Onderzoek

Grootstedelijke regio’s in het westen doorstaan de coronacrisis beter

16 juni 2020 15:15

De economische gevolgen van de coronacrisis zijn overal in Nederland voelbaar. De mate waarin hangt af van regionale verschillen in economische structuur en specifieke regionale omstandigheden. Daardoor zal de economische krimp in regio’s dit jaar afwijken van onze verwachtingen voor de Nederlandse economie als geheel. Wel voorzien we overal een economische neergang; geen enkele regio ontspringt de dans.

Meteen de diepte in?Lees de volledige studie
undefined

De Nederlandse economie krimpt dit jaar waarschijnlijk met bijna 6 procent en beleeft daarmee de grootste jaarlijkse daling van het bruto binnenlands product (bbp) ooit gemeten buiten oorlogstijd. Alle sectoren ondervinden hiervan de gevolgen, maar de mate waarin is sterk afhankelijk van de (afbouw van de) maatregelen van het kabinet en ontwikkelingen in de markten die zij bedienen. Onze verwachtingen voor sectoren lopen dan ook flink uiteen.

Naast een verschillende groeiverwachting hebben sectoren een verschillend aandeel in de Nederlandse economie. De agrarische sector en de horeca nemen bijvoorbeeld “slechts” 2 procent van de totale landelijke productie voor hun rekening, terwijl de handel en de industrie goed zijn voor respectievelijk 14 en 13 procent. Daardoor hebben de verwachte krimp van 7 en 10 procent in laatstgenoemde sectoren een groter negatief effect op de Nederlandse economie dan de verwachte krimp van 41 procent in de horeca.

Het sector- en regio-effect

Het aandeel van sectoren in de economie - de sectorstructuur - speelt ook een grote rol in de verwachting voor de economische ontwikkeling in de Nederlandse regio’s. Regio’s met een oververtegenwoordiging van sterke krimpsectoren, zoals de horeca en de industrie, krijgen het waarschijnlijk zwaarder te verduren dan regio’s waarin die sectoren zijn ondervertegenwoordigd. Het omgekeerde geldt logischerwijs voor sectoren met een relatief kleine verwachte krimp, zoals het onderwijs en de zorg. Gegeven de sectorprognoses hebben regio’s dus een relatief gunstige of ongunstige sectorstructuur voor economische groei in 2020.

Het verleden wijst echter uit dat regionale groei of krimp óók afhangt van specifieke regionale factoren en omstandigheden. Denk aan de nabijheid van andere bedrijven en kennisinstellingen, bereikbaarheid, gunstige ligging, economisch beleid en de kwaliteit van de beroepsbevolking en de woon- en werkomgeving. Deze factoren worden gezamenlijk vaak aangeduid als het ondernemingsklimaat. Om het effect van deze specifieke regionale omstandigheden - het regio-effect - op de economische groei in 2020 in te schatten, gebruiken we transactiedata.

Geen enkele regio ontspringt de dans

Het resultaat van ons onderzoek is een prognose voor elke regio die rekening houdt met het sector- en het regio-effect (figuur 1). Wij verwachten dit jaar krimp in elke regio. De uitschieters aan de positieve kant zijn de regio’s waar de krimp waarschijnlijk beperkt blijft. Dit zijn de noordelijke helft van Noord-Holland, Noord-Drenthe, Regio Den Haag en Utrecht. Alle hebben een gunstige sectorstructuur en vooral Noord-Drenthe en Alkmaar en omgeving zien ook een minder sterke daling van de economische activiteit in grofweg de eerste helft van het jaar. Anderzijds zien we regio’s die dit jaar een relatief grote klap kunnen verwachten. Overig Groningen, het gebied rondom de stad Groningen, springt eruit. Die verwachting is toe te schrijven aan de sterke daling in de energievoorziening. Daarnaast vallen Zaanstreek, Gooi en Vechtstreek, Leiden en Bollenstreek, Zuidwest-Friesland en het uiterste zuidoosten van het land in negatieve zin op. De sectorstructuur, vooral het grote aandeel van de industrie, vorm hier een belangrijke verklaring. Ook IJmond, Zeeuws-Vlaanderen en Delfzijl en omgeving huisvesten veel industrie, maar daar is de daling van de economische activiteit in de afgelopen maanden desondanks relatief beperkt.

Figuur 1: Regionale prognoses 2020

Figuur 1: Regionale prognoses 2020
Bron: RaboResearch

Grootstedelijke regio’s doorstaan coronacrisis beter

De impact van de coronacrisis is dus ongelijk over de Nederlandse regio’s verdeeld. Hierbij valt ook op dat een aantal regio’s aan de randen van het land een negatievere impact ervaart dan de stedelijke regio’s in de Randstad. De regio’s Utrecht en Den Haag behoren tot de regio’s die minder hard worden getroffen dan het nationale gemiddelde, maar ook de regio’s Amsterdam en Rotterdam lijken iets beter door de crisis heen te komen. Daar draagt zowel het sectoreffect als het regio-effect positief bij aan de groeiverwachting.

Een mogelijke, gedeeltelijke verklaring hiervoor is dat in deze regio’s, Amsterdam voorop, vanwege de aard van het werk - veel commerciële diensten - relatief veel mensen kunnen thuiswerken. In gebieden waar de productiesectoren een groot deel van de economie beslaan, hebben minder mensen die mogelijkheid. Daar komt bij dat de steden in de Randstad in de afgelopen twintig jaar lieten zien dat zij een sterk ondernemingsklimaat hebben. Daar profiteren ze nu waarschijnlijk ook van.