Update

Toekomst Nederlandse varkenshouderij: ontwikkelen binnen nieuwe grenzen

8 oktober 2018 16:25

De Nederlandse varkenshouderij staat voor veel veranderingen. Zo is het aantal ondernemers de afgelopen tien jaar gehalveerd en neemt de maatschappelijke druk op de sector toe. Zo moet de branche milieubewuster ondernemen. De markt vraagt om aandacht voor milieu en de wetten worden strenger. Ondertussen stijgt de wereldwijde vraag naar varkensvlees en eten mensen minder grote hoeveelheden vlees, maar kiezen ze wel voor vlees van betere kwaliteit. Hoe gaan ondernemers met deze uitdagingen om? In dit artikel lees je over de laatste ontwikkelingen en trends, met vier kansen voor de varkenshouderij.

Meisje houdt een biggetje vast

In het kort

De vraag naar varkensvlees stijgt wereldwijd. Dat is voornamelijk te danken aan de hogere koopkracht in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Mensen consumeren bewuster. Ze kiezen vaker voor alternatieve eiwitten en gaan voor kwalitatiever varkensvlees. De varkenshouderij verandert. Het aantal varkenshouders neemt af, maar bedrijven worden tegelijkertijd ook groter. De maatschappelijke druk op varkenshouderij is hoog. Ondernemers moeten gehoor geven aan eisen van consumenten en transparant zijn.

Wereldwijde vraag naar varkensvlees stijgt

De welvaart in de hele wereld neemt toe. Landen in Zuidoost-Azië en Afrika krijgen langzaam een steeds grotere bevolkingsgroep in de middenklasse. Deze klasse consumeert meer, waaronder vlees. De verschillende culturen en behoeftes leiden tot een specifieke vraag naar varkensvlees. Die vraag verschilt per land en soms zelfs per regio. Daarnaast valt het op dat ook in ontwikkelingslanden steeds meer mensen bewust kopen en eten. Zo hechten ze meer waarde aan dierenwelzijn, milieu, gezondheid en transparantie.

Naast de wereldwijde vraag naar varkensvlees, verwachten we dat de algemene vraag naar dierlijk eiwit stijgt. Vooral in ontwikkelingslanden. Zo verwachten we een groei van 60% in China en andere Aziatische landen. Als de koopkracht in Zuid-Amerika en Afrika verder toeneemt, verwachten we daar ook een stijgende vraag. Die groei wordt deels opgevangen door lokale productie, maar ook deels door import vanuit onder andere Nederland.

Alternatieven en buiten de deur: uitdagingen voor varkenshouderij

Plantaardige eiwitten, insecten en mogelijk kweekvlees: het aanbod van alternatieve vleesvervangers stijgt. Dit wordt op den duur een belangrijke concurrent van varkensvlees. Daarnaast eten steeds meer mensen buiten de deur, zoals fastfood of een andere snelle hap. Dat is op de lange termijn ook een uitdaging voor de varkenshouderij. Mensen uit de Europese Unie eten namelijk minder vlees, maar dit wordt vooralsnog gecompenseerd door de groeiende bevolking. Daarnaast wordt in Oost-Europa door de stijgende koopkracht meer varkensvlees gegeten. In Noordwest-Europa zien we dat mensen minder vlees eten, maar wel beter. Daardoor groeit het aantal aankopen van producten van hoge kwaliteit.

“Mensen eten vaker minder vlees, maar wel beter vlees.”

We verwachten dat deze trend van kwalitatieve vleesconsumptie de komende jaren doorzet. Dat betekent hogere eisen aan het product, maar ook aan de wijze van productie en verwerking. Productontwikkeling en -innovatie zijn daarom belangrijk voor de varkensindustrie. Houd daarbij ook aspecten zoals dierenwelzijn, gezondheid, houderijsysteem, milieuaspecten, smaak en gemak in gedachten.

Export is essentieel voor Nederlandse varkenshouderij

De Nederlandse varkensproductie is ruim het dubbele van wat er in Nederland geconsumeerd wordt, zie Figuur 1. Voor een optimale opbrengst van de 15 miljoen geslachte varkens in Nederland, zijn dan ook goede exportmogelijkheden noodzakelijk. Dat Nederland een sterk exportland is, blijkt wel uit de volgende feiten:

De export van 7 miljoen biggen en 3 miljoen vleesvarkens gaat grotendeels (bijna 75%) naar buurlanden Duitsland en België. Nederland exporteert op Duitsland, Spanje en Denemarken na het meeste vlees. We exporteren vooral veel varkensvlees naar het Verenigd Koninkrijk. De varkenshouderij is daarom enorm afhankelijk van de Brexit-onderhandelingen. Meer dan 30% van het varkensvlees wordt buiten de EU geëxporteerd. Dat zijn grotendeels bijproducten zoals varkenspoten, -oren en -koppen; een delicatesse in andere werelddelen zoals Azië.

