
Box 3 verandert: wat betekent dat voor jouw vermogensplanning?
Binnen box 3 betaal je vanaf 2028 – als het wetsvoorstel in de Eerste Kamer wordt aangenomen – niet langer belasting over een fictief rendement, maar over wat je vermogen daadwerkelijk oplevert. Van rente, dividend, huurinkomsten én waardestijgingen tot beleggingen en vastgoed. Expert Vermogensplanning Susanna Stolp-Kuijs vertelt wat deze omslag concreet betekent voor je vastgoedportefeuille, beleggingsstructuur en kaspositie.
Hoe wordt box 3 straks berekend?
‘Met het nieuwe systeem gaan we naar een soort inkomensbenadering van vermogen’, vertelt Susanna. ‘Wat levert je vermogen daadwerkelijk op? Dat wordt de basis van de heffing.’ Het gaat daarbij om directe opbrengsten, zoals de ontvangen rente, dividend en huur- en pachtopbrengsten, verminderd met kosten die samenhangen met het behalen van die inkomsten. Voor beleggingen en overige bezittingen telt ook de ongerealiseerde waardeontwikkeling mee.
Het verschil tussen de waarde op 1 januari en 31 december, gecorrigeerd voor stortingen (aankopen) en opnames (verkopen), geldt als rendement. Voor deze categorie geldt de zogenaamde vermogensaanwasbelasting: je betaalt jaarlijks belasting over de waardestijging, ook als je deze nog niet gerealiseerd hebt door verkoop.
Voor vastgoed en bepaalde niet-beursgenoteerde belangen, zoals start-ups en scale-ups, geldt de vermogenswinstbelasting. Waardestijgingen worden pas belast bij verkoop. Wat precies onder start-ups en scale-ups valt gaat het kabinet vastleggen in een aanvullend wetsvoorstel, omdat de huidige definitie niet aansluit bij de kenmerken van start-ups en scale-ups. De nieuwe definitie gaat gelden per 1 januari 2028.
Impact per vermogenscategorie
Stel dat het wetsvoorstel wordt aangenomen, wat gaan vermogende particulieren en ondernemers merken van deze nieuwe systematiek?
1. Vastgoed: meer administratieve discipline
Bij verhuurd vastgoed, dat minimaal 90% van het jaar verhuurd wordt, verschuift de focus naar wat een pand daadwerkelijk oplevert: huurinkomsten minus kosten. Onderhoudskosten zijn aftrekbaar in het jaar dat je ze maakt. Dat geldt níet voor kosten voor verbeteringen en groot onderhoud, zoals verduurzaming of nieuwe kozijnen. Die tel je op bij de kostprijs van het pand en verreken je pas bij verkoop, omdat vastgoed onder de vermogenswinstbelasting valt.
Gebruik je het pand zelf, zoals een vakantiewoning, dan geldt een vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde als aanvullend inkomen in box 3. Wordt een pand minder dan 90% van het jaar verhuurd, dan wordt gekeken naar de hoogte van de huurinkomsten en naar de hoogte van de vastgoedbijtelling. Het bedrag dat het hoogste is, wordt als inkomen belast in box 3.‘
Voor wie meerdere panden aanhoudt en investeert in verduurzaming, kan dat betekenen dat kosten pas jaren later fiscaal effect hebben’, zegt Susanna. ‘Dan moet je dus zorgen dat je administratie op orde is. Facturen goed en lang bewaren is noodzakelijk, zeker als je vastgoed langer aanhoudt.’
2. Private equity en crypto: grillige belastingdruk
Net als bij andere beleggingen geldt bij private equity en crypto de vermogensaanwasbelasting. Je betaalt direct belasting over de waardestijging. Dat kan de belastingdruk grillig maken. Stijgt een belegging fors, dan moet je over die aanwas 36% betalen. Heb je dat geld beschikbaar? Of moet je verkopen om de aanslag te kunnen voldoen?
