Update

Inflatiemonitor Nederland november: inflatie in rustiger vaarwater

30 november 2023 19:30 RaboResearch

Een sterke stijging van het algemene prijspeil – ofwel inflatie – kan de koopkracht van huishoudens uithollen en de winsten van bedrijven aantasten. In de inflatiemonitor voor de Nederlandse economie leggen we de inflatiecijfers uit en presenteren we onze inflatieverwachtingen.

Figuur

In het kort

De afgelopen twee jaar domineerde de hoge inflatie het economische nieuws. We hebben in die periode in de inflatiemonitor op maandelijkse basis duiding gegeven aan de Nederlandse ontwikkeling van het gemiddelde prijspeil en onze inflatieverwachtingen gepresenteerd. Aangezien de inflatie de komende tijd waarschijnlijk in rustiger vaarwater komt, brengen we de frequentie van de monitor terug tot één keer per kwartaal. Mochten zich onvoorziene situaties voordoen die (grote) invloed hebben op de Nederlandse inflatie, dan publiceren we hierover op ad-hocbasis. Voor meer informatie over onze methodologie om de Nederlandse inflatie te voorspellen, verwijzen we naar de bijlage bij de inflatiemonitor van juni.

Flashcijfers voor november 2023

Het voorlopige inflatiecijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voor november 2023 kwam uit op 1,4 procent (zie figuur 1). Dit betekent dat het gemiddelde consumentenprijspeil in november van dit jaar 1,4 procent hoger lag dan in dezelfde maand in 2022. De stijgende prijzen van diensten leverden ook in november de grootste bijdrage aan de stijging van de consumentenprijzen (zie tabel 1). De lagere energieprijzen drukten het inflatiecijfer juist.

We hadden zelf voor november 2,0 procent (j-o-j) inflatie in de boeken staan. Vooral de kerninflatie - de inflatie exclusief voedsel en energie – was met 3,8 procent (j-o-j) lager dan we hadden voorzien. Dit kwam onder meer doordat de productenprijsinflatie in november harder daalde dan verwacht (-4,4 procent realisatie versus -0,9 procent verwacht). Daarnaast was ook de economische tegenwind iets steviger dan we eerder dachten (cumulatief 1,1 procent bbp-krimp in 2023). Daardoor koelt de oververhitte Nederlandse economie sneller af, met neerwaartse druk op prijzen tot gevolg.

Figuur 1: Inflatie in november 2023 kwam uit op 1,4 procent

Figuur
Bron: Eurostat, CBS, RaboResearch

Tabel 1: Heatmap inflatiecijfers

Figuur
Opmerking: de tabel geeft de bijdrage van de componenten aan het totale inflatiecijfer weer. Bron: Eurostat, CBS, RaboResearch

Inflatieverwachtingen: komende tijd in rustiger vaarwater

We verwachten dat de inflatie zich de komende tijd in rustiger vaarwater begeeft. In onze prognoses neemt de inflatie de komende maanden gestaag af (zie figuur 2 en tabel 2). We hebben de raming van de kerninflatie iets verlaagd, omdat de daling harder gaat dan we aanvankelijk hadden voorzien. Ook het verschil tussen de officiële HICP en alternatieve HICP verdwijnt de komende periode grotendeels (zie figuur 2).

Figuur 2a: Officiële HICP

Figuur
Bron: CBS, RaboResearch

Figuur 2b: Alternatieve HICP

Figuur
Bron: CBS, RaboResearch

De loongroei blijft de komende tijd naar verwachting hoog, wat via de producentenprijzen en dienstenprijzen voor opwaartse druk op de inflatie zorgt. Maar hier staat tegenover dat de kapitaalmarktrente naar verwachting wat langer hoog blijft dan we eerder dachten. Dat drukt de bestedingen en investeringen, wat juist een remmend effect heeft op de inflatie. De stagnatie van de economie houdt naar verwachting nog een tijd aan. Voor 2024 komen we uit op een gemiddeld inflatiecijfer van 2,3 procent, iets lager dan de 2,5 procent die we bij onze vorige inflatiemonitor voorspelden. Voor 2025 verwachten we een gemiddeld inflatiecijfer van 2,4 procent. Zowel in 2024 als in 2025 ligt de Nederlandse inflatie dus nog boven de inflatiedoelstelling van 2 procent van de ECB. Dit komt onder andere doordat de hoge loongroei – met een vertraging – blijft doorwerken in de kerninflatie.

Tabel 2: Inflatie blijft komende jaren iets hoger dan inflatiedoelstelling ECB

Figuur
Bron: RaboResearch, CBS

Op de verschillende onderdelen van de inflatie gaan we in het restant van deze monitor separaat in.

