Blog bouw, Henri de Wilde

Henri de Wilde

Voorzichtig met bouwen of ‘gas op die lolly!’?

Wanneer ik alle optimistische geluiden over de woningmarkt en over de bouw van de laatste maanden op me in laat werken, vraag ik mezelf af: wáár gebeurt het dan? Als ik op mijn racefiets met mijn wielerclubje in de Achterhoek en op de Veluwe rondrijd, zie ik (nog) weinig nieuwbouwactiviteiten. Vaak staan ook dezelfde mooie verbouwde boerderijen en vrijstaande woningen te koop, net als één of twee jaar geleden.

Wanneer ik meer naar mijn eigen omgeving kijk, staan er nogal wat vrijstaande woningen een lange periode te koop en diverse nieuwbouwwijken zijn zelfs half afgebouwd. Daar waar woningbouw gepland stond, liggen de koeien rustig te herkauwen en die zullen daar, zoals het er nu naar uitziet, nog wel even op hun gemak blijven grazen. Welk beeld is nu juist? Mijn ‘door-zweet-en-door-zuurstoftekort-beperkt-werkende-hersenen’ waar de ‘te koop-borden’ in staan gegrafeerd? Of de koppen in de media die beweren dat de woningverkoop en de nieuwbouw geweldig stijgen? Verrassend om te melden; beide beelden zijn juist. Het ligt er alleen aan in welk deel van Nederland je woont.

Sterk variërende trends en woningbehoeftes

De regionale verschillen zijn groot. De woningbehoefte en de dynamiek op de woningmarkt is grofweg het grootst in de regio’s noordelijke Randstad, Amsterdam, de provincie Utrecht, en naar het zuiden toe Den Haag, Leiden en Noord-Brabant (met name Breda, Tilburg en Eindhoven). Hetzelfde geldt voor het gebied bij Zwolle en de as Assen-Groningen. De urbanisatie die al jaren als trend is aangemerkt krijgt steeds meer vorm. Jongeren trekken weg uit hun regio en vestigen zich in de buurt van scholen en werkgelegenheid. En de behoefte aan jongerenhuisvesting is in de grote studentensteden nog steeds hoog.

Ondertussen groeit de Nederlandse bevolking de komende decennia door , juist in bovengenoemde regio’s. Wanneer de jongeren ouder worden en met gezinsvorming beginnen, ontstaat een tegengestelde beweging. Mensen trekken vanuit de grote stad naar omliggende regio’s, naar steden en dorpen in het landelijk gebied. Duidelijk is wel dat er de komende jaren een grote woningbehoefte is, die niet alléén door transformatie van bestaande gebouwen kan worden gerealiseerd (simpelweg omdat niet alle leegstaande kantoorpanden en overheidsgebouwen hier geschikt voor zijn). Dit betekent overigens niet dat er geen opdracht klaarligt om zo veel mogelijk bestaande gebouwen te herontwikkelen. Voor de regio’s buiten de genoemde gebieden is minder nieuwbouw nodig en is het alleen zaak de woningkwaliteit te verbeteren. Woningen moeten worden aangepast aan de woningbehoefte.  Zo willen lang niet alle ouderen in een appartement wonen; misschien júíst niet. Kortom, in de meer landelijke regio’s is het aanpassen van de bestaande woningvoorraad meer van toepassing dan sec nieuwbouw. Maar ook dat levert bouwactiviteit op.

Klopt mijn waarneming?

Kijkend naar de woningmarkt, doet zich het herstel van de woningverkopen het sterkst voor in de regio’s Amsterdam en Utrecht. De andere streken in Nederland profiteren (nog) niet van de opleving en sommige deelsegmenten van de woningmarkt verkeren nog in malaise. Verdere analyse leert dat met name de verkoop van vrijstaande en duurdere woningen en woningen in het landelijk gebied, niet profiteren van de verkoop- en prijsstijging.  En laat ik nu nét door deze gebieden fietsen. Met mijn bezwete hoofd en nauwe blik op de weg, heb ik toch mooi de juiste zaken waargenomen. Of heb ik nu mijn eigen gekleurde waarneming proberen recht te praten?

PS: Bent u benieuwd in welke regio ik zelf woonachtig ben? De kop van dit artikel bevat een gevleugelde uitspraak van de Zwarte Cross, een mooi evenement in een nog mooiere regio: de Achterhoek!

Ik nodig u van harte uit om te reageren op deze blog en/of andere onderwerpen in onze netwerkgroep op LinkedIn.

Blog, 20 november 2014