Onderzoek

Duurzaam ondernemen in Brainport Eindhoven: versnel de transitie naar de nieuwe economie

13 juli 2022 9:00

Om de transitie naar een duurzame en inclusieve economie te versnellen, zullen bedrijven duurzaam moeten ondernemen. Bedrijven in Brainport Eindhoven zijn hierin het verst, maar veel van hen moeten nog stappen zetten om de transitie te versnellen.

Voorwoord

De afgelopen jaren heeft Rabobank zich steeds intensiever verbonden aan Brainport Eindhoven. Met een groot financierings- en investeringscommitment en via de inzet van haar kennis, expertise en netwerken draagt de bank bij aan het realiseren van de ambities in deze ‘slimste regio van de wereld’.

Bij deze verbondenheid aan de Brainport-regio passen ook de onderzoeken die RaboResearch met regelmaat uitvoert. De publicatie die nu voor u ligt, kijkt vanuit het perspectief van brede welvaart naar de regio en beschrijft de grote kansen en uitdagingen die zich aandienen op het gebied van duurzaam ondernemen, maar gaat ook in op de aanzienlijke barrières die moeten worden weggenomen.

Rabobank zal haar kapitaal, kennis en netwerken blijven inzetten, zodat de regio de in dit onderzoek beschreven kansen sneller kan benutten en de genoemde hindernissen eerder kan overwinnen.

Marc Cootjans, directeur coöperatieve Rabobank

Samenvatting

Brainport Eindhoven is een uitzonderlijke groeiregio

De afgelopen vijfentwintig jaar is de economie van Brainport Eindhoven verdubbeld. De economie floreerde en toonde veerkracht na de twee afgelopen crises. Het innovatieve hightech cluster trekt hier de kar. Het ecosysteem waarin de bedrijven, kennisinstellingen en overheden in de Brainport Eindhoven samenwerken maakt dat bedrijven in de Brainport beter presteren dan zelfde type bedrijven elders in het land.

De nieuwe economie is duurzaam en inclusief

Succes uit het verleden is geen garantie voor de toekomst. De vraag is dus hoe toekomstbestendig het bedrijfsleven in Brainport Eindhoven is. En hoeverre het klaar is voor de transitie naar een duurzame en inclusieve economie. Wat blijkt? Bedrijven in Brainport Eindhoven zijn gemiddeld genomen verder in die transitie dan bedrijven elders in het land. Bovendien kent Brainport Eindhoven een relatief grote groep koplopers.

Werk aan de winkel

Toch is er werk aan de winkel. Het gemiddelde rapportcijfer voor de voortgang in de transitie naar een nieuwe economie is -hoewel hoger dan elders in Nederland- met een 6,1 maar net voldoende. Het grote peloton moet nog in beweging komen. De economie zal daarbij veel meer moeten gaan varen op het kompas van de brede welvaart: welvaart waarin mensen naast inkomen en banen ook welvaart genereren uit zaken als persoonlijke ontwikkeling, gezondheid, sociale contacten, woontevredenheid, veiligheid en milieukwaliteit. Ondernemen voor brede welvaart dus.

Uit enquêtemateriaal blijkt dat de brede welvaart in Brainport Eindhoven gemiddeld is, maar de inwoners van de stad Eindhoven een significant lagere brede welvaart hebben. De verklaring ligt in een relatief grote groep mensen met een zeer lage brede welvaart. Opvallend is dat ook de groep met een zeer hoge brede welvaart vrij groot is. Dit duidt op een grotere ongelijkheid in Eindhoven, niet ongebruikelijk in grote steden.

Deze ongelijkheid wordt deels gedreven door opleidingsachtergrond. Mensen die na hun middelbare schoolopleiding een vervolgopleiding hebben gedaan, hebben een veel hogere brede welvaart dan mensen die dan niet deden. En mbo’ers in de regio hebben gemiddeld een opvallend hogere brede welvaart dan mbo’ers elders in het land. Het is daarom belangrijk om in te zetten op persoonlijke ontwikkeling en daarvoor een human capital agenda te maken.