Energieprijzen

Hoewel de decembermaand nog maar net is begonnen, lijkt de winter inmiddels zijn intrede te hebben gedaan in Europa. Hevige sneeuwval teisterde vorige week Oost-Europa. In de Alpen is op veel plekken anderhalve meter sneeuw gevallen, wat resulteert in de beste start van het wintersportseizoen sinds 2005. Ook in Nederland vriest het ’s nachts en zijn de eerste winterse buien inmiddels een feit. Het winterweer zorgt voor een hoger gasverbruik. Toch heeft dit nauwelijks gezorgd voor bewegingen op de groothandelsmarkten voor gas en elektriciteit (zie figuur 3). Sterker nog, de TTF-gasprijs is gedaald van 50 euro per megawattuur (MWh) in oktober tot 40 euro op dit moment.

Figuur 3: Gasprijs ondanks winterweer alleen maar gedaald

Figuur
Bron: ICE, Macrobond

Wat ongetwijfeld meespeelt in de prijsongevoelige reactie op het winterweer is dat Europa goed voorbereid de winter ingaat. De gasvoorraden zijn in het vulseizoen maximaal gevuld, zowel in Nederland als in de rest van Europa (zie figuur 4). Dat is hoger dan de Europese vulgraadverplichting voor 2023 van 90 procent. Een korte periode van koud weer leidt bovendien niet meteen tot een grote verschuiving in het gasverbruik dat marktpartijen verwachten voor de gehele winter van 2023/2024.

Figuur 4a: Nederlandse gasvoorraad maximaal gevuld

Figuur
Bron: GIE, Macrobond

Figuur 4b: Europese vulgraden veel hoger dan gemiddeld

Figuur
Bron: GIE, Macrobond

Er zijn niet alleen hoge vulgraden van Europese gasvoorraden. Ook het aanbod van vloeibaar aardgas (LNG) richting Europa verloopt voorspoedig, onder andere door een hogere productie van de Texaanse Freeport LNG-terminal. Tijdens de vorige winter kwam de verscheping van LNG vanuit deze terminal nog (deels) stil te liggen vanwege een grote brand. Al met al gaan we uit van een gestage stijging van de gasprijs tot maximaal 50 euro per MWh. De energierekening voor huishoudens blijft daardoor vrij stabiel. Wel blijven er risico’s, bijvoorbeeld wanneer Europa te maken krijgt met een zeer koude winter of wanneer de oorlog tussen Israël en Hamas uitbreidt naar andere landen in het Midden-Oosten.

Scenario I: winter van 1963

Het gasverbruik in Nederland is sinds 2022 sterk teruggelopen (zie figuur 5). Dit heeft deels te maken met veel mildere temperaturen dan gemiddeld, maar ook met efficiënter gebruik van energie door industrie en huishoudens, bijvoorbeeld door gedragsverandering. Ondanks een fors lagere gasprijs dan een jaar geleden is de besparing op gas nog steeds heel hoog (zie figuur 6).

Figuur 5: Gasverbruik in Nederland ligt afgelopen twee jaar aanzienlijk lager dan normaal

Figuur
Bron: CBS, GIE, Macrobond, RaboResearch

Het gasverbruik lag in oktober 35 procent lager dan het te verwachten verbruik op basis van het weer en de economische productie. Hiervan kwam 13 procentpunt door hoger dan gemiddelde temperaturen in oktober (in september zorgde het milde weer zelfs voor 16 procentpunt extra gasbesparing). De overige 24 procentpunt kwam echter door andere factoren, zoals efficiënter gebruik van energie en gedrag. Dat de besparing op het gasverbruik in oktober weer steeg, kan te maken hebben met het feit dat de gasprijs in deze maand sterk opliep van 36 euro (per MWh) naar 54 euro.

Figuur 6: Nederland bespaart nog altijd veel op gasverbruik

Figuur
Bron: CBS, KNMI, RaboResearch

Een zeer strenge winter zou ervoor kunnen zorgen dat het gasverbruik zeer sterk oploopt (zie figuur 4). De strengste winter van de 20e en 21e eeuw was de winter van 1963. In januari van dat jaar was de gemiddelde temperatuur -5,3 graden Celsius en ook februari was destijds met -3,5 graden uitzonderlijk koud. Om de kou in perspectief te plaatsen: in 1963 startten er 10.000 deelnemers aan de Elfstedentocht, van wie er slechts 129 finishten, waaronder de legendarische winnaar Reinier Paping. Mocht Nederland te maken krijgen met vergelijkbare omstandigheden, dan stijgt het gasverbruik volgens onze modellen naar 8,7 miljard m3 in januari (in plaats van iets meer dan 5 miljard m3 in een normale winter) en 7,3 miljard m3 in februari (normale winter: 4,8 miljard m3).

Dat zou tot een snelle daling van de Nederlandse gasvoorraad leiden, maar volgens onze berekeningen hebben we voldoende gas om zelfs zo’n extreme winter door te komen (zie figuur 7). Bij deze berekening hebben we er rekening mee gehouden dat we in Nederland structureel op het gasverbruik blijven besparen, zoals zichtbaar is in figuur 6. Door de enorme prijsstijgingen van gas en elektriciteit door dreigende schaarste, kunnen deze besparingen zelfs nog hoger uitvallen dan waar we nