Opinie

Jongeren, sta op voor een betere woningmarkt!

15 juni 2020 16:42

De meeste jongeren willen hetzelfde als de generaties voor hen: een eigen huis en een vaste baan. Maar beide zijn voor veel twintigers en dertigers onbereikbaar. Vergrijzing en de coronacrisis dreigen de nodige veranderingen bovendien onder te sneeuwen. Hoog tijd dus dat jongeren opstaan voor een betere woningmarkt en arbeidsmarkt.

The greatest generation, de stille generatie, babyboomers, generatie Nix, millennials, generatie Z, Alfa’s: hokjesdenken beperkt zich niet alleen tot huidskleur, geloof, geslacht en geaardheid. Het is net zo gebruikelijk om mensen op basis van hun geboortejaar de meest uiteenlopende eigenschappen toe te dichten. Zo zouden millennials – de huidige twintigers en dertigers - wars zijn van ‘bezit’ en zoeken ze in hun loopbaan vooral zingeving en flexibiliteit. 

Figuur 1: Vergrijzend electoraat

Bron: CBS

Minder scholing en lager betaald

Onzin natuurlijk. De meeste twintigers en dertigers verhuizen liefst naar een koophuis, en bijna alle werknemers mikken volgens jaarlijks onderzoek van TNO en het CBS op een vast contract - ongeacht leeftijd. Tegenstellingen tussen mensen onderling zijn juist veel groter. Zo zijn er in elke leeftijdsgroep hoger opgeleiden te vinden, en lager opgeleiden. Of mensen die weinig verdienen, en mensen die veel verdienen. Net zo goed als er binnen elke generatie mensen zijn die twee keer per jaar op vliegvakantie gaan, en mensen die nog nooit een vliegtuig van binnen hebben gezien. 

Voorkeuren tussen generaties verschillen dus gemiddeld genomen niet veel, maar verschillende leeftijdsgroepen kennen wel degelijk andere uitkomsten. Jongeren wonen bijvoorbeeld relatief klein, en steeds minder vaak in een eigen huis. Het aandeel twintigers en dertigers met een vaste baan is bovendien sneller gedaald dan dat van andere leeftijdsgroepen (zie figuur 2). Door dit soort verschillen uit te leggen als gekke millennial-voorkeuren, bagatelliseren we het probleem van een woningmarkt waar ruime huizen niet beschikbaar of niet betaalbaar zijn. En we negeren daarmee dat jonge flexwerkers minder verdienen, minder scholing op de werkvloer krijgen, meer moeite hebben een huis te kopen, en een grotere kans hebben om werkloos te raken. Ter illustratie: van de 160.000 Nederlanders die in april hun werk verloren, is 65 procent jonger dan 25 jaar.

Figuur 2: Vaker flex

Bron: CBS
“Millennials zouden wars zijn van ‘bezit’ en zoeken in hun loopbaan vooral zingeving en flexibiliteit. Onzin natuurlijk. ”

Ministerie van Volkshuisvesting

Het is niet meer dan logisch dat onze maatschappij door de vergrijzende bevolking – de helft van het electoraat is inmiddels ouder dan vijftig jaar - meer aandacht heeft voor bijvoorbeeld de gezondheidszorg. En in het huidige kabinet dus liefst twee ministers voor zorg heeft. Maar dat moet niet ten koste gaan van de aandacht van de problemen waar vooral jongere Nederlanders tegenaan lopen. Waarom is er bijvoorbeeld al tien jaar geen ministerie van Volkshuisvesting meer, terwijl het woningtekort inmiddels historische proporties aanneemt?

In het hervormen van de arbeidsmarkt leek afgelopen jaren eindelijk wat schot te komen, zodat jonge Nederlanders meer perspectief zouden moeten krijgen. En langzaam begon ook de noodzaak van meer huizen door te sijpelen naar de politiek. Maar het gevaar bestaat dat zulke dossiers door de economische klap van de coronacrisis ondersneeuwen. Dat jongeren zich vaker verenigen, zoals in Coalitie-Y, is daarom toe te juichen. Minstens zo belangrijk is dat jongvolwassenen zich meer interesseren voor politiek en vaker naar de stembus gaan. Zeker nu hun stem verhoudingsgewijs steeds minder gewicht in de schaal legt.


Eerder verschenen bij RTL Nieuws - Opinie.