Figuur 1: Nederlandse varkensproductie (slachtingen en levende export)

Staafdiagram Nederlandse varkensproductie (slachtingen en levende export)
Bron: Eurostat, RVO, Rabobank 2018

Hervorming varkenshouderij: aantal bedrijven en dieren neemt af

De Nederlandse varkenshouderij telt 4.300 bedrijven, die worden geëxploiteerd door ongeveer 3.500 ondernemers. Gezamenlijk houden zij ongeveer 12,4 miljoen dieren. De winstgevendheid verschilt wel enorm binnen de sector. Mede daardoor is het aantal bedrijven de afgelopen tien jaar gehalveerd. We verwachten dat er in 2030 nog maar 1.000 ondernemers over zijn. Zij zullen voornamelijk werken met meerdere locaties waardoor de gemiddelde bedrijfsomvang zal toenemen. De afname van het aantal bedrijven en dieren komt onder andere door:

Strengere wet- en regelgeving, voornamelijk in Noord-Brabant; Veel kleine bedrijven maken gebruik van de stoppersregeling (ook wel saneringsregeling); Ongeveer tweederde van de ondernemers is boven de 50 jaar en heeft geen opvolger; Sommige veehouders hebben niet de financiële ruimte om het bedrijf te moderniseren en toekomstbestendig te houden.

De overheid heeft een budget van 200 miljoen euro gereserveerd voor de ‘warme sanering van de varkenshouderij’. Hiervan wordt 120 miljoen euro gebruikt om varkensrechten uit de markt halen en om bedrijven die overlast veroorzaken voor hun omgeving, te beëindigen. De uitwerking van het plan vindt in 2019 plaats.

We verwachten dat ongeveer 5% van het aantal varkensrechten wordt opgekocht. Dit is sterk afhankelijk van de bijdrage vanuit onder andere de provincies. Voor de leefbaarheid van het platteland moet er namelijk ook een oplossing komen voor het slopen van de vrijkomende stallen en herbestemming van gebouwen. Wij vinden dat deze verantwoordelijkheid bij de overheid ligt. Als de overheid dit niet doet, is de positieve impact van de sanering op de maatschappelijke acceptatie beperkt.

Figuur 2: Afname bedrijven en varkens

Staafdiagram afname bedrijven en varkens
Bron: CBS, Rabobank 2018

Maatschappelijke druk van consumenten op varkenshouderij neemt toe

De maatschappelijke druk en daarmee ook de acceptatie van de varkenshouderij neemt toe. De Nederlandse samenleving wilt bijvoorbeeld meer aandacht voor dierenwelzijn en gezondheid van mens en dier. En daarbij minder overlast van geur, minder uitstoot van fijnstof en meer transparantie. Het is belangrijk dat de varkenshouderij deze wensen serieus neemt om het bestaansrecht van de sector veilig te stellen. Doen ondernemers dat niet? Dan is het moeilijker om vergunningen te krijgen en hun bedrijven uit te breiden.

Door communicatiemiddelen zoals social media wordt de maatschappelijke druk nog verder aangewakkerd. Zo worden misstanden zowel terecht als onterecht snel verspreid. Daardoor ontbreekt nuance en ontstaan aannames. Zo zouden grote moderne stallen fout zijn, maar zijn die stallen vaak beter voor dier, mens en milieu. Tegelijkertijd zet de varkenssector zelf nog te weinig social media in om positieve initiatieven onder de aandacht te brengen. Terwijl dat juist perfecte kanalen zijn om alle kanten van de varkenshouderij te laten zien.

4 kansen voor toekomstbestendige varkenshouderij

Door de veranderingen in de varkenshouderij, de verschuivingen in vraag en de maatschappelijk druk, moeten ondernemers stappen zetten. Wij zien vier kansen voor een toekomstbestendig bedrijf:

  1. Vraaggestuurde productie en meer samenwerking.
  2. Milieubewust ondernemen.
  3. Een circulair bedrijf dat bewust omgaat met grondstoffen.
  4. Maatschappelijke betrokkenheid.

Kans 1: samenwerken aan efficiënte varkensindustrie

De laatste jaren werken ondernemers in de hele keten vaker samen. Zo maken ze afspraken over volume en prijs. Maar ook hoe ze de markt, prijzen en risico’s kunnen beheren en de gewenste kwaliteit en productie behouden. Het voordeel is: de extra kosten voor welzijn, milieu en maatschappelijke investeringen kunnen de ondernemers delen. Ook de geneticabedrijven, de veevoederindustrie en de slacht- en de verwerkingsindustrie doen er goed aan om samen te werken. Samen kunnen ze innoveren en efficiënte installaties aanschaffen. Zo werken alle schakels samen om kwalitatief goed vlees te produceren, met als doel een zo hoog mogelijke opbrengstprijs.

Samenwerking komt ook de export ten goede. Zo speel je als ondernemer slimmer in op specifieke eisen en voorwaarden die de verschillende markten stellen. Denk bijvoorbeeld aan:

Verschillende producten voor de juiste markt; Verbeter het logistieke proces en vergroot de houdbaarheid van vlees; Flexibel bewegen over de Nederlandse, Europese en wereldwijde markt voor varkensvlees.

Kans 2: geen overlast voor milieu en omgeving

Geur wordt door de maatschappij als een van de belangrijkste overlasten ervaren. Verhoging van de kwaliteit van de leefomgeving is dan ook de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Een onderdeel daarvan is het verminderen van overlast door geur en fijnstof (ammoniak, methaan en mogelijke endotoxines). De overheid verplicht de Nederlandse landbouw en veehouderij om richting 2030 de overlast op haar omgeving te verlagen. Zo moet in 2028 de uitstoot van ammoniak 85% gedaald zijn. In de provincie Noord-Brabant gelden die eisen al in 2022 voor stallen die ouder dan 15 jaar zijn. Ondernemers kunnen hieraan werken door te kiezen voor een duurzaam en emissiearm stal- en houderijsysteem. Hier krijgen dieren de ruimte voor natuurlijk gedrag en ontstaat een gezond leef- en werkklimaat voor mens en dier.

Kans 3: kringlooplandbouw in varkensector

Circulaire landbouw of kringlooplandbouw is de toekomst. Het gaat erom dat de varkenshouderij bewust gebruikmaakt van grondstoffen en rest- en bijstromen efficiënter gebruikt. De sector heeft op dit gebied al mooie stappen gezet. Zo was op 1 januari 2018 27% van de varkensstallen Integraal Duurzaam (bron: Stichting Milieukeur) en loopt daarmee voor op de overheidsdoelstellingen. Een ander voorbeeld is dat de ammoniakuitstoot tussen 1990 en 2015 al 80% gedaald is, voor fijnstof is dat 38%. Daarnaast kiezen al veel ondernemers voor groene energie. Toch is er meer nodig. Ook hier kan samenwerking een belangrijke rol spelen. Kringlooplandbouw kun je namelijk op verschillende manieren inrichten: op het bedrijf, maar ook in de regio, binnen Europa of zelfs wereldwijd.

Er liggen een hoop kansen voor de Nederlandse varkenshouderij op het gebied van circulair ondernemen. Kansen die ondernemers wel moeten pakken, want bedrijven die meer dan 50.000 kWh of 25.000 m3 aardgas gebruiken, moeten medio 2019 aantonen hoe ze energie gaan besparen. Twee kansen waar bedrijven op in kunnen zetten:

Varkenshouders kunnen energieleverancier worden, bijvoorbeeld door zonnepanelen op daken te plaatsen of een windmolen op het erf te zetten. Varkensmest is een circulaire en hoogwaardige bodemverbeteraar die kunstmest goed kan vervangen. Zie de mest niet als afval, maar als kans door het te verwerken. Door ook nog eens samen te werken met andere ondernemers vergroot je de kans dat binnenkort iedere varkenshouder achter deze duurzame investering staat.

Kans 4: varkenshouderij met een rol in de maatschappij

Het is belangrijk om verbinding te zoeken met de maatschappij. Een goede optie is dat de varkenssector zichzelf controleert en zo de kwaliteit in de hand houdt. Dit vraagt wel om een cultuurverandering. Om weer een positieve rol in de maatschappij te spelen, is wederzijds begrip, een flexibele houding, communicatie en respect nodig. Dit kunnen ondernemers doen door een verbond te sluiten met tegenstanders. Ook transparantie binnen het bedrijf is hierin essentieel. Denk aan online rondleidingen, sensortechnologie of QR-codes op verpakkingen. Zo bereik je consumenten en vertel je je verhaal op een innovatieve manier.

Technologie helpt ook mee aan de transparantie van de varkenshouderij. Over enkele jaren wordt elk Nederlands varken namelijk individueel gevolgd door monitoring via een chip (RFID-chip). Door deze metingen kun je productievariabelen beter aansturen, wat leidt tot een hoger technisch en financieel rendement. Big data optimaliseert in de toekomst de hele varkensindustrie. Door de voorspelbaarheid van de dierstroom kun je de keten efficiënter inrichten, inspelen op vraag en aanbod, risico’s verkleinen en mogelijke misstanden voorkomen. Ook kan er sneller en adequater worden gereageerd op veranderingen in de markt.

Oftewel: de Nederlandse varkenshouderij staat voor grote uitdagingen. Trends en ontwikkelingen bieden veel mogelijkheden om deze uitdagingen om te zetten naar kansen en de kwaliteit te verbeteren. Op naar de duurzame toekomst!