
Box 3 verandert: wat betekent het aangepaste kabinetsvoorstel voor jouw vermogensplanning?
De toekomst van box 3 is volop in beweging. Nadat de Tweede Kamer eerder het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aannam, heeft het kabinet met Prinsjesdag 2026 een kamerbrief box 3 gepresenteerd met daarin een aantal scenario’s. Inmiddels is een verbetervoorstel gepubliceerd en voor advies naar de Raad van State gestuurd. De belangrijkste wijziging ten opzichte van het huidige wetsvoorstel: voor financiële instrumenten, zoals beleggingen, wil het kabinet vanaf 2028 niet langer uitgaan van een vermogensaanwasbelasting, maar van een vermogenswinstbelasting. Daardoor is belastingheffing in veel gevallen pas verschuldigd bij verkoop. Voor vermogende particulieren en ondernemers kan dat gevolgen hebben voor de inrichting van hun vermogen. Expert Vermogensplanning Susanna Stolp legt uit wat de huidige voorstellen betekenen.
Benieuwd wat deze veranderingen voor jou betekenen?
Bespreek je situatie met een vermogensplanner en ontdek of het verstandig is om jouw plannen te herijken.
Politieke discussie leidt tot aangepast voorstel
‘De discussie over box 3 duurt inmiddels al jaren’ vertelt Susanna. ‘Hoewel de Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 , bleek in de Eerste Kamer onvoldoende steun te bestaan voor onderdelen van het voorstel.’ Vooral de jaarlijkse belastingheffing over niet-gerealiseerde waardestijgingen (‘papieren winst’) van financiële beleggingen leidde tot politieke discussie en vooral kritiek van beleggers, hoogleraren, ondernemers en belangenorganisaties.
Daarom heeft het kabinet begin oktober een verbetervoorstel op het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 gepresenteerd. De belangrijkste wijziging is dat financiële instrumenten (volgens artikel 1:1 Wet op het financieel toezicht (Wft)), zoals aandelen, obligaties en opties, vanaf 2028 onder een vermogenswinstbelasting gaan vallen. Je betaalt dan belasting wanneer je het rendement daadwerkelijk realiseert, bijvoorbeeld bij verkoop van een belegging. Ook vastgoed en bepaalde start ups/scale ups vallen, net als in het eerdere wetsvoorstel, onder een vermogenswinstbelasting.
‘Het gaat voorlopig nog om een voorstel’, zegt Susanna. ‘De plannen worden nu verder uitgewerkt en vervolgens behandeld door zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Daardoor blijft de uiteindelijke vormgeving van het nieuwe box 3-stelsel nog onzeker.’
Hoe wordt box 3 straks berekend?
Het uitgangspunt van het nieuwe stelsel is dat belasting wordt geheven over het daadwerkelijke rendement op vermogen. Het gaat daarbij om directe opbrengsten, zoals de ontvangen rente, dividend en huur- en pachtopbrengsten, verminderd met kosten die samenhangen met het behalen van die inkomsten. Voor beleggingen en overige bezittingen telt ook de waardeontwikkeling mee.
De manier waarop die waardeontwikkeling worden belast, staat ter discussie. In het oorspronkelijke wetsvoorstel zouden veel beleggingen onder een vermogensaanwasbelasting vallen. Dat betekent dat jaarlijks belasting wordt betaald over waardestijgingen, ook als een belegging nog niet is verkocht. Belastingheffing vindt dan plaats over de zogenaamde ‘papieren winst’.
In het aangepaste kabinetsvoorstel wordt voor financiële instrumenten gekozen voor een vermogenswinstbelasting. Daarbij ontstaat de belastingheffing pas op het moment dat rendement daadwerkelijk wordt gerealiseerd, zoals bij verkoop. Volgens het kabinet sluit dat beter aan bij de kritiek die was ontstaan op het eerdere voorstel.
‘Voor beleggers betekent dit dat het belastingmoment mogelijk beter samenvalt met het moment waarop ook daadwerkelijk liquiditeit beschikbaar komt’, aldus Susanna.
Impact per vermogenscategorie
Stel dat het wetsvoorstel wordt aangenomen, wat gaan vermogende particulieren en ondernemers merken van deze nieuwe systematiek?
1. Vastgoed: administratie blijft cruciaal
Bij verhuurd vastgoed, dat minimaal 90% van het jaar verhuurd wordt, verschuift de focus naar wat een pand daadwerkelijk oplevert: huurinkomsten minus kosten. Onderhoudskosten zijn aftrekbaar in het jaar dat je ze maakt. Dat geldt níet voor kosten voor verbeteringen en groot onderhoud, zoals verduurzaming of nieuwe kozijnen. Die tel je op bij de kostprijs van het pand en verreken je pas bij verkoop, omdat vastgoed onder de vermogenswinstbelasting valt.
