Opinie

Vergrijzend Nederland heeft een Wopke-fonds hard nodig

4 november 2019 13:08

De vergrijzing gaat er in Nederland en Duitsland flink inhakken. Om toch nog economische groei te realiseren, moeten beide landen flink investeren in R&D en onderwijs, zo schrijven Hugo Erken en Erik-Jan van Harn in deze column.

Research en development

Onlangs riep de nieuwe topvrouw van het IMF, Kristalina Georgiva, in haar eerste speech Duitsland en Nederland op meer te investeren in infrastructuur en Research & Development (R&D). In Nederland wordt al nagedacht over een groeiagenda en een investeringsfonds, maar in Duitsland is men vooral aan het bakkeleien of het zogenoemde ‘Schuldenbremse ’-beleid niet op de helling moet, zodat ruimte in de begroting kan worden ingelast voor dergelijke extra investeringen.

Groeipotentieel moet omhoog

De oproep van het IMF aan landen met begrotingsruimte om meer te investeren is vooral bedoeld om het groeipotentieel te verhogen. In Nederland en Duitsland is dit ook hoognodig, omdat de vergrijzing een behoorlijke wissel trekt op dit groeipotentieel. Waar de werkgelegenheidsgroei in Nederland tussen 1970-2018 zorgde voor een jaarlijkse bijdrage aan de economische groei van 0,7 procentpunt, slaat dit volgens onze berekeningen vanaf 2025 om in een krimp van 0,2 tot 0,3 procentpunt.

“In Nederland en Duitsland trekt de vergrijzing een behoorlijke wissel op het economisch groeipotentieel”

Oorzaak: vergrijzing

Dit negatieve effect is volledig te wijten aan een veranderende demografie. In Duitsland hebben ze een nog groter probleem: na 2025 zorgt de vergrijzing voor een negatieve groeibijdrage oplopend naar 0,8 procentpunt. De prognose is dat de beroepsgeschikte bevolking bij onze Oosterburen met 4 tot 6 miljoen mensen zal dalen tot 2035.

Kortom, Nederland en Duitsland moeten het komende decennium een behoorlijke groei van de arbeidsproductiviteit realiseren om de negatieve effecten van vergrijzing op te vangen. Dus wat levert een investeringspakket voor beide landen op? Dat hebben we doorgerekend. Voor Nederland kan een impuls uit het nieuwe investeringsfonds van 50 miljard euro -verdeeld over onderwijs, publieke en private R&D- zorgen voor 80 miljard euro aan extra toegevoegde waarde op lange termijn. Voor Duitsland hebben we op vergelijkbare wijze een pakket van 150 miljard doorgerekend (dit bedrag is beschikbaar in de periode 2019-2030 zonder de ‘Schuldenbremse’-wet te breken). Ook dit zorgt voor een substantiële impuls voor de economie van 180 miljard euro.

Wat levert het meeste op?

Onze berekeningen laten zien dat investeringen in innovatie en onderwijs het hoogste rendement opleveren. In Nederland levert elke extra euro in publiek R&D (onderzoek uitgevoerd door universiteiten of publieke kennisinstellingen) 4,20 euro op aan toegevoegde waarde voor de samenleving. Ook investeringen in private R&D en onderwijs renderen hier prima: respectievelijk 2,60 en 1,30 euro voor elke ingelegde euro. Uiteraard zijn investeringen in infrastructuur ook belangrijk, maar het kabinet moet ervoor zorgen dat het op zijn minst voldoende extra middelen oormerkt voor onderwijs en innovatie.

Overigens is wel de vraag of de politiek daadkrachtig zal handelen. Zo staat in Nederland allerminst vast dat het investeringsfonds ook daadwerkelijk 50 miljard euro zal bedragen en ook in Duitsland is niet duidelijk of de politiek bereid is om over begrotingshobbels te stappen. Dat terwijl beide landen gratis geld kunnen ophalen op de kapitaalmarkten vanwege de extreem lage rente.

Mevrouw Georgiva heeft een punt

Overheden zijn vaak niet geneigd direct in de houding te springen als het IMF iets roept, maar mevrouw Georgiva heeft wat ons betreft dus wel degelijk een punt. Alleen met een robuust investeringspakket in onderwijs en innovatie is het mogelijk om negatieve effecten van vergrijzing op te vangen. Mocht men toch besluiten om geen gehoor te geven aan de oproep van het IMF, dan kunnen we straks wéér een probleem toevoegen aan het steeds langer wordende rijtje van maatschappelijke problemen waarvan we al jarenlang zagen aankomen dat het zou gaan knellen.