
Stikstofstrippen voor extra reductie
Door een stikstofstripper te koppelen aan je mono-mestvergister kun je ammoniakemissies nog verder verlagen. De gestripte mest kun je waarschijnlijk vanaf begin 2025 gebruiken als kunstmestvervanger. Lees hier meer over hoe stikstofstrippen werkt en wat het voor jouw bedrijf kan betekenen.

Wat is stikstofstrippen?
Een stikstofstripper verwijdert stikstof uit het digestaat (restproduct mest na vergisten) in een mono-mestvergister. Een mestscheider scheidt het digestaat in een dunne en dikke fractie. In de stikstofstripper wordt de stikstof uit de dunne fractie gewassen en gebonden met een zuur. Het resultaat is ammoniumsulfaat , een hoogwaardige kunstmestvervanger die leidt tot minder ammoniakemissies en CO2-uitstoot. Dat komt omdat er geen of minder (fossiele) kunstmest aangevoerd hoeft te worden.
Na Brussels akkoord op RENURE is Nederlandse overheid aan zet met aanpassing van mestwetgeving voor kunstmestvervangers
Om de waterkwaliteit te beschermen, stelt de overheid grenzen aan de hoeveelheid mest die boeren mogen gebruiken. Die grenzen zijn gebaseerd op de Europese nitraatrichtlijn. Er zijn twee normen voor stikstof: één voor dierlijke mest en één voor andere meststoffen, zoals kunstmest. Met de goedkeuring door Brussel gaat er extra ruimte ontstaan voor de kunstmestvervangers uit bijvoorbeeld stikstofstrippers. Hiervoor dient nu de Nederlandse wet te worden aangepast. Naar verwachting mag er 80 kg kunstmestvervangers bovenop de dierlijke mestnorm worden toegediend. Een stikstofstripper kan voordelen bieden qua kostenbesparing (minder dierlijke mest afvoeren) en minder gebruik van kunstmest. Hier tegenover staan uiteraard de kosten bij de productie van deze kunstmestvervangers waarvan nog weing betrouwbare praktijkcijfers zijn. Ook voor de ambities voor de reductie van ammoniakemissies en het versterken van kringlooplandbouw is de goedkeuring vanuit Brussel goed nieuws. Nu de Europese Commissie akkoord is, is van belang dat Nederland zsm de wetgeving aanpast voor het produceren en toedienen van RENURE (Recovered Nitrogen from manURE). Nederland wil deze wetgeving in het voorjaar van 2026 klaar hebben om naast minder gebruik van kunstmest de gecombineerde aanpak van mono-mestvergisting en stikstofstrippen te ondersteunen. Met komst van deze nieuwe wetgeving gaat de uitbreiding op mono-mestvergisting met mestbewerking en stikstofstrippen interessanter worden.

Mono-mestvergisting scan
Een mono-mestvergister is een grote investering: een vergister voor 15.000 ton mest per jaar kost tussen de € 1,5 en 2 miljoen (inclusief de nodige aanpassingen in infrastructuur, aanpassingen van de een nieuwe stalvloer en mestopslag). De exacte kosten hangen af van de situatie van je bedrijf. De Mono-mestvergisting scan helpt je het financiële plaatje te schetsen.
Het effect van verschillende vergistingsmodellen
Onderzoek van Wageningen University & Research toont aan hoe verschillende modellen van mono-mestvergisting de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen bij melkveehouderijen beïnvloeden. Ze bekeken de uitstoot vanaf de stal tot het moment dat de mest op het land wordt gebracht. De resultaten staan in de figuren hieronder. Ze vergeleken een normale situatie (zonder vergisting) met vier modellen die wel vergisting gebruiken. Het model met dagelijkse mestverwijdering, vergisting en stikstofstrippen verminderde de uitstoot het meest: 46% minder ammoniak en 71% minder broeikasgassen.
Praktijkmetingen belangrijk voor erkenning
De berekende reductie van ammoniak- en broeikasgasemissies is alleen in modellen vastgesteld, niet in de praktijk. Dit brengt onzekerheid met zich mee, vooral voor ammoniakemissies. Qua vergunningverlening is dit lastig, omdat de gecombineerde aanpak van de inzet van verse mest, mono-mestvergisting en stikstofstrippen geen emissiefactor heeft volgens de Regeling Ammoniak en Veehouderij (RAV). Boeren kunnen de extra ruimte door deze aanpak niet gebruiken om hun bedrijf te ontwikkelen. Ook overheden, zoals provincies met ammoniakreductiedoelstellingen, hebben deze juridische erkenning van de RAV nodig. Daarom zijn praktijkmetingen belangrijk voor zekerheid over emissiereducties. Het versnellingsprogramma Emissiearme landbouw ondersteunt projecten voor deze metingen.
De betrouwbaarheid van systemen (storingsgevoeligheid) moet nog verbeteren en bepaalde schaalgrootte is nodig (> 15.000 ton mest per jaar) om stikstofstrippen kosteneffectief te maken. Er zijn al wel veehouders die succesvol vergisten. Zoals Groenewoud Gas. Zij werken vanaf het begin met een stikstofstripper, waarbij boeren een dunne fractie met verlaagd stikstofgehalte terugkrijgen en als ze dat willen ook de vloeibare meststof (ammoniumsulfaat) uit de stripper.
Meer weten over het stikstofstrippen en de impact ervan?
Neem dan contact op met je accountmanager of plan een afspraak in met een van de mono-mestvergistingexperts van Rabobank.


