Update

Grote verschillen tussen regio’s in een haperende economie

17 juni 2023 5:30 RaboResearch

Voor de meeste regio’s ziet 2023 er niet rooskleurig uit, met nauwelijks groei of zelfs krimp. Groot-Amsterdam en Brainport Eindhoven springen er in 2023 positief uit.

Eindhoven Cityscape, Netherlands.

Wij verwachten dat de Nederlandse economie in 2023 met 0,6 procent groeit. Dit is lager dan onze prognose van maart dit jaar en dat komt grotendeels door de verrassende krimp van de economie in het eerste kwartaal. Voor 2024 verwachten we een groei van 0,9 procent. De ruimte om verder te groeien wordt de komende twee jaar begrensd door onder meer personeelstekorten. Een tekort aan personeel belemmert de productie of de activiteiten van bedrijven namelijk vaker dan dat een onvoldoende vraag dat doet. Intussen blijft de vraag naar goederen en diensten redelijk op peil, grotendeels gedreven door overheidsbestedingen en consumptie van huishoudens.

De vooruitzichten verschillen aanzienlijk per sector. Zo groeit de bouw dit jaar het hardst met 3,4 procent. Bouwbedrijven presteerden in het eerste kwartaal van 2023 goed. Bovendien voldoen veel gebouwen niet meer aan de eisen van deze tijd. Ze moeten worden verduurzaamd, goed worden onderhouden, of gerenoveerd. Ook de ICT-sector en zakelijke dienstverlening groeien dit jaar harder dan andere sectoren. De ICT-sector groeit naar verwachting met 1,9 procent, maar dit is wel een afvlakking van de groei. In tijden van macro-economische tegenwind worden bedrijven meer kostenbewust en investeren ze minder in ICT. Daarnaast zien we dat bedrijven in tijden van afvlakkende omzet en minder groei kijken hoe ze efficiënter kunnen werken, bijvoorbeeld door automatisering en/of digitalisering. De specialistische zakelijke dienstverlening is ook onderhevig aan de verslechterende macro-economische omstandigheden. Maar tegelijkertijd staan ondernemers voor uitdagingen – zoals geopolitieke spanningen, personeelstekort en oplopende rente – wat de vraag naar specialistisch advies verhoogt.

Er zijn ook sectoren die dit jaar krimpen. De grootste krimp voorzien we in de logistieke sector, naar verwachting met 1,5 procent in 2023. Voor het eerst in jaren observeren we weer een serieuze afname van de volumes en omzetten in deze sector. En ook voor de industrie verwachten we dit jaar krimp. In april verminderde de dagproductie van de industrie zelfs met 12 procent jaar-op-jaar, de grootste krimp sinds 2009. Maar let wel, de industrie is een hele diverse sector en de verschillen binnen deze sector zijn groot. Zo verwachten wij dat de omzet van de machine-industrie juist licht zal stijgen in 2023, terwijl de prognoses voor de zware industrie – bijvoorbeeld de chemische industrie – negatiever zijn. Sowieso presteerde de branche machinebouw[1] binnen de industrie de afgelopen jaren uitzonderlijk goed.

De verwachte groeiverschillen in de sectoren werken via de sectorstructuur van regio’s door in onze economische prognoses voor de regio’s. Daarnaast zijn regionale omstandigheden van belang in de prognoses, waardoor sectoren in de ene regio beter presteren dan in de andere. We kijken in deze studie specifiek naar de economische ontwikkeling van regio's. Een bredere welvaartsbenadering voor Nederland en haar regio's beschrijven we in deze studie.

[1] Hier vallen bijvoorbeeld landbouwmachines, machines voor de logistiek en lithografiemachines (vooral het bedrijvencluster in de regio van Eindhoven, zoals ASML) onder.

Een derde van de regio’s krimpt in 2023

De economie in de meeste regio’s groeit in 2023 nauwelijks en voor dertien van de veertig regio’s voorzien we zelfs krimp (zie figuur 1). Deze regio’s bevinden zich vooral in Noord-Nederland en delen van Noord- en Zuid-Holland (rondom Groot-Amsterdam). Wij verwachten de grootste economische krimp in de regio’s Overig Groningen, IJmond en Zuidoost-Drenthe. Dit is deels te wijten aan de lagere opbrengsten uit de delfstoffenwinning[2]. In IJmond komt het vooral door de krimpende industrie (die met onder andere de aanwezigheid van Tata Steel sterk vertegenwoordigd is in de regio) en minder gunstige regionale omstandigheden (zie ook box 1). Daarnaast verwachten we krimp in Zuidwest-Friesland, Gooi en Vechtstreek, Agglomeratie Haarlem, Oost-Zuid-Holland (omgeving Gouda) en Agglomeratie Leiden en Bollenstreek. Ook hier spelen de minder gunstige regionale omstandigheden een grote rol. Zo zijn er in de agglomeraties Haarlem en Leiden en Bollenstreek relatief weinig clusters van sectoren en worden er minder nieuwe bedrijven opgericht dan elders. Hetzelfde geldt voor Oost-Zuid-Holland (omgeving Gouda), waar bovendien het leef-woonklimaat achterblijft. In IJmond worden ook minder nieuwe bedrijven opgericht dan elders, terwijl in Zuidwest-Friesland de kennisinfrastructuur achterblijft. Deze factoren bepalen deels de economische groei van regio's (zie box 1).

De achterblijvende ontwikkeling van de logistieke sector heeft zijn weerslag op Groot-Rijnmond, Delfzijl en omgeving en Noord-Limburg. De verwachte krimp van de industrie raakt – naast IJmond – ook Zeeuws-Vlaanderen, de Achterhoek en Delfzijl en omgeving.