‘Vooral bij sterk fluctuerende beleggingen kan spanning ontstaan tussen rendement op papier en beschikbare liquiditeit’, zegt Susanna. ‘Een latere waardedaling mag je vooralsnog alleen verrekenen met toekomstige positieve rendementen, maar pas nadat je al belasting hebt betaald.’ Dit wordt als onredelijk ervaren en wordt momenteel opnieuw bekeken.
3. Direct vastgoed of vastgoedfonds?
Een minder zichtbare, maar strategische nuance zit in hoe je in vastgoed belegt. ‘Beleg je rechtstreeks in vastgoed, dan betaal je over de waardestijging pas belasting bij verkoop. Maar bij een vastgoedfonds wordt de waardestijging van de participatie elk jaar belast. Dat verschil in timing kan uitmaken hoe je je portefeuille inricht.’
Liquiditeit strategisch inzetten
Hoe bereid je je voor op de aanstaande veranderingen? ‘Het is belangrijk om vooraf inzicht te hebben in de belastingdruk die je kan verwachten’, zegt Susanna. ‘Afhankelijk van hoe je vermogen is belegd, kun je inschatten hoeveel liquiditeit je nodig hebt om een belastingaanslag op te vangen.’
Extra behoefte aan liquiditeit kan keuzes binnen een portefeuille beïnvloeden. Het kan bijvoorbeeld slimmer zijn om te kiezen voor fondsen die dividend uitkeren in plaats van volledig herbeleggen. Of om bewust een deel van het vermogen liquide te houden. ‘Je wilt voorkomen dat je moet verkopen op een moment dat het markttechnisch niet logisch is, alleen om belasting te kunnen betalen.’
Beleggen in privé of bv tegen het licht
De nieuwe systematiek kan ook invloed hebben op de overweging om beleggingsvermogen privé of in een bv aan te houden. Met een beleggingsportefeuille in privé krijg je straks te maken met belasting over de jaarlijkse aanwas, in een bv betaal je pas belasting als er winst is geboekt. ‘Dat verschil kan relevant zijn bij beleggingen die sterk in waarde fluctueren of niet eenvoudig en snel te verkopen zijn.’
‘Dat betekent niet dat beleggen in een bv automatisch gunstiger is. Je moet naar het totale fiscale plaatje kijken, dus inclusief vennootschapsbelasting, aanmerkelijkbelangheffing en toekomstige uitkeringen. Wel kan de invoering van de Wet werkelijk rendement in box 3 een aanleiding zijn om bestaande structuren goed tegen het licht te houden.’
Herijk je vermogensplanning
De overstap naar werkelijk rendement vraagt meer inzicht, meer administratie en meer aandacht voor liquiditeit. Tegelijk biedt het ook duidelijkheid: belasting sluit beter aan bij wat een vermogen daadwerkelijk oplevert.
Susanna: ‘Juist daarom is dit een logisch moment om je vermogensstructuur opnieuw te bekijken. Sluit die inrichting nog aan bij de nieuwe fiscale realiteit? En is je liquiditeitspositie toereikend om schommelingen op te vangen? Een periodieke herijking van je vermogensplanning kan voorkomen dat fiscale timing je strategie gaat bepalen.’
Weten wat deze veranderingen betekenen voor jouw situatie?
Onze vermogensplanners helpen je graag bij het herijken van je vermogensstructuur en liquiditeitsplanning.
Waarom geen vermogenswinstbelasting?
In veel Europese landen geldt een vermogenswinstbelasting: je betaalt belasting over vermogen pas bij verkoop (van beleggingen). Zoals het er nu naar uitziet geldt straks in Nederland vanaf 2028 een vermogensaanwasbelasting voor beleggingen en overige bezittingen, waarbij ook niet-gerealiseerde waardestijgingen jaarlijks worden belast. ‘Dat is een kwestie van uitvoerbaarheid’, legt Susanna uit. ‘Een vermogenswinstbelasting vraagt ingrijpende aanpassingen in wetgeving en systemen, en dat kost jaren.’
Volgens het coalitieakkoord wordt de overstap naar zo’n vermogenswinstbelasting verkend. Maar de invoering daarvan is vermoedelijk niet realistisch vóór 2030. Voorlopig is de vermogensaanwasbelasting dus het systeem waarmee je rekening moet houden.


