Blog Veehouderij, Jacob Brand

Jacob Brand

De droom van de tweede zoon

Als International Business Manager Food & Agri ondersteun ik Rabobankklanten bij buitenlandse investeringsplannen. Regelmatig kom ik de zogenaamde 'tweede-zoonsituaties' tegen. De eerste zoon neemt het Nederlandse bedrijf over en voor de tweede zoon zijn er onvoldoende mogelijkheden om zijn droom in Nederland te realiseren. Een situatie waarmee zorgvuldig omgegaan moet worden, want verkeerd handelen kan snel leiden tot toenemende spanningen binnen de familie. Vaak trekken de tweede zonen de wijde wereld in. (Opmerkelijk genoeg kom ik nooit tweede dochters tegen … )

Middenkaderfuncties

Wereldwijd is arbeid in de land- en tuinbouw een aandachtspunt. Met name de invulling van middenkaderfuncties is bijzonder lastig. Ik ken meerdere voorbeelden van jonge Nederlanders die in deze posities (hoe jong soms ook) buitengewoon goed presteren en feitelijk hun 'gewicht in goud' waard zijn. Ook voor de eerste zoon is het goed om vooruitlopend op de bedrijfsovername en/of als onderdeel van de opleiding enige tijd in het buitenland te gaan werken. Ik kan mij nog als de dag van gisteren herinneren hoe ik in 1980 in het vliegtuig stapte om stage te lopen bij een melkveehouderijbedrijf in Wisconsin. De grootste levensles die ik daar geleerd heb, is dat zaken niet vanzelf gaan en dat je feitelijk je eigen slingers ophangt. Jíj bent de architect van je eigen succes!

Denk goed na!

Wel is het goed om te weten welke droom de tweede zoon heeft. Is dat een dienstverband als bedrijfsleider, of wil hij vroeg of laat zelfstandig ondernemer worden? Het valt mij op dat zoons uit de grondgebonden landbouw vroeg of laat allemaal zelfstandig (willen) worden, terwijl dit in de intensieve takken veel minder het geval is. Eigenlijk opmerkelijk omdat het opstarten van een grondgebonden bedrijf veel meer tijd in beslag neemt en vaak kapitaalsintensiever is dan een intensief bedrijf. Ook is het belangrijk om na te denken over de bedrijfsomvang, want de ontwikkelingsmogelijkheden per land/regio zijn nogal verschillend. Zo is bijvoorbeeld grootschaligheid in Frankrijk een lastige, terwijl het opzetten van een familiebedrijf in Oost-Europa vanuit logistieke optiek beperkingen kent.

Financiering in het buitenland

Hoe zit dat nu met de financiering als de tweede zoon een bedrijf in het buitenland wil overnemen? In de praktijk zijn de lokale financieringsmogelijkheden vaak beperkt omdat de zoon beschouwd wordt als starter. Maatwerk is aan de orde, waarbij vaak het Nederlandse bedrijf van ouders en/of eerste zoon moet meewerken om de droom van de tweede zoon te kunnen realiseren. De Rabobank beschikt over veel expertise om dit maatwerk te leveren, waarbij ook wel degelijk rekening wordt gehouden met de prestaties van de buitenlandse zoon. Al met al een interessante doelgroep, want opmerkelijk genoeg vinden veel grote internationale successen in de land- en tuinbouw hun oorsprong bij de ‘jonge honden’ in het buitenland.

Blog, 17 september 2014