Gebruik je het pand zelf, zoals een vakantiewoning, dan geldt een vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde als aanvullend inkomen in box 3. Wordt een pand minder dan 90% van het jaar verhuurd, dan wordt gekeken naar de hoogte van de huurinkomsten en naar de hoogte van de vastgoedbijtelling. Het bedrag dat het hoogste is, wordt als inkomen belast in box 3.‘
Voor wie meerdere panden aanhoudt en investeert in verduurzaming, kan dat betekenen dat kosten pas jaren later fiscaal effect hebben’, zegt Susanna. ‘Dan moet je dus zorgen dat je administratie op orde is. Facturen goed en lang bewaren is noodzakelijk, zeker als je vastgoed langer aanhoudt.’
2. Beleggingen, private equity en crypto: minder liquiditeitsdruk
Voor beleggers ligt de grootste verandering bij beleggingen in financiële instrumenten. ‘Volgens het aangepaste voorstel gaan aandelen, obligaties en andere financiële beleggingen vanaf 2028 onder de vermogenswinstbelasting vallen’, vertelt Susanna. Dit geldt alleen voor financiële instrumenten die onder artikel 1:1 Wft vallen, zoals aandelen, obligaties en opties. Dit geldt ook voor een cryptofonds (EFT). Een crypto wallet valt hier echter niet onder en daarvoor geldt de komende jaren de vermogensaanwasbelasting.
Dat kan een belangrijk voordeel hebben. Bij een vermogensaanwasbelasting is jaarlijks belasting verschuldigd over het gerealiseerde en ongerealiseerde rendement, terwijl daar nog geen geld tegenover staat. Bij een vermogenswinstbelasting ontstaat de belastingheffing pas wanneer een belegging wordt verkocht en de winst daadwerkelijk beschikbaar komt.
‘Voor veel beleggers sluit dat beter aan bij de praktijk. De belastingheffing volgt dan niet langer de waardering op papier, maar het moment waarop rendement daadwerkelijk wordt gerealiseerd’, aldus Susanna. ‘Voor private equity en andere minder liquide beleggingen kan dat een belangrijk verschil maken. Tegelijkertijd blijft onzeker welke vermogenscategorieën uiteindelijk precies onder de vermogenswinstbelasting gaan vallen en hoe overgangsregelingen eruit zullen zien.’
Liquiditeit blijft een belangrijk aandachtspunt
Ondanks de voorgestelde beweging richting een vermogenswinstbelasting blijft liquiditeitsplanning belangrijk. Belasting moet immers uiteindelijk wel kunnen worden betaald op het moment dat rendement wordt gerealiseerd. Bovendien kunnen verschillende vermogensbestanddelen in de toekomst mogelijk onder verschillende regimes vallen. Daardoor blijft het verstandig om vooraf inzicht te hebben in de verwachte belastingdruk.
Een goede vermogensplanning kijkt daarom niet alleen naar rendement, maar ook naar de vraag wanneer belasting verschuldigd is en hoeveel liquiditeit daarvoor beschikbaar moet zijn.
Herijk je vermogensplanning
Wat duidelijk wordt uit het aangepaste kabinetsvoorstel, is dat box 3 nog steeds in ontwikkeling is. De richting lijkt te verschuiven van belastingheffing over ‘papieren winst’ naar belastingheffing op het moment dat winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Tegelijkertijd is nog niet definitief vastgelegd hoe het uiteindelijke stelsel eruit gaat zien. Wel geven de plannen een belangrijke indicatie van de richting die het kabinet wil inslaan.
Susanna: ‘Juist daarom is dit een logisch moment om je vermogensstructuur opnieuw te bekijken. Past de inrichting nog bij de nieuwe fiscale realiteit? Is je liquiditeitspositie toereikend voor toekomstige belastingheffing? En sluiten bestaande beleggings- en vastgoedstructuren nog aan bij de fiscale werkelijkheid die zich aftekent?
Een periodieke herijking van je vermogensplanning helpt om weloverwogen keuzes te maken en kan voorkomen dat fiscale timing je strategie gaat bepalen.
Weten wat deze veranderingen betekenen voor jouw situatie?
Onze vermogensplanners helpen je graag bij het herijken van je vermogensstructuur en liquiditeitsplanning.


