Boeren zijn onmisbaar

16 mei 2022 14:39

Boeren hebben we keihard nodig; dat stelt Carin van Huët uit Alblasserdam, directeur Food & Agri Nederland van de Rabobank. Samen met Jan Kuiper, eigenaar van een kaasboerderij in Giessenburg, gaat ze in op de toekomst van de agrarische sector. Aanpassen aan de veranderende wereld is daarbij cruciaal.

Financieel Gezonder Leven: Schuldhulpmaatje Marja Steensma

Niets doen is geen optie

Het gedwongen uitkopen van agrariërs, de milieubelasting door de uitstoot van stikstof, het exploiteren van dieren in de intensieve veehouderij; in de beeldvorming komt de gemiddelde boer er de afgelopen jaren niet best af. Wat betreft Carin van Huët een véél te eenzijdige voorstelling van zaken. De inwoonster van Alblasserdam is als directeur Food & Agri bij Rabobank Nederland verantwoordelijk voor het rapport ‘Toekomstbestendige land- en tuinbouw in 2030’. De rode draad daarin: er ís niet alleen een toekomst voor de agrarische sector, die móet er ook zijn. “Boeren zijn onmisbaar”, benadrukt ze. “Niet alleen voor de voedsel - voorziening nationaal en internationaal, maar ook om onze kwaliteit van leven. Als beheerders van het land - schap, voor de biodiversiteit, voor onze cultuur, noem maar op. Zij bevinden zich nu in zwaar weer. De gehele sector moet zich aanpassen aan de veranderde omstandigheden; niets doen is geen optie.”

Het meest veilige en kwalitatief hoogwaardigste product

Jan Kuiper, melkveehouder en kaasmaker in Giessenburg, valt haar bij. “We exporteren daarnaast hoogwaardige kennis naar andere landen om daar de voedselproductie op een hoger peil te brengen. De WUR (Wageningen University & Research) speelt daar een belangrijke rol in. Innovaties als het kweken van insecten vindt ook in onze eigen regio plaats. Hier aan de overkant zijn twee oude boerenstallen omgebouwd tot moderne insectenkwekerijen, waarvan het eindproduct bedoeld is als veevoer. We vinden het werk en de producten van boeren heel normaal, misschien wel oubollig, maar we zouden er juist heel trots op moeten zijn. Sta er eens bij stil als je een pak melk koopt, dat je voor een heel laag bedrag wereldwijd gezien het meest veilige en kwalitatief hoogwaardigste product koopt.” Daarbij zijn er meer wegen die naar Rome leiden. Het verkorten van de route van producent naar afnemer komt nadrukkelijk aan bod in het rapport.

De behoefte aan lokale producten is heel erg toegenomen

Niet voor niets vindt de afspraak met Carin van Huët plaats op de kaasboerderij van Jan Kuiper. Hij is als lid van de Raad van Commissarissen van Rabobank Lek en Merwede betrokken bij de samenstelling van ‘Toekomstbestendige land- en tuinbouw in 2030’. Op zijn hofstee verwerkt hij de melk van 270 koeien tot kaas. In de eigen winkel aan de Heideweg wordt die verkocht, maar de kazen vinden ook hun weg naar andere afnemers, zoals horecabedrijven in het gehele land. “De behoefte aan lokale producten en ingrediënten, die je bij wijze van spreken om de hoek haalt, is heel erg toegenomen, mede door de coronacrisis. De consument let daar veel meer op. En een streekeigen product heeft echt karakter. Onze kazen proeven steeds een klein beetje anders, afhankelijk van bijvoorbeeld welk seizoen het is.”

Naast produceren actiever worden in de verwaarding van producten

Een ander aandachtspunt is het verhogen van de prijs die boeren voor hun product krijgen. Een andere benadering van de consument staat dan voorop. ‘Als er zingeving, beleving of gemak tegenover staat, zijn mensen ook bereid een hogere prijs te betalen’, stelt het Rabobank-rapport. En: ‘Naast produceren actiever worden in de verwaarding van producten, met een eigen productconcept, huisverkoop en/of zelf relaties ontwikkelen met afnemers.’ Open en transparant werken, om zo aan te kunnen geven dat artikelen een duurzame achtergrond hebben, is daarvan een voorbeeld. Carin van Huët: “Boerenorganisaties zijn daarover al in gesprek met de winkelsector. Terugkijkend zie je het verdienmodel van agrariërs de afgelopen dertig jaar hetzelfde is gebleven. Dat moet anders. Denk bijvoorbeeld aan etiketten als weidemelk en uitloopeieren. Daarmee kun je klanten verleiden een hogere prijs te betalen. Een goed voorbeeld uit de Alblasserwaard is ElkeMelk van Matthijs Baan uit Molenaarsgraaf, waarbij je op elke fles ziet van welke koe de melk is. Zo creëer je een veel stabielere basis dan puur afspreken dat boeren drie cent per liter melk meer krijgen.”

Innovatie

Wat ook naar voren komt is de belangrijke meerwaarde die de agrarische sector voor de Nederlandse economie heeft. Het gaat daarbij om tientallen miljarden en bijna acht procent van de werkgelegenheid. De nadruk die momenteel door de landelijke overheid wordt gelegd op het (gedwongen) uitkopen van boeren om de stikstofproductie terug te brengen, verbaast Carin van Huët en Jan Kuiper zeer. “Er is twaalf miljard uitgetrokken voor de opkoopregeling en slechts één procent om innovatie te stimuleren. Ons land is wat betreft melkveehouders internationaal het meest vooruitstrevend en innovatief. We zijn nummer één in de wereld. Maar daar is een robuuste sector voor nodig. De landelijke overheid denkt met onder meer het uitkoopbeleid teveel op de korte termijn. Geef boeren de ruimte én de tijd om te innoveren. Het kost namelijk tijd om investeringen terug te verdienen. Neem het nieuwe systeem van Lely, al in gebruik op de boerderij Farm Nescio van de familie Van den Berg in Bleskensgraaf, waarmee de uitstoot van stikstof met zo’n zeventig procent wordt teruggebracht. Investeer daarin, in plaats van in het saneren van de sector.” Het is een omslag waarin boeren wat betreft de Rabobank meer of geheel de regie moeten gaan nemen.

Kort samengevat: er zitten keuzes aan te komen die nadelig uit kunnen pakken voor de agrarische sector. Nu is de kans om in die nog onzekere situatie zélf met voorstellen te komen om het initiatief bij de agrariërs te houden. Carin van Huët: “Zij staan nu nog te veel tegenover de overheden. Agrarische organisaties zouden zelf het voortouw hierin moeten nemen. Niet afwachten, maar met oplossingen komen waarbij boeren er ook goed uitkomen.”

We zijn trots op wat we doen

Beeldvorming speelt daarin nadrukkelijk ook een rol. Een rol die de sector nog te weinig oppakt. “De PR van boeren is slecht, terwijl ze een enorme bijdrage aan de BV Nederland leveren”, concludeert Van Huët. “Zij zouden veel meer ambassadeurs van hun vak moeten zijn. En Jan Kuiper: “We zijn trots op wat we doen, wat we betekenen voor de samenleving, maar we vergeten dat te vertellen. Boeren zouden wat dat betreft hun erf meer open kunnen stellen. Dat merken we hier ook. Of het nu om mensen uit de streek zelf of Amerikaanse toeristen gaat, ze vinden het schitterend om bij ons achter de schermen te kijken. Er is veel echte interesse voor het boerenleven.”

Lees meer over de toekomst van de agrarische sector op rabo.nl/landentuinbouwvisie