Vleespluimvee twee kippen

Vleespluimveehouderij

Verder op deze pagina:

    De vleespluimveehouderij richt zich op het fokken en houden van pluimvee, en het opfokken en/of houden van vleeskuikens. Voor deze branche deelt de Rabobank recente cijfers en trends.

    Vleeskuikensector heeft goed perspectief

    Nederland is de grootste im- en exporteur van pluimveevlees in Europa. De Nederlandse vleesindustrie importeert bewerkt pluimveevlees (bevroren, gezouten en gekookt) vanuit lagekostenlanden als Brazilië, Thailand en Oekraïne.

    Visie korte termijn

    De vraag naar pluimveevlees groeit de komende jaren naar verwachting door met circa 1,5% per hoofd van de bevolking in de EU. Pluimveevlees profiteert van:

    • De trend naar meer gemaksvoeding
    • Het heeft een gezond imago
    • De prijs is vrij laag 
    • Het heeft minder last van geloofsbeperkingen

    Door de veranderingen in de Europese markt is het korte termijnperspectief goed. De vleeskuikenhouders kunnen deze situatie gebruiken om hun positie te versterken. Door extra af te lossen of door te investeren in bijvoorbeeld het snel doorvoeren van emissiebeperking of asbestsanering. Bedrijven versterken hiermee hun concurrentiepositie en maatschappelijke positie.

    Visie lange termijn

    De vleeskuikensector heeft volgens de Rabobank perspectief. Er zijn wel wat voorwaarden:

    • De sector moet transparanter worden.
    • Moet proactief acteren op dierenwelzijn.
    • Minder uitstoot (geur, ammoniak, fijn stof en endotoxinen) genereren. 
    • Zich richten op consumentenvoorkeuren in Noordwest-Europa.

    Hiermee kan de kostprijsconcurrentie binnen Europa worden ontlopen. Ondernemers moeten daarnaast een bredere variatie aanbieden zoals ready-to-eat, garneringen en de-boned. Groei in Nederland is beperkt doordat de omvang is gebonden aan productierechten. Er moet meer afstemming binnen de keten plaatsvinden om optimaal aan te sluiten op de wensen vanuit de markt.

    “De vraag naar welzijnsvriendelijker geproduceerd pluimveevlees groeit sterker dan de totale markt.”

    Economie

    De vraag naar pluimveevlees groeit in de EU met 1,5% per jaar. Het aanbod stijgt harder dan de vraag, vooral vanuit Oost-Europa. In Polen, Hongarije en Roemenië groeit de sector snel.

    Er is een toenemende concurrentie op kostprijsniveau. De productie (geslacht gewicht) stabiliseert in Nederland, in 2018 lag deze rond de 1 miljoen ton, bijna gelijk aan 2017. Van deze productie wordt naar schatting 45% levend geïmporteerd. Door de lagere stalbezetting in Nederland groeit de importafhankelijkheid van levende kuikens.

    De vraag naar welzijnsvriendelijker geproduceerd pluimveevlees groeit sterker dan de totale markt. Het aanbod stijgt echter harder dan de vraag. De Rabobank verwacht daarom dat de saldo's op termijn in de diverse segmenten, gebaseerd op m2 staloppervlak, gelijkwaardig zullen zijn. Tijdelijk presteert de reguliere sector beter door de eerder genoemde marktsituatie in Europa.

    Duurzaamheid

    Dierenwelzijn

    • De trend is een lagere bezetting in stallen met langzamer groeiende dieren.
    • Het aandeel Beter Leven Keurmerk in het supermarktkanaal komt in 2018 op 1,8 miljard euro. Voor vleeskuikens valt daar het scharrelvleeskuiken onder.
    • Verruiming en verrijking van huisvesting (meer leefoppervlak per vleeskuiken).

    Impact op milieu en omgeving

    • Het verlagen van emissies (NH3 en fijnstof) is essentieel.
    • Toename van methoden van energiebesparing, zoals zonne-energie en biomassaketels.
    • Mestverbranding is een kans: productie van groene energie en het draagt bij aan een gesloten kringloop (circulaire economie). Door behoud en recycling van fosfor en kalium.
    • De vogelgriepdreiging eist hoge biosecurity-standaard.

    Voedselveiligheid

    • Antibiotica-afname 2018: 70% ten opzichte van 2009. Vleeskuikensector heeft een reductie behaald van 68% in 2018. Verdere reductie blijft nodig.
    • In 2019 wordt een nieuwe systematiek gehanteerd op basis van zogenaamde Benchmarkwaardes. Deze komt voor de vleeskuikensector op 8 als aanvaardbaar te staan. Dit betekent een halvering van de huidige waarde.
    • Salmonella: toekomstige kosten voor de verwerking van besmet vlees zijn voor rekening van de pluimveehouder.

    Maatschappij

    Een belangrijke trend is de maatschappelijke aandacht voor dierenwelzijn. Beter dierenwelzijn vergroot de sociale acceptatie. Er is zorg over uitstoot van fijnstof en ammonia en de impact daarvan op de volksgezondheid.

    Door de concentratie van intensieve veehouderijbedrijven in met name Noord-Brabant en Gelderland is de maatschappelijke weerstand gegroeid. In Noord-Brabant gelden aanvullende maatregelen om bedrijfsontwikkeling mogelijk te maken: de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV). In Gelderland wordt het ‘Gelders Plussen Systeem’ (GPS) gehanteerd, waarbij ondernemers bij bedrijfsontwikkeling 8 procent van de bouwsom extra moeten investeren in bovenwettelijke maatregelen.

    Wet- en regelgeving

    De overheid drukt op verschillende manieren haar stempel op de pluimveesector. 

    • Meer aandacht voor dierenwelzijn (maximale bezettingsdichtheid bij vleeskuikens (maximum levend gewicht per m2) en duurzaamheid.
    • In 2027 moet de fijnstofuitstoot met 50% zijn gereduceerd; bij nieuwe bedrijven vanaf 70%.

    Aanbod Rabobank

    Rabobank als maatschappelijk partner

    De Rabobank heeft goede banden met sectororganisaties, zoals de:

    • Land- en Tuinbouworganisatie (LTO)
    • Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP)
    • Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP)

    Ook onderhouden we intensieve contacten met Dutch Poultry Centre (DPC), waarin de toeleverende industrie is vertegenwoordigd.

    Laatste update: augustus 2019