Duurzaam ondernemen: versnel de transitie naar de nieuwe economie

Dit alles leidt tot vier opgaven op het gebied van duurzaam ondernemen, die samen de transitie naar een de nieuwe, duurzame en inclusieve economie versnellen.

  1. Zet brede welvaart centraal en boven alle beleidsvelden
  2. Versnel de transitie naar de nieuwe, duurzame en inclusieve economie
  3. Maak een human capital agenda voor een sterkere arbeidsmarkt
  4. Versnel de woningbouwproductie met aandacht voor doelgroepen

Inleiding

Brainport Eindhoven zag zijn economie de afgelopen decennia fors groeien. Naar verwachting zet die ontwikkeling de komende jaren door. De regio heeft een sterk ecosysteem, waarbinnen de factoren die groei aanjagen goed functioneren. Bovendien heeft de hightech- en chipindustrie de wind in de zeilen.

De economische groei heeft voor banen en inkomen gezorgd. Tegelijkertijd heeft de regio de economische malaise van begin jaren 90 van de vorige eeuw nog vers in het geheugen. Het is daarom zaak om toekomstbestendig te ondernemen. Dat betekent dat de bedrijven in het ecosysteem van de Brainport moeten meebewegen in de transitie naar een duurzame en inclusieve economie die resulteert in brede welvaart voor zijn inwoners.

Dit is de crux voor Brainport Eindhoven: economische dynamiek en brede welvaart in harmonie. Dit vraagt een andere kijk op ondernemerschap. Bedrijven dienen toekomstbestendig te zijn. Niet alleen voor hun eigen continuïteit, ook voor hun omgeving in brede zin, en daarmee voor de brede welvaart van de inwoners.

RaboResearch benadrukte daarom in 2019 en 2020 in de studies Brede welvaart in Brainport en Brainport aan de top dat Brainport Eindhoven zou moeten toewerken naar een integrale kijk op brede welvaart. Door het succes van de regio af te meten aan een breed welvaartskader, erkent men het belang van de brede blik op wat mensen van waarden vinden, in plaats van een enge welvaartsbenadering die enkel is gebaseerd op economische groei of inkomen. Een breed welvaartskader betekent ook dat bij de ontwikkeling van delen van brede welvaart rekening wordt gehouden met de effecten daarvan op andere delen van brede welvaart. Zo kan een economische agenda bijvoorbeeld niet los worden gezien van een woon- of arbeidsmarktvisie. Het brede welvaartskader verbindt de agenda’s van de verschillende beleidsterreinen en hangt er als het ware boven.

We starten deze publicatie met een update van de regionale economie. Net als die van Nederland als geheel kreeg deze in 2020 een flinke dreun, maar veerde deze ook weer flink op. Vervolgens gaan we in op de mate waarin de economie van de Brainport Eindhoven klaar is voor een duurzame, inclusieve economie. Hierin ligt een relatie tussen het bedrijfsleven en brede welvaart, dat centraal staat in het derde hoofdstuk. Hoe beoordelen de inwoners van de regio hun eigen brede welvaart en welke verschillen zien we met de rest van Nederland, tussen Eindhoven en de rest van de Brainport en tussen bevolkingsgroepen? We sluiten af met een aantal opgaven, specifiek voor duurzaam ondernemen en daarmee voor het behouden en verhogen van de brede welvaart.

Groeimotor van Nederland

Brainport Eindhoven is een van de sterkste groeiregio’s van Nederland. In de afgelopen vijfentwintig jaar is de economie meer dan verdubbeld (figuur 1). Daarmee was Brainport Eindhoven de enige regio die de groei van Groot-Amsterdam kon bijbenen[1]. Vooral het herstel van de afgelopen twee crises is indrukwekkend. Na een verlies van bijna 7 procent in 2009 groeide de economie van Brainport Eindhoven het jaar daarna met maar liefst 9 procent. De economische krimp als gevolg van de coronapandemie in 2020 bleef met 3 procent relatief beperkt en de groei in 2021 bedroeg volgens voorlopige cijfers van het CBS 8 procent. Ook tijdens de hoogconjunctuur van 2013 tot 2020 ontsteeg Brainport Eindhoven de landelijke groeicijfers. Door deze ontwikkelingen heeft Brainport Eindhoven inmiddels de vierde economie van Nederland, na die van Groot-Amsterdam, Utrecht en Groot-Rijnmond.

[1] De regio Flevoland groeide over de periode ook hard, maar die was in 1995 nog heel klein, zodat veel makkelijker een hoge relatieve groei was te realiseren.

Figuur 1. Alleen Brainport Eindhoven kan Groot-Amsterdam bijhouden

Bron: CBS, bewerking RaboResearch

De economische groei in de regio komt voor een belangrijk deel op conto van de industrie. Van 1995 tot 2020 was de Nederlandse industrie goed voor 9 procent van de economische groei. In Brainport Eindhoven voor maar liefst 27 procent (figuur 2). De industrie, met daarbinnen met name de kennisintensieve hightech industrie, trok vooral in de periode van 2013 tot 2020 de kar. Het aandeel van deze sector in de groei was in die periode zelfs 37 procent. De groei sijpelt bovendien door naar allerlei ondersteunende diensten. Denk aan juridische diensten, beveiliging, schoonmaakdiensten en notarissen.

Figuur 2. In Brainport Eindhoven trekt de industrie de kar

Bron: CBS, bewerking RaboResearch

Natuurlijk heeft de chipindustrie de wind in de zeilen, maar de industrie wordt ook flink gesteund door ‘de omgeving’. Brainport Eindhoven is een schoolvoorbeeld van een sterk innovatief ecosysteem waarin de economie profiteert van gunstige regionale omstandigheden. De acht raderen van economische groei lopen soepel (figuur 3, box 1), waardoor de regio hard groeit. Alleen op de dimensie human capital zit de regio op het gemiddelde. Het opleidingsniveau in Brainport Eindhoven is relatief hoog, maar ten opzichte van de beroepsbevolking zijn er jaarlijks minder mensen die hun diploma halen.

Figuur 3. In Brainport Eindhoven lopen de raderen soepel

Bron: RaboResearch

De verwachting is dat Brainport Eindhoven ook de komende jaren hard groeit. De aantallen en timing van de prognoses verschillen, maar er wordt gesproken over 70 duizend extra fulltime banen tot 2040. Volgens ASML wordt die groei zelfs al in 2030 bereikt. Op een werkgelegenheid van 390 duizend fte in 2020 zou dat een groei betekenen van 18 procent. Deze groei is voor een groot deel toe te schrijven aan de groei van de chipindustrie.

Meer banen betekent ook meer inwoners en dus behoefte aan meer huizen. Uitgaande van de verwachte huishoudensgroei en het wegwerken van het huidige tekort zijn tot 2040 ruim zestigduizend extra huizen nodig. En wederom, uitgaande van de verwachte groei van ASML zou dat aantal extra huizen in 2030 al moeten zijn bereikt.

Box 1: De acht raderen van economische groei

In de motor van economische groei zijn acht raderen de drijvende krachten. Individueel en in relatie tot elkaar zijn dit (1) clusters van samenwerkende bedrijven, (2) de dynamiek van ondernemerschap, (3) human capital, de kwaliteit van arbeid, (4) de aanwezige kennisinfrastructuur (onderzoek en onderwijs), (5) de fysieke bereikbaarheid, nationaal en internationaal, (6) toegang tot financiering, (7) governance tussen bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen en (8) de kwaliteit van de woon- en leefomgeving (voorzieningen en milieukwaliteit).

Figuur 4. De zeven dimensies van de nieuwe economie

Bron: PBL

Koploper in duurzaam ondernemen

De economische ontwikkeling die Brainport Eindhoven de afgelopen decennia doormaakte is zonder meer een succes. De regio is van ver gekomen en behoort nu met recht tot de Nederlandse mainports.

