Zuivelupdate juni 2019

Zuivelupdate juni 2019

Geen tijd om het artikel te lezen? Ga direct naar:

    Optimisme in een chaotisch tafereel

    • Eerste zes maanden van 2019: dalende melkproductie in zuivel exporterende regio’s. Beperkte groei verwacht voor de tweede helft van 2019. 
    • Relatief milde weersomstandigheden zorgen voor een vroege start van het groei- en weideseizoen in Europa. 
    • EU-prijzen melkvet blijven achter bij andere regio’s.

    Redelijke balans voor mondiale zuivelmarkt

    Mondiale zuivelmarkten zijn redelijk goed in balans gebleven tijdens de eerste helft van 2019. Gesteund door de daling van de melkaanvoer in de zuivel exporterende regio’s hebben basiszuivelproducten en melkprijzen in de meeste regio’s ruimte gevonden voor een prijsstijging. Europa is daarop een uitzondering, vooral door de moeizame markt voor melkvet. De prijsstijging voor melkeiwit, voornamelijk magere melkpoeder, zette daarentegen wel door.

    Optimisme ondanks onzekerheden

    Ondanks handelsoorlogen en Brexit, naar beneden bijgestelde economische vooruitzichten en de potentiele impact van de Afrikaanse Varkenspest op de mondiale zuivelmarkt, is er ook enig optimisme voor melkprijzen in de tweede helft van het zuiveljaar 2019.

    Melkprijsontwikkelingen buiten Europa

    In Nieuw-Zeeland heeft Fonterra een melkprijsverwachting NZD 6,25 tot NZD 7,25 per kilogram vet en eiwit afgegeven voor het seizoen 2019- 2020 (juni-mei ), ten opzichte van een melkprijsindicatie van NZD 6,30 tot NZD 6,40 voor het seizoen 2018-2019.

    Daling EU-melkprijs

    Tijdens de eerste vijf maanden van 2019 is de gemiddelde EU-melkprijs met €1,43 gedaald tot €34,11 per 100 kilogram ten opzichte van eind 2018. Voor het aankomende kwartaal verwacht de Rabobank een lichte stijging van de melkprijs door de beperkte groei van de EU en mondiale melkaanvoer, vanwege exportmogelijkheden en de prijsontwikkelingen voor de EU-basiszuivelproducten.

    EU-basiszuivelproducten

    De EU-prijs voor mager melkpoeder is in april en mei met €166 (+8,8%) gestegen tot €2.043 per ton. Hierdoor is het prijsverschil met Oceanië afgenomen tot €253 (- €70) per ton. In dezelfde periode is de prijs voor volle melkpoeder gestegen met €98 (+3,4%) tot €2.968 per ton.

    In april en mei is de EU-boterprijs met €124 (-3%) gedaald tot €4.073 per ton, waardoor het prijsverschil met Oceanië is opgelopen tot €865 (+ €441) per ton. Relatief hoge voorraden en recente prijsafspraken voor grote retail-contracten zijn een indicatie dat de prijsdruk ook de komende maanden nog zal aanhouden.

    Sinds april zijn de EU-prijzen voor (Goudse) kaas, de grootste bestemming voor melkvet, licht afgenomen (€28 of 0,9%) tot €3.066 per ton, in begin juni. Vooralsnog houden afwachtende kopers de markt in bedwang. In dezelfde periode zijn de prijzen voor wei-poeder met €35 (-4,1%) gedaald tot €810 per ton.

    Figuur 1: Prijzen EU-basiszuivelproducten

    Melkproductie daalt in exporterende regio's

    In het eerste kwartaal van 2019 is de melkproductie in de voornaamste zuivel exporterende landen gedaald met 0,4% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2018. Door met name droogte en hitte is het melkproductieseizoen in Oceanië tot een abrupt einde gekomen, terwijl de groei van de melkproductie (+0,1%) in de Verenigde Staten ook aanzienlijk onder het langjarig gemiddelde van 1,5% blijft. Hierdoor zal daling van de melkproductie in de exportregio’s ook doorzetten in het tweede kwartaal van 2019. Voor de tweede helft van 2019 wordt een beperkte groei verwacht.

    Melkproductie in zuivel-exporterende regio’s. Periode januari - maart ‘19 t.o.v. januari-maart ‘18

    Verschil in %Verschil in volume (mln. kg)
    EU-0,1%-32
    VS+0,1%+28
    Nieuw-Zeeland+0,1%+23
    Australië-11,1%-230
    Argentinië-8,3%-203
    Uruguay-5,3%-22
    Brazilië+2%+122
    Totaal-0,4%-316

    Bron: diverse nationale bronnen, Rabobank, 2019

    Amerika: beperkte groei melkproductie houdt aan

    In de eerste vier maanden van 2019 is de Amerikaanse melkproductie met slechts 0,1% gestegen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De verwachting is dat de groei ook de rest van het jaar beneden het langjarig gemiddelde van 1,5% zal blijven. Hoe dat komt? Een daling van de melkveestapel is een belangrijke reden.

    In het eerste kwartaal van 2019 is de Amerikaanse zuivelexport met 11,7% gedaald ten opzichte van het eerste kwartaal van 2018. De aanhoudende handelsoorlogen met China en Mexico blijven een beperking voor de Amerikaanse exportpositie. Tevens is door de uitbraak van de Afrikaanse Varkenpest in China de export van wei-producten (-53%) en lactose (-24%) tijdens deze periode aanzienlijk afgenomen. De Verenigde Staten is de grootste exporteur van wei-producten naar China. Een groei van de binnenlandse vraag kan deze verliezen in de breedte vooralsnog compenseren.

    Nieuw-Zeeland: seizoen strompelt richting het einde

    In maart en april is de Nieuw-Zeelandse melkproductie met respectievelijk 8,2% en 8,4% gedaald. Hierdoor is de groei van de melkproductie voor de eerste 11 maanden van het seizoen 2018-2019 (juni-mei) gedaald tot 2,3% ten opzichte van het seizoen 2017-2018. Door vroegtijdig droogzetten van melkkoeien wordt ook voor de maand mei een forse daling van de melkproductie verwacht. Desondanks schat de Rabobank dat de melkproductie voor het gehele seizoen 2018-2019 1,5% tot 2% hoger zal eindigen. Dit vanwege de uitzonderlijk goede omstandigheden tijdens de eerste helft van het seizoen.

    Voor het seizoen 2019-2020 verwacht de Rabobank een daling van de melkproductie van tenminste 1%.

    Droogte blijft Australische melkproductie teisteren

    In april is de Australische melkproductie met 13,7% gedaald ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. De verwachting voor het seizoen 2018-2019 (juli-juni) is dat de melkproductie circa 8,5% lager eindigt dan het seizoen ervoor. En dat deze dalende trend zal doorzetten in het seizoen 2019-2020 (-2%).

    Chinese import zuivelproducten blijft sterk

    Na een forse groei van de zuivelimport in de openingsmaanden van 2019, bleef de Chinese zuivelimport in maart en april ook sterk. Hierdoor is deze import in de eerste vier maanden van het jaar met 24% (LME’s) toegenomen ten opzichte van de eerste vier maanden van 2018.

    Op basis van deze aanzienlijke toename heeft de Rabobank de groei van de Chinese zuivelimport voor de eerste helft van 2019 bijgesteld naar +22% (+9%) voor de eerste helft van 2019. Echter, voor de tweede helft van 2019 en 2020 is de groei van de Chinese zuivelimport verlaagd naar respectievelijk -7% (-15%) en +2% (-2%). Een belangrijke reden daarvoor is de sterke daling van de import van wei-producten en lactose. Vooralsnog wordt vooral de Amerikaanse export hierdoor geraakt.

    EU-melkproductie gedaald in eerste kwartaal

    In maart is de melkproductie in de EU met 1,1% toegenomen ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Hiermee is de melkproductie voor het eerste kwartaal van 2019 0,1% lager geëindigd dan vorig jaar.

    Vanwege relatief milde weersomstandigheden was er sprake van een ‘vroege’ start van het groei- en weideseizoen. De grasgroei kwam over het algemeen dan ook goed op gang in de belangrijkste melk-producerende landen. Daarom heeft de Rabobank de melkproductieverwachting in het tweede kwartaal met 0,75% verhoogd tot +0,5% ten opzichte van het jaar ervoor.

    Melkproductie april

    Voorlopige cijfers voor april impliceren al een groei van de melkproductie in het Verenigd Koninkrijk (+4,4%), Ierland (+15,1%) en Polen (+2,8%). Voor Duitsland (-0,2%) en Frankrijk (-1%) wordt een daling verwacht.

    De Rabobank voorspelt ook voor het derde (+0,8%) en vierde (+1%) kwartaal van 2019 een gematigde groei van de melkproductie. Deze groei wordt gesteund door toenemende melkvolumes in het Verenigd Koninkrijk, Polen en Ierland. Voor Duitsland en Frankrijk wordt voor geheel 2019 respectievelijk een vlakke en kleine daling van de melkproductie verwacht. Hiermee zal de EU-melkproductie voor 2019 circa 0,6% boven het niveau van 2018 eindigen.

    Desalniettemin blijft droogte ook in de tweede helft van 2019 een factor die de groei van de melkproductie nadelig kan beïnvloeden. In veel regio’s is nog steeds sprake van een tekorten aan bodemvocht.

    Voor 2020 verwacht de Rabobank vooralsnog een groei van de EU-melkproductie tussen de +0,5% en +1%.

    Figuur 2: EU-melkproductie januari - maart ‘19 t.o.v. januari - maart ‘18


    EU-zuivelproductie Q1 2019 t.o.v. Q1 2018

    Verschil in %
    Kaas+0,1%
    Boter+1,2%
    Magere melkpoeder-2,8%
    Vollemelkpoeder-10,3%

    Bron: ZMB


    EU-zuivelexport Q1 2019 t.o.v. Q1 2018

    Verschil in %
    Kaas+2,4%
    Magere melkpoeder+35,1%
    Boter-20,8%
    Volle melkpoeder-25,2%

    Bron: Eurostat

    Nederlandse melkproductie blijft onder niveau

    In april en mei is de Nederlandse melkproductie met respectievelijk 1,7% en 2,5% gedaald ten opzichte van dezelfde maanden vorig jaar. Hiermee ligt de melkproductie over de eerste vijf maanden van 2019 2,7% (163 miljoen kilogram) lager dan 2018. De Rabobank verwacht dat ook de aankomende maanden de melkproductie nog zal dalen.

    Door de lage productie in 2018 is er in de tweede helft van 2019 ruimte voor herstel van de melkproductie. Dit herstel zal echter onvoldoende zijn om de lagere melkproductie in de eerste helft van 2019 volledig te compenseren. Hierdoor zal de melkproductie over 2019 net onder het niveau van 2018 eindigen.


    NL-melkproductie (verschil t.o.v. dezelfde periode vorig jaar)

    Verschil in %Verschil in volume (mln. kg)
    januari 2019-5,1%-63
    februari 2019-1,8%-20
    maart 2019-2,4%-29
    april 2019-1,7%-20
    mei 2019-2,5%-31
    januari – mei 2019-2,7%-163

    Bron: ZMB, RVO

    Kabbelen of kiezen?

    Liquiditeit blijft vooralsnog voldoende

    Met de huidige melkprijzen is de liquiditeit op de meeste Nederlandse melkveebedrijven voldoende, al worden er geen grote buffers gevormd.

    Ook het aankomende kwartaal lijken melkprijzen voldoende te zijn voor een positieve marge. Desalniettemin blijft het altijd verstandig om een buffer achter de hand te houden om de nodige investeringen tijdig te kunnen doen.

    Wisselende grasopbrengsten

    Met betrekking tot de ruwvoederwinning is 2019 nog geen gelopen koers. Opbrengsten zijn wisselend. Om geen voorraadproblemen te krijgen zijn de kwaliteit en het volume van de komende grassnedes zeer belangrijk. Interen op voorraden is voor de meeste bedrijven geen optie meer.

    Plannen voor rendementsverhoging? Denk breed! Zo kun je jongvee uitscharen of juist weer naar huis halen. Deelnemen aan concepten of starten met weidegang: allemaal potentiële manieren tot bedrijfsontwikkeling. Wij denken graag met je mee. Neem contact op met je accountmanager om de mogelijkheden te bespreken.

    Marijn Dekkers

    Marijn Dekkers

    • Sectorspecialist
    • Melkveehouderij
    Richard Schepers

    Richard Scheper

    • Zuivelanalist RaboResearch
    • Food & Agriculture