Nederlandse tulpensector: markt en risico groeien beide

De tulpensector is een sector met perspectief, maar kent wel een aantal uitdagingen. Hier leest u hoe de sector ervoor staat, waar kansen liggen en met welke uitdagingen de sector te maken heeft.

Samenvatting: schaalvergroting zet door

  • De tulp is een nationaal symbool. En terecht: Nederlandse bedrijven domineren de mondiale veredeling, teelt, broei en handel van tulpen.
  • De markt voor de tulp als bloembol is stabiel en er is een goed perspectief voor de tulp als snijbloem.
  • Belangrijkste voorwaarden voor de groei van de markt voor tulpen zijn een beter kwaliteitsbesef, meer nadruk op duurzame productie en voldoende beschikbaarheid van goede grond.
  • De schaalvergroting in teelt, broei en handel zet door, maar dit is niet voor iedereen weggelegd. Vooral door concentratie in de afzet nemen de risico’s toe.
  • De belangrijkste uitdaging voor teeltbedrijven is een forse verduurzaming van de teelt. Voor broeibedrijven is de voorziening van de juiste bollen het belangrijkst.
  • Samenwerking in onderzoek is noodzakelijk om de aanwezige kansen in de markt daadwerkelijk te verzilveren.

Markt voor tulpen groeit

De Nederlandse tulp is wereldberoemd. De tulp omvat meer dan de helft van het Nederlandse areaal bloembollen en is daarmee onmisbaar voor de ontwikkeling en het rendement van de gehele bloembollensector. Tulpen worden allereerst verkocht als bol, voor het gebruik in tuinen en parken (droogverkoop). De tweede markt voor tulpenbollen is de broeierij, waarbij bedrijven tulpenbollen forceren tot snijbloemen (zie Figuur 1).

Verkoop van de tulp als bloembol naar verwachting stabiel
Ongeveer 30% van de tulpenbollen vindt zijn weg in de zogenaamde droogverkoop. De droogverkoop loopt licht terug. Het opnemen van tulpen in het sortiment van meer big box retailers en bij de vakhandel geeft nog mogelijkheden. Ook de uitbreiding van supermarktketens in Oost-Europa of China biedt nog perspectief. Het product is verder prima geschikt voor online verkoop.

De institutionele markt voor droogverkoop is steeds belangrijker. Er is een grote internationale belangstelling voor meer groen in grote steden. Bedrijven kunnen hierop inspelen door een compleet assortiment bloembollen te leveren voor deze markt. De Rabobank verwacht dat de droogverkoop stabiel zal blijven, mits de markt professioneler bediend gaat worden.

Verkoop van de tulp als snijbloem zit in de lift
Ongeveer 70% van de geteelde bollen wordt gebroeid tot snijtulp. De snijtulpenverkoop in Europa bedraagt momenteel circa 3,3 miljard stelen, waarvan 2,4 miljard stelen gebroeid in Nederland. De supermarkt is het belangrijkste verkoopkanaal voor de snijtulp. In Europa komen circa 1,9 miljard tulpen terecht bij de supermarkten en 1,4 miljard bij de vakhandel (zie Figuur 2).

De mogelijke groei voor snijtulpen bedraagt tot 2023 één miljard stelen, waarvan circa 700 miljoen stelen in Nederland gebroeid worden. Uitbreidingskansen liggen in Oost-Europa, inclusief Rusland. Een belangrijke voorwaarde hiervoor is een verhoging van de kwaliteit van bol en bloem (vaasleven, duurzaamheid). De snelle groei van de markt wordt vooral geremd door onvoldoende beschikbaarheid van (duurzaam geteelde) bollen.

Voor deze verwachte groei is 1.600 tot 1.800 hectare extra areaal nodig. Hierin ligt een belangrijke beperking voor een snelle uitbreiding. Een broeibedrijf is voor het invullen van leveringsprogramma’s van grote retailers steeds afhankelijker van de levering van voldoende bollen van de juiste sortering, cultivar en kwaliteit.

De productie- en distributieketen in beweging

Voordat de tulpenbol, snij- of pottulp bij de eindgebruiker komt zijn er vele ketenschakels betrokken. 

Veredeling: groot assortiment, biotechnologie in opkomst
Veredeling richt zich op de eigenschappen van de bloem, waaronder vaasleven, kleur, blad en gewicht. Daarnaast zijn teelt- en broeieigenschappen van belang, zoals de geschiktheid voor diverse teeltmethoden, grondsoorten, ziekteresistenties en de vermeerderingsfactor. 

Opvallend bij de tulp is het enorme assortiment. Dit sortiment is belangrijk om allerlei markten te voorzien  en te voldoen aan verschillende grondsoorten, teeltmethoden, broeiwijzen en broeitijdstippen. Toch luidt de vraag of de grote diversiteit aan cultivars niet te veel van het goede is. Biotechnologie doet voorzichtig zijn intrede in de sierteeltveredeling. Als het tot een doorbraak komt lijkt een snelle consolidatie in de veredeling onvermijdelijk, omdat niet alle bedrijven de investeringen hiervoor kunnen opbrengen.

Vermeerdering: traag en niet zonder risico
De periode tussen introductie en een succesvolle marktpenetratie duurt bij de tulp jaren, door de lage vermeerderingsfactor. Wil biotechnologie een grote bijdrage leveren aan het duurzaamheidsvraagstuk, dan is het vinden van een snellere vermeerdering voor de betere, duurzame selecties eveneens een noodzaak. 

Veel introducties veroveren slechts een klein marktaandeel, omdat de nieuwe cultivars voor handel, broeierij, retail of consument niet onderscheidend genoeg zijn of zich slechts richten op een niche. Het zwaar investeren in nieuwe cultivars is daarnaast risicovol, vanwege de korte levenscyclus van vele cultivars.

Teelt: regionaal en bedrijfsmatig geconcentreerd
Van het wereldwijde areaal ligt 80 à 90% in Nederland. De regionale concentratie doet zich ook voor in de bedrijfsconcentratie. Het aantal Nederlandse bedrijven met tulp in het teeltplan is gehalveerd tussen 2000 en 2017 (zie Figuur 3). Wel stabiliseert dit aantal bedrijven sinds 2012. Dat is niet verwonderlijk gezien de goede rentabiliteit van de laatste jaren. Door de groei van de vraag naar bollen staat de gewenste vruchtwisseling onder druk. Voor een duurzame teelt is verruiming wel noodzakelijk. 

Bemiddeling 
De tulpenteelt afstemmen op de vraag is moeilijk. De jaarlijkse productieschommeling bedraagt 10 à 15%, de bollen zijn niet elk jaar even groot en er is een lange periode tussen de planting van het plantgoed en de afzet van de snijtulp. Dat maakt het opzetten van gesloten verticale integraties moeilijk. Er kunnen op het eigen broeibedrijf tulpen geteeld zijn die niet geschikt zijn voor de gekozen markt en er kunnen tekorten of overschotten ontstaan. 

Mede hierdoor zijn er bemiddelingsbureaus (IVB’s), die zorgen voor marktafstemming, marktinformatie en betalingszekerheid. Het aandeel van de IVB’s in de totale handel loopt licht terug. Nu teeltbedrijven en hun afnemers groeien, zullen sommige functies die de bemiddelingsbureaus vervullen verplaatst worden. 

Broei Nederland volop in ontwikkeling
Sinds 2000 is het aantal in Nederland gebroeide tulpen meer dan verdubbeld. Tegelijkertijd is een enorme schaalvergroting van de broeibedrijven zichtbaar (zie Figuur 4). Vooral de voorziening van gewenste tulpenbollen is voor hen veel belangrijker geworden. Veel grote broeibedrijven zijn daarom een groter aandeel van hun eigen broeibehoefte gaan telen en zijn gaan werken met vaste leveranciers. Ook wordt er minder verhandeld via de IVB’s.

De trend naar grotere broeibedrijven gaat voorlopig door. Vooral supermarkten kiezen voor bedrijven die hun gehele vraag kunnen organiseren. Kiest een ondernemer daar niet voor, dan zijn er ook andere afnemers. Belangrijk is wel dat een ondernemer in de broeierij de keuze maakt voor de markt waarin het opteert.

Broei buitenland: een goed idee?
Een deel van de in Nederland geteelde tulpen gaat naar het buitenland. De totale broei van tulpen buiten Nederland schatten we op 1,5 miljard stelen.

De keuze om in Nederland of in het buitenland te broeien hangt van diverse factoren af. Broei in Nederland is door de schaalgrootte, vakkennis en concurrentie vaak voordeliger. Markttoegang met het eindproduct (snijbloem) ligt om fytosanitaire redenen vaak minder gevoelig en zeevracht van snijtulpen maakt verder transport mogelijk. Anderzijds is broei in het buitenland soms beter. De transportkosten van een tulpenbol zijn ongeveer een derde van die van een tulp en het lokale broeibedrijf kan goed inspelen op de lokale markt. 

Veiling: dalend aandeel, maar wel belangrijk
Van oudsher is Royal Flora Holland een belangrijke plaats voor het samenbrengen van het assortiment. Nieuwe cultivars worden voor de klok gezet en getest bij inkopers. Ongeveer een derde van de in Nederland gebroeide tulpen gaat via de veilingklok naar de gespecialiseerde vakhandel. Nog eens een derde gaat via bemiddeling naar de groothandel/supermarkt. De rest wordt rechtstreeks verhandeld van broeibedrijf via groothandel aan de supermarkt. Voor de vakhandel is en blijft de veiling een belangrijke partner. De daling van het aandeel is vooral zichtbaar in het supermarktkanaal.

Groothandel: klein aantal spelers
Binnen de snijtulpen is de handel zeer sterk geconcentreerd. De twee grootste handelaren van snijtulpen verwerken meer dan de helft van alle in Nederland gebroeide tulpen.

Nog volop uitdagingen aanwezig

Duurzaamheid
Afgelopen jaar heeft de KAVB, de branchevereniging, haar visie gegeven op een duurzame tulpenteelt. Uitgangspunt zijn bollen en snij- of pottulpen van ‘topkwaliteit, vrij van ziekten, op een rendabele manier geteeld in harmonie met de omgeving, zonder emissie, klimaatneutraal en met een verantwoorde omgang met de natuurlijke hulpbronnen water, energie, bodem en biodiversiteit’. De Rabobank onderschrijft deze doelstellingen. Ook omdat de eindgebruiker dit – via het betreffende retailkanaal – eist of gaat eisen. De economische duurzaamheid wordt alleen gewaarborgd door deze ecologische voorwaarden in te vullen. Twijfelachtig is of de tulpensector de tijd krijgt tot 2030. Er moet daarom alles op alles worden gezet om de doelstellingen eerder te behalen. 

Kwaliteit
De geteelde tulpenbollen dienen aan hoge kwaliteitscriteria te voldoen. Daaraan wordt wel eens afbreuk gedaan. Vooral de hoge intensiteit en krappe vruchtwisseling leiden tot een hoge ziektedruk. Wat betreft snijtulpen staat de kwaliteit eveneens onder druk. De afzetuitbreiding is zo onstuimig gegaan dat het vaasleven van een fors deel van de broeitulpen (te) kort is en het gemiddelde gewicht afneemt.

Grond
Een rem voor groei is de beschikbaarheid van goede grond. De laatste jaren stijgt het tulpenareaal met zo’n 500 hectare per jaar. Daardoor is de teeltintensiteit bij tulp toegenomen. Ziekten- en plagendruk nemen toe door deze intensivering. Duurzaamheidsdoelstellingen raken dan uit beeld, terwijl er juist steeds meer aandacht voor nodig is. Voor de komende jaren wordt dezelfde areaalstijging voorzien, hoewel deze lager kan uitvallen door cultivars met hogere reproductiefactor en door maatregelen om de verliezen door ziekten en virus te verminderen.

Voorziening van bollen
De voorziening van het broeibedrijf met de juiste kwaliteit, sortering en cultivar is belangrijk. De aanplant van bollen die in 2020 worden geleverd aan supermarkten en bloemisten vindt najaar 2018 al plaats. Veranderingen in consumentenvoorkeuren en duurzaamheidseisen gaan snel. Ook voor voorspelling van het rendement is het belangrijk tijdig inzicht te hebben in de bollenkraam. Prijsafspraken worden al gemaakt voordat duidelijk is hoe de teelt zich heeft ontwikkeld. Het 'termijnrisico' neemt daardoor voor grote tulpenbroeibedrijven toe.

Onderzoek
De financiële middelen voor onderzoek voor tulp zijn opgedroogd. De urgentie voor het oppakken van onderzoek om duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken is nog onvoldoende. Andere thema’s zoals automatisering, precisielandbouw en gebruik van Big Data zijn in de verdrukking gekomen.

Bedrijfsopvolging
Er zijn in de sector veel bedrijven zonder bedrijfsopvolger. De kans is groot dat het aantal bedrijven het komende decennium nog verder gaat dalen door een consolidatieslag. De gemiddelde leeftijd van het bedrijfshoofd is al vrij hoog en er is vaak geen opvolger binnen de familie. Overname en opvolging zijn dus geen vanzelfsprekendheid meer. Ondernemers dienen zich daarom bewust te zijn de bedrijfsontwikkeling los te zien van hun persoonlijke situatie. Uit onderzoek blijkt tevens dat juist groeiende bedrijven veel beter zijn toegerust op de toekomst en meer stootkracht hebben om economische tegenwind te ondergaan. Coalitie HOT probeert ondernemingen hierbij te ondersteunen via het platform www.onderneming2026.nl. 

Al met al een behoorlijk aantal uitdagingen, maar wel in een sector met perspectief. Om dit perspectief in klinkende munt om te zetten moeten ondernemers én betrokkenen in de keten samenwerken aan optimalisatie van de randvoorwaarden.

Meer verdieping?

Dit artikel is gebaseerd op het rapport Tulpenmanie of tulpenbranie. Wilt u nog meer verdieping? Lees dan het volledige rapport.

Lees het volledige rapport

Contact

Rabobank