De keerzijde van het economische succes is dat het delen van brede welvaart onder druk zet. Meer economische activiteit betekent een groter beslag op de ruimte. Ruimte die niet anders kan worden benut en mogelijk ten koste gaat van de natuur. Meer banen betekent ook meer mobiliteit, minder schone lucht en op termijn meer infrastructuur. Werkgelegenheidsgroei zorgt daarnaast voor hogere huishoudensinkomens, waardoor de prijzen van huizen oplopen. De afgelopen jaren verlaagde die prijsgroei voor veel mensen de kans op een koophuis, waardoor hun woontevredenheid daalde. In de persoonlijke sfeer kunnen sociale contacten, de balans tussen werk en privé en de gezondheid in het geding komen als meer mensen gaan werken of als zij meer uren maken.

De grootste opgave voor Brainport Eindhoven is daarom om het economische succes en de verdere economische ontwikkeling hand in hand te laten gaan met het behoud of het verhogen van de brede welvaart. Deze relatie is wederkerig. Zoals hierboven beschreven, hebben bedrijven invloed op de brede welvaart. Omgekeerd profiteert het bedrijfsleven van gezonde en gelukkige werknemers en van een aantrekkelijke, veilige woonomgeving met voldoende en betaalbare huizen. Het is daarom belangrijk dat bedrijven, en daarmee een economie als geheel, rekening houden met hun invloed op alle dimensies van brede welvaart. Vooral omdat een hoge brede welvaart is wat we willen bereiken, maar ook omdat zij daar zelf van profiteren.

Bedrijfsleven in Brainport Eindhoven is verder dan de rest

Om een indicatie te krijgen van de mate waarin de invloed op brede welvaart is opgenomen in de bedrijfsvoering, maken we gebruik van de uitkomsten van een enquête onder ruim 1.500 bedrijven. Deze enquête is opgezet om te meten in hoeverre bedrijven klaar zijn voor de nieuwe economie. Een economie die eerlijk en duurzaam is (box 2). Hierin liggen duidelijke parallellen met brede welvaart.

Als we een rapportcijfer geven op basis van de antwoorden op de enquêtevragen, dan blijkt dat veel bedrijven nog niet klaar zijn voor de nieuwe economie. Ook in Brainport Eindhoven zijn veel bedrijven hier nog niet goed op voorbereid, maar als we de regio vergelijken met de rest van Nederland, dan scoort Brainport Eindhoven wel beter. Brainport Eindhoven krijgt een 6,1 en de rest van Nederland een 5,6. Met dat rapportcijfer is de regio de koploper van Nederland. Als we naar de zeven onderliggende dimensies kijken, valt op dat Brainport Eindhoven op vier daarvan significant beter scoort dan de overig Nederland (figuur 5)[2].

[2] De ondervraagde bedrijven scoren op elk van de zeven dimensies beter dan de ondervraagd bedrijven in de rest van Nederland. Echter, alleen voor de dimensies echte prijzen, transparante ketens, groene energie en biodiversiteit zijn de verschillen statistisch significant, wat inhoudt dat we met grote waarschijnlijkheid kunnen stellen dat die verschillen ook gelden voor de totale bedrijvenpopulatie.

Figuur 5. Bedrijven in Brainport Eindhoven zijn verder in de transitie naar de nieuwe economie

Bron: RaboResearch

Laat de koplopers het peloton versnellen

Naast een hoger gemiddeld rapportcijfer, valt in Brainport Eindhoven in het bijzonder op dat de regio een grote groep koplopers telt. Maar liefst een op de vijf bedrijven krijgt een 8 of hoger (figuur 6). Landelijk maakt die groep zeven procent uit van het totaal. Dit betekent mogelijk een polarisatie in de transitie naar de nieuwe economie, waarin een grote groep bedrijven moeilijk meekomt. Er is echter ook een kans. Een relatief grote groep bedrijven in Brainport Eindhoven heeft blijkbaar de kennis en kunde in huis om de transitie door te maken. Achterblijvers in de regio kunnen veel van hen leren. Brainport Eindhoven kan zelfs landelijk de aanjager worden van de transitie, waar andere regio’s van kunnen leren.

Figuur 6. Bijzonder veel koplopers in Brainport Eindhoven

Bron: CBS, bewerking RaboResearch

Box 2: De nieuwe economie uitgelegd

Onze economie staat voor grote uitdagingen, onder meer op het gebied van klimaat, circulair ondernemen en inclusiviteit. Dit vraagt om een transitie van de economie en daarmee van het bedrijfsleven. Om toekomstbestendig te zijn, zullen ondernemers zich bewust moeten zijn van hun impact op de maatschappij en hun ecologische footprint.

De grote vraag is in hoeverre het Nederlandse bedrijfsleven is voorbereid op de nieuwe economie. En in welke mate dit verschilt tussen bedrijven uit verschillende sectoren, van verschillende grootte en uit verschillende regio’s. Om dit te meten ontwikkelde RaboResearch de ‘Nieuwe Economie Index voor Transitie van het bedrijfsleven’ (de NEx-T). Middels een enquête vroegen we ruim 1.500 bedrijven langs zeven dimensies naar hun voortgang op en voornemens om te voldoen aan de eisen van de nieuwe economie.

De zeven dimensies zijn: nieuwe rijkdom, echte prijzen, transparante ketens, inclusief ondernemen, groene energie, biodiversiteit en circulaire economie (figuur 7). In Brainport Eindhoven deden 62 bedrijven mee aan de enquête, voldoende om uitspraken te doen voor deze regio. De gestelde vragen in de enquête (bijlage 2) geven een indruk van de achtergrond van de zeven dimensies.

Om het bedrijfsleven een score te geven op de zeven dimensies en het totaal, zijn de antwoorden op de vragen genormaliseerd op een schaal van 1 tot 10. Deze rapportcijfers zijn gemiddeld per dimensie en vervolgens zijn de rapportcijfers voor de dimensies gemiddeld om tot een totaalscore te komen. Zo krijgt elk bedrijf een rapportcijfer per dimensie en voor het totaal. Door deze scores te middelen per regio, sector en grootteklasse, verkrijgen we totaalscores voor groepen bedrijven.

Figuur 7. De zeven dimensies van de nieuwe economie

Bron: RaboResearch

Lagere brede welvaart in Eindhoven

Zoals gezegd hebben de economie en de brede welvaart een wederkerige relatie. Voortdurende hoge economische groei gaat ten koste van meerdere brede welvaartsdimensies en is daarom niet duurzaam. In dit hoofdstuk nemen we de brede welvaart onder de loep (box 3). Hoe hoog is deze in vergelijking met de rest van Nederland? Zien we verschillen tussen de stad Eindhoven en de rest van de regio? En hebben bepaalde groepen een hoge of juist lage brede welvaart? EN hoe scoort de regio op de elf onderliggende welvaartsdimensies.

Box 3: Brede welvaart uitgelegd

De traditionele maatstaf voor welvaart is de omvang van de economie ten opzichte van de bevolking (en de groei daarvan). Economische groei is echter niet het enige wat telt voor de welvaart van mensen. Ook aspecten als gezondheid, huisvesting, veiligheid, sociale contacten en geluk zijn hiervoor van belang. Voor het vergroten van onze welvaart vormt economische groei daarom een beperkt kompas om op te koersen. Brede welvaart houdt wel rekening met die aspecten en krijgt daarom steeds meer voet aan de grond als kader voor maatschappelijke keuzes.

Brede welvaart bestaat uit elf dimensies. Een deel daarvan is economisch van aard, namelijk inkomen en baanzekerheid, maar ook een deel is meer persoonlijk, zoals gezondheid, persoonlijke ontwikkeling, de balans tussen werk en privé en subjectief welzijn (geluk). Sommige dimensies zijn sociaal van aard, te weten maatschappelijke betrokkenheid en sociale contacten. Tot slot heeft een deel te maken met de omgeving. Dat zijn veiligheid, huisvesting en milieu.

Om brede welvaart te meten, voert RaboResearch jaarlijks een enquête uit, waarin we ongeveer tienduizend mensen vragen om de elf dimensies van brede welvaart te waarderen (zie bijlage 1). Door de antwoorden van de respondenten op de elf vragen te aggregeren, krijgen we een totaalscore voor brede welvaart. En door de antwoorden te aggregeren naar groepen, kunnen we vergelijkingen maken tussen bijvoorbeeld naar opleiding of gebieden.

