het eigen vermogen is de waarde van je bedrijfsbezittingen min je schulden. Het neemt toe als je winst maakt, geld stort vanaf je privérekening of als je bijvoorbeeld een pc of auto inbrengt vanuit je privévermogen.

Vreemd vermogen is de optelsom van schulden en verplichtingen: geld dat je op korte of lange termijn moet betalen. Bijvoorbeeld leningen, crediteuren of btw-betalingen.

5. Activa en passiva

Activa zijn alle bezittingen van je bedrijf. Denk aan het bedrijfspand, de inventaris, uitstaande facturen, voorraad en geld (in kas of op een zakelijke rekening). Ze staan links op de balans. 

Passiva zijn alle financiële verplichtingen die je hebt. Bijvoorbeeld: een lening of hypotheek, salariskosten of inkoopfacturen. Ze staan rechts op de balans. 

6. Debiteuren en crediteuren

Debiteuren zijn de klanten waar je geld van te goed hebt. Crediteuren zijn de rekeningen die je nog moet betalen. Op de balans staan de crediteuren onder de passiva en de debiteuren onder de activa.

7. Afschrijvingen

Als de aanschafprijs van een bedrijfsmiddel hoger is dan € 450,00 en langer dan een jaar meegaat, moet je de aftrek over meerdere jaren verspreiden. Dat zijn afschrijvingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor bedrijfsauto's, kantoormeubilair en computers.

8. Cashflow

Letterlijk betekent cashflow: geld- of kasstroom. Het verschil tussen je verwachte inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode. Het voortbestaan van je bedrijf hangt af van je cashflow. Als je meer moet betalen dan er binnenkomt, kom je in de problemen. Met een cashflowbegroting voorkom je verrassingen.

9. Cashflowbegroting

In een cashflow- of liquiditeitsbegroting zet je verwachte inkomsten en uitgaven tegenover elkaar, zodat je op elk moment kunt zien hoeveel geld je vrij kan besteden.

Voorzie je dat je op een bepaald moment geld tekort komt om je rekeningen te betalen, dan kun je tijdig maatregelen nemen.

Lees meer over het opstellen van een cashflowbegroting

“Ik vind het belangrijk dat je als ondernemer de financiële basisbegrippen begrijpt. Zo kan je sparren met je boekhouder en meepraten over de financiële gezondheid van je bedrijf. Het maakt je een sterkere ondernemer. Het geeft je de handvatten om sneller op signalen uit jouw onderneming te acteren en het geeft je inzicht over hoe het daadwerkelijk gaat met jouw onderneming.”