Daarentegen zijn de verwachtingen voor de bouw, ICT en zakelijke dienstverlening gunstiger. De bouw is een grote sector in de Veluwe en Noord-Overijssel en zij profiteren daarvan. De ICT-sector en de zakelijke dienstverlening zijn groot in Utrecht en Groot-Amsterdam. Daarom valt ook voor deze regio’s het groeicijfer hoger uit dan landelijk.

Zuidoost-Friesland (omgeving Heerenveen en Drachten), Delft en Westland, de Veluwe (omgeving Apeldoorn en Wageningen) en Noord-Overijssel (omgeving Zwolle) profiteren van gunstige regionale omstandigheden en groeien daarom naar verwachting ook harder dan landelijk het geval is. Verschillende factoren spelen een rol binnen het regionale ondernemerschapsklimaat. Deze zorgen er samen voor dat de motor van economische groei soepel loopt (zie box 1).

[2] Als we daarvoor corrigeren (en die sector niet meenemen in de prognoses) zijn de groeicijfers als volgt: Overig Groningen 0,4 procent en Zuidoost-Drenthe -0,8 procent. De delfstoffenwinning heeft ook een impact in Noord-Drenthe en Noord-Friesland. Correctie voor deze sector levert voor Noord-Drenthe 0,4 procent en Noord-Friesland 0,3 procent groei op.

Box 1. Regionaal-economische groei hangt vooral af van specifieke regionale omstandigheden

Vooral regionale omstandigheden verklaren de groeipatronen van de regio’s, zowel in positieve als in negatieve zin. Tenminste acht factoren zijn belangrijk voor regionaal-economische groei. Dit zijn:

  1. Innovatieve clusters van samenwerkende bedrijven;
  2. Ondernemerschapsdynamiek: nieuwe en groeiende bedrijven;
  3. Human capital: kwaliteiten van de beroepsbevolking;
  4. Kennisinfrastructuur;
  5. Fysieke infrastructuur: bereikbaarheid (inter)nationaal en regionaal;
  6. Financiering;
  7. Governance: de samenwerking en strategievorming tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen;
  8. Kwaliteit van de leefomgeving: aantrekkelijke voorzieningen en een goede milieukwaliteit.

Dit zijn de acht raderen van economische groei.

In brede zin gaat het dus om het ondernemerschapsklimaat voor bedrijven. Bedrijven floreren door deze (harde en zachte) regionale kwaliteiten en dragen daar ook zelf aan bij. Een economie die daarmee ook bijdraagt aan de brede welvaart (wat mensen van waarde vinden) is daarbij steeds meer de norm: een economie die koerst met het kompas van de brede welvaart.

Groot-Amsterdam en Brainport Eindhoven springen er in positieve zin uit

Twee regio’s springen er dit jaar uit in positieve zin: Groot-Amsterdam (2,5 procent groei) en Brainport Eindhoven (2,2 procent groei). Brainport Eindhoven zit op het groeipad van voor de coronapandemie. Groot-Amsterdam is echter hard geraakt door de coronapandemie en heeft daardoor wel een achterstand opgelopen. Maar Groot-Amsterdam groeide vorig jaar alweer hard en ook voor dit jaar voorzien we een sterke groei in vergelijking met andere regio’s. Beide regio’s danken hun relatief hoge groeiverwachting vooral aan gunstige regionale omstandigheden, zoals de hoge dichtheid en massa van de economie, clusters van samenwerkende bedrijven, de grote en goed opgeleide arbeidsmarkt en de kennisnetwerken (zie box 1).

Voor de economische vooruitzichten voor Brainport Eindhoven weegt mee dat juist de specialistische hightech industrie het beter doet dan de brede sector industrie. Binnen de industrie is de (keten van bedrijven in de) machinebouw een belangrijke trekker gebleken (met toonaangevende wereldspelers als ASML).[3]

[3] In onze prognose nemen we de totale industrie mee. Dat regio’s verschillen in specialisaties van verschillende typen industrie. Dat zit deels in het regio-effect van de prognoses (zie de paragraaf ‘Wat verklaart de regionale verschillen?’). In onze omzetprognoses zie je dat de machine-industrie binnen de totale industrie een belangrijk groeisegment is.

Figuur 1: Groot-Amsterdam en Brainport Eindhoven groeien het hardst in 2023

Bron: RaboResearch

Wat verklaart de regionale groeiverschillen?

De regionale verschillen in economische groei zijn deels toe te schrijven aan verschillen in de economische structuur. Gebieden met grote groeisectoren hebben een beter uitgangspunt voor groei dan gebieden met veel bedrijven in sectoren die krimpen of minder hard groeien. Dit noemen we het sectoreffect. Regionale groei blijkt echter nog meer af te hangen van specifieke regionale omstandigheden. Denk daarbij aan de voordelen die bedrijven ontlenen aan de nabijheid van andere bedrijven en kennisinstellingen, een goed opgeleide beroepsbevolking en een gunstig leefklimaat. Het effect van deze regionale omstandigheden op de economie heet het regio-effect.

In onze regioprognoses houden we rekening met beide effecten. Het sectoreffect berekenen we aan de hand van onze laatste sectorprognoses en de economische structuur van de regio’s. Het regio-effect baseren we op groeicijfers uit het verleden. Voor de prognose van 2023 gebruiken we gerealiseerde economische groeicijfers tussen 2010 en 2019, een periode met wisselende economische groei. We gaan ervan uit dat regio’s met een gunstig regio-effect dit jaar en ook volgend jaar harder groeien, terwijl regio’s met een ongunstig regio-effect minder hard groeien, of zelfs krimpen.