Figuur 8. De elf dimensies van brede welvaart

Bron: Universiteit Utrecht, RaboResearch

Brede welvaart in Eindhoven lager, maar in Overig Brainport hoger

In de jaren 2019, 2020 en 2021 vulden 662 inwoners van Brainport Eindhoven de brede welvaartsenquête van RaboResearch in, waarvan 209 van de stad Eindhoven en 453 van elders in Brainport[3]. Dat zijn er voldoende om te kunnen vergelijken met Nederland (figuur 3). Daaruit blijkt dat de brede welvaart in Brainport Eindhoven vergelijkbaar is met die in Nederland als geheel. Dat is niet vreemd, aangezien het een groot gebied is, met niet alleen steden, maar ook meer landelijke gebieden. Als we Eindhoven splitsen van de rest van Brainport, zien we wel duidelijke verschillen: Eindhoven scoort significant lager, de rest van de regio significant hoger dan Nederland. Ook dat is geen verrassing. Uit eerder onderzoek blijkt dat stedelijkheid negatief samenhangt met brede welvaart. Toch zijn er ook grote steden met een hoge brede welvaart, zoals Utrecht, eveneens een stad die een sterke groei doormaakt.

[3] In Helmond vulden 79 mensen de enquête in. Dat zijn er beduidend minder dan in Eindhoven. Bovendien ligt de brede welvaart in Helmond op basis van die groep respondenten op hetzelfde niveau als in de rest van Brainport (exclusief Eindhoven en Helmond). Daarom is Helmond in de analyse onderdeel van Overig Brainport.

Figuur 9. Lagere brede welvaart in Eindhoven

Bron: RaboResearch

De lagere score in Eindhoven is vooral te wijten aan de dimensie werk-privébalans. Verklaarbaar, want een hoge economische groei gaat gepaard met meer vraag naar arbeid en een lagere werkloosheid en/of meer werkuren per werknemer. Dat kan de balans tussen werk en privé verstoren. Wat verder opvalt, is dat Eindhoven niet significant beter scoort op de dimensie persoonlijke ontwikkeling. Relatief weinig mensen volgen een opleiding, cursus of training (figuur 10). Dat is verrassend, aangezien studentensteden daar vaak goed op scoren en Brainport Eindhoven juist uitblinkt in kennis en innovatie. Een punt van aandacht dus, zeker gezien de hoge krapte op de arbeidsmarkt.

Figuur 10. In Eindhoven werken minder mensen aan hun persoonlijke ontwikkeling

Bron: RaboResearch

In de buitengebieden van Brainport is de brede welvaart hoger. Ten opzichte van Eindhoven bedraagt het verschil 5 procentpunt. Dat lijkt weinig, maar gezien de beperkte spreiding van de scores van gebieden in Nederland, is dat een wezenlijk verschil. Ook als we het bijvoorbeeld zouden hebben over inkomen, dan is een verschil van 5 procentpunt aanzienlijk. Het meer landelijke deel van Brainport Eindhoven scoort beter dan Nederland op de dimensies subjectief welzijn (geluk), persoonlijke ontwikkeling, milieu, werk-privébalans en sociale contacten.

Grotere ongelijkheid in Eindhoven

Naast de druk die een hoge mate van stedelijkheid op delen van brede welvaart uitoefent, zien we ook vaak meer ongelijkheid in grote steden. Dit uit zich onder meer in grotere verschillen in brede welvaart tussen de inwoners: veel mensen met een lage brede welvaart, veel mensen met een hoge brede welvaart en dus een kleine middengroep. Zo ook in Eindhoven (figuur 11).

De figuur laat zien welk deel van de respondenten een bepaald niveau van brede welvaart heeft op een schaal van 0 tot 1. Het gros van de mensen zit tussen de 0,5 en de 0,9. Dat geldt voor Eindhoven, Overig Brainport en Nederland, dus in die zin hebben alle drie de gebieden een verdeling die je zou verwachten. Als we ze naast elkaar zien, zijn er echter duidelijke verschillen. In Eindhoven wonen veel meer mensen die lager scoren dan een 0,5, maar ook meer mensen die hoger scoren dan 0,9. Zeker gezien de lagere totale gemiddelde brede welvaart in Eindhoven is het aandeel met een hoge score opvallend.

Figuur 11. Grotere ongelijkheid in Eindhoven

Bron: RaboResearch

Mbo’ers in Brainport Eindhoven hebben een hoge brede welvaart

Ongelijkheid in Nederland manifesteert zich langs verschillende lijnen. Een daarvan is opleidingsachtergrond. Mensen met een vervolgopleiding (mbo, hbo of wo) hebben in Nederland een significant hogere brede welvaart dan mensen zonder vervolgopleiding (na hun middelbare schoolopleiding). Het verschil bedraagt 3 procentpunt. In Brainport Eindhoven is dat verschil met 6 procentpunt maar liefst twee keer zo groot. Dit komt voor een belangrijk deel doordat mbo’ers in de Brainport gemiddeld een significant hogere brede welvaart hebben dan mbo’ers elders in Nederland. Mogelijk wordt dit verklaard door de aard van de regionale economie. In gebieden met veel technische banen hebben praktisch geschoolden vaak meer mogelijkheden dan in gebieden met een grote dienstensector.[4]

De hogere brede welvaart van mensen met een vervolgopleiding zien we terug in meerdere dimensies (figuur 12). Niet alleen op persoonlijke ontwikkeling en de economische dimensies baanzekerheid en inkomen scoren zij beter, ook op huisvesting, gezondheid en werk-privébalans staan zij er beter voor. Dit maakt het nóg belangrijker om meer in te zetten persoonlijke ontwikkeling in de regio en daar een human capital agenda voor op te zetten.

[4] Zie Moretti in Stedelijke regio’s als motoren van economische groei.

Figuur 12. Verschillen in brede welvaart naar opleidingsachtergrond

Bron: RaboResearch

Druk op de woningmarkt vergroot de ongelijkheid

Zoals eerder beschreven is de verwachting dat Brainport Eindhoven ook de komende jaren fors groeit. Dit zet druk op meerdere welvaartsdimensies, mogelijk vooral de dimensie huisvesting, omdat de tekorten op de huizenmarkt nu al bijzonder groot zijn.

De kans is groot dat bepaalde groepen hier het meest onder gebukt gaan. In de brede welvaartsenquête vragen we naar de mate waarin men een geschikte woning heeft. Zowel in Nederland als geheel als in Brainport Eindhoven blijkt dat jongvolwassenen, werklozen en mensen zonder vervolgopleiding hier significant lager op scoren. Verder valt op dat ook mensen in Eindhoven minder goed scoren op de dimensie huisvesting. Oftewel, rekening houdend met de persoonskenmerken leeftijd, wel of geen vervolgopleiding en wel of niet werkloos, hebben Eindhovenaren minder kans op een voor hen geschikt huis.

Onderstaande figuren geven de verdeling van de respondenten weer over de antwoordmogelijkheden, waarbij onderscheid gemaakt is in hun verschillende kenmerken. Ter illustratie: van de vijftigplussers scoort ruim driekwart een 6 of een 7, van de dertigminners slechts 35 procent. Maar liefst één op de acht van die laatste groep geeft aan niet in een geschikt huis te wonen. Ook tussen werkenden en werklozen en tussen mensen met en zonder een vervolgopleiding zien we grote verschillen. Tot slot merken we op dat in Eindhoven de groep met een lage score groot is, maar dat ook de groep met de hoogste score groot is. Ook hier zien we de grotere ongelijkheid in de stad terug.

Figuur 13a. In welke mate hebben mensen uit verschillende leeftijdsklassen een geschikt huis?

Bron: RaboResearch

Figuur 13b. In welke mate hebben mensen met verschillende werkstatussen een geschikt huis?

Bron: RaboResearch

Figuur 13c. In welke mate hebben mensen met verschillende opleidingen een geschikt huis?

Bron: RaboResearch

Figuur 13d. In welke mate hebben mensen uit verschillende plaatsen een geschikt huis?

Bron: RaboResearch

Opgaven voor duurzaam ondernemen

Het economische succes van Brainport Eindhoven in de afgelopen en mogelijk de komende decennia brengt risico’s met zich mee. Delen van brede welvaart staan onder druk of komen onder druk te staan. Aangezien brede welvaart bovenaan de agenda staat en de economie baat heeft bij een hoge brede welvaart, is een andere economie nodig. Een economie die duurzaam en inclusief is en waarbinnen ondernemerschap rekening houdt met de effecten op brede welvaart.

Uit deze conclusie en de beschreven analyses volgen opgaven die hieronder kort worden besproken. Met als doel om de transitie naar duurzaam ondernemen van bedrijven en daarmee de transitie naar de nieuwe economie te versnellen.

1. Zet brede welvaart centraal en boven alle beleidsvelden

Brede welvaart zou centraal moeten staan als toetsingskader voor al het beleid. Dit blijft een van de belangrijkste opgaven. Niet alleen omdat brede welvaart het ultieme doel is en beleid op alle terreinen daaraan ondergeschikt is. Ook omdat het de beleidsvelden verbindt en het debat structureert en vereenvoudigt. Als brede welvaart centraal staat, is de vraag van elke beleidsmaatregel eenvoudig: wat zijn de effecten op brede welvaart? Dit hoeft niet te betekenen dat beleid met negatieve effecten geen doorgang kan vinden, bijvoorbeeld als de positieve effecten daartegen opwegen. Het betekent wel dat dergelijke afwegingen expliciet worden gemaakt.

2. Versnel de transitie naar de nieuwe, duurzame en inclusieve economie

In de transitie naar een nieuwe economie zien we dat Brainport Eindhoven voorloopt op de rest van Nederland. Toch heeft de regio nog een lange weg te gaan. Om de transitie te versnellen, kan de Brainport bouwen op een relatief zeer grote groep koplopers, maar er zijn ook bedrijven die nog niet zo ver zijn. Laatstgenoemden kunnen veel leren van de kopgroep, dus daar ligt een grote kans. Zet ze bij elkaar, organiseer een dialoog en laat de kopgroep het peloton versnellen. Gezien de sterke netwerken in Brainport Eindhoven biedt de grote groep koplopers ook een kans om van Brainport Eindhoven een aanjager binnen Nederland te maken.

3. Maak een human capital agenda voor een sterkere arbeidsmarkt

Mensen met een vervolgopleiding hebben een hogere brede welvaart dan mensen zonder vervolgopleiding. Dat geldt in het bijzonder voor Brainport Eindhoven. Tegelijkertijd zien we dat in Eindhoven relatief weinig mensen werken aan hun persoonlijke ontwikkeling. Bovendien is de dimensie human capital van de acht raderen van economische groei de enige waar de regio niet op uitblinkt. En dat terwijl Brainport Eindhoven zo’n sterk kenniscluster huisvest. Voldoende redenen om te werken aan een human capital agenda. Dit kan de arbeidsmarktkrapte verlichten, meer mensen laten meedoen en daarmee de brede welvaart verhogen.

4. Versnel de woningbouwproductie met aandacht voor doelgroepen

Huisvesting is een van de brede welvaartsdimensies die momenteel flink onder druk staan. Door de hoge verwachte economische groei wordt de vraag naar huizen de komende tijd alleen maar hoger. Aandacht voor doelgroepen is daarbij essentieel, want mensen zonder vervolgopleiding, werklozen en jongeren geven vaker aan in een minder geschikt huis te wonen.

Bijlage 1: enquêtevragen NEx-T

Bijlage 2: enquêtevragen brede welvaart

Colofon

RaboResearch Nederland

www.rabobank.nl/kennis

Contact RaboResearch

Otto Raspe, email: otto.raspe@rabobank.nl

Contact Rabobank Kring Oost-Brabant

Marc Cootjans, email: marc.cootjans@rabobank.nl

Auteurs

Rogier Aalders
Otto Raspe
Floris Jan Sander