Vleeskuikenouderdieren in ruim oppervlak

Houderij van vleeskuikenouderdieren

Verder op deze pagina:

    De houderij van vleeskuikenouderdieren richt zich op het fokken en houden van pluimvee, en het fokken en/of houden van ouderdieren (van leghennen en vleeskuikens). Voor deze branche deelt de Rabobank recente cijfers en trends.

    Vermeerderingssector heeft perspectief

    Bedrijven met moederdieren houden gezamenlijk circa 5 miljoen ouderdieren, met een jaarlijkse productie van 1 miljard broedeieren. Hiervan is 40% bestemd voor de Nederlandse vleeskuikenhouderij. Het overige gedeelte wordt geëxporteerd.

    Eendagskuikens gaan naar Duitsland en België. Broedeieren gaan naar de Baltische staten, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

    Visie korte termijn

    De vraag naar pluimveevlees blijft groeien en daarmee ook de vraag naar broedeieren. De belangrijkste afnemer Rusland zal werken aan een hogere zelfvoorzieningsgraad. De komende jaren zal de Nederlandse sector naar verwachting een lichte krimp zien door het teruglopende exportperspectief. Bedrijven met een moderne uitrusting, hoge productieniveaus met dito bevruchtingsresultaat en een lage kostprijs zullen met vertrouwen de toekomst in kunnen.

      Visie lange termijn

      De vermeerderingssector heeft volgens de Rabobank perspectief. Voorwaarde is dat de sector transparanter wordt en meer met vaste afzetstructuren gaat werken. Naar verwachting neemt het exportpotentieel in die tijd af. De sector moet proactief acteren op dierenwelzijn en minder uitstoot (geur, ammoniak, fijnstof en endotoxinen) genereren. Groei zal in Nederland niet plaatsvinden omdat de omvang is gebonden aan productierechten. Er moet meer afstemming binnen de keten plaatsvinden om optimaal aan te sluiten op de wensen vanuit de markt.

      Exportmarkt

      In 2018 is de export van broedeieren buiten de EU licht toegenomen met 2% tot en met september. Na een lange periode van daling is de belangrijkste groeimarkt Rusland. De export naar Irak is daarentegen flink gedaald in dezelfde periode. Toch blijven de belangrijkste exportbestemmingen vanuit Europa respectievelijk Rusland, Irak, Libië en Oekraïne. Nederland is Europa's belangrijkste exporteur.

      Door de hoge kostprijs van broedeieren is het bewaken van de balans tussen vraag en aanbod belangrijk. Afwaardering tot bijvoorbeeld eiproduct leidt tot een opbrengst van 10-12 procent van de kostprijs. Naast broedeieren voor vleeskuikens exporteert Nederland broedeieren van fokmateriaal voor de vlees- en legsector. Azië is een belangrijke afzetmarkt voor deze producten.


      Hieronder belangrijke punten, meegenomen uit 2018:


      • In Nederland zijn in 2018 190 vleeskuiken-ouderdierenbedrijven actief. Daarnaast zijn er nog 70 bedrijven die de opfok van ouderdieren verzorgen.
      • Er worden circa 5 miljoen ouderdieren gehouden, met een jaarlijkse productie van 1 miljard broedeieren. Hiervan is 40% bestemd voor de Nederlandse vleeskuikenhouderij; het overige gedeelte wordt geëxporteerd.
      • De opfok is gedaald naar bijna 3,3 miljoen dieren in 2018.
      • De inlegcijfers in Nederland laten een verdere lichte krimp van het aantal moederdieren zien, waardoor de druk op de export licht afneemt.
      • Eendagskuikens gaan naar Duitsland en België, broedeieren naar de Baltische staten, het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

      “Voor evenwicht in de markt is een krimp van het aantal moederdieren nodig.”

      Economie

      Na een flinke dip in de export van broedeieren in 2016 is in 2017 en 2018 herstel opgetreden door krimp in productie en het aanboren en uitbreiden van nieuwe en bestaande markten. Dit leidde weer tot een betere prijsvorming. In 2018 heeft zich dit voortgezet. Hiermee is de sector weer in rustiger vaarwater beland. Door de situatie in 2016 en de daar op volgende genomen maatregelen wordt het belang van vaste afzetstructuren steeds belangrijker.

      Om de markt in een goed evenwicht te houden, is groei van het aantal moederdieren niet wenselijk. Vanaf 2016 tot nu is het aantal moederdieren (inclusief opfok) met ca. 478.000 gedaald. Dit heeft mede gezorgd voor marktherstel.

      Duurzaamheid

      Dierenwelzijn

      Vanaf 1 januari 2019 is het verboden snavels van moederdieren te behandelen. Voor hanen geldt deze maatregel nog niet. Dit vraagt extra aandacht van het management om onderlinge schade aan en van dieren te beperken.

      Sinds september 2012 mag een deel van de achterste tenen bij hanen in de vleesvermeerdering niet meer worden geknipt. Dit kan gevolgen hebben voor de beschadiging van moederdieren bij paring.

      Impact op milieu en omgeving

      • Belang verlagen van emissies (NH3 en fijnstof) is key.
      • Toename van methoden van energiebesparing, zoals zonne-energie en warmtewisselaars.
      • Vogelgriepdreiging eist hoge biosecuritystandaard.

      Voedselveiligheid

      Het voorkomen van salmonellabesmetting vraagt om vaccinatie.

      Innovatie

      Innovatie op het gebied van techniek en automatisering zijn belangrijk in de leghouderij. Te denken valt dan aan (nog) betere procesbesturing voor klimaat, voer, licht, ei-verzameling en mestverwerking. Daarnaast is innovatie in de techniek van fijnstofreductie noodzakelijk.

      Maatschappij

      Een belangrijke trend is maatschappelijke aandacht voor dierenwelzijn; toename hiervan vergroot de sociale acceptatie. Er is zorg over uitstoot van fijnstof en ammonia en de impact daarvan op de volksgezondheid.

      Door de concentratie van intensieve veehouderijbedrijven in met name Noord-Brabant en Gelderland is de maatschappelijke weerstand gegroeid. In Noord-Brabant gelden aanvullende maatregelen om bedrijfsontwikkeling mogelijk te maken, de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV). In Gelderland wordt het 'Gelders Plussen Systeem' (GPS) gehanteerd, waarbij ondernemers bij bedrijfsontwikkeling 8 procent van de bouwsom extra moeten investeren in bovenwettelijke maatregelen.

        Wet- en regelgeving

        De overheid drukt op verschillende manieren haar stempel op de pluimveesector. Onder andere door meer aandacht voor dierenwelzijn en duurzaamheid.

        • In 2027 moet de fijnstofuitstoot met 50% zijn gereduceerd, bij nieuwe bedrijven met 70%.
        • Voor het houden van pluimvee is het hebben van pluimveerechten noodzakelijk.

        Aanbod Rabobank

        Rabobank als maatschappelijk partner

        De Rabobank heeft goede banden met sectororganisaties, zoals de:

        • Land- en Tuinbouworganisatie (LTO)
        • Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP)
        • Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP)

        Ook onderhouden we intensieve contacten met Dutch Poultry Centre (DPC), waarin de toeleverende industrie is vertegenwoordigd.


        Laatste update: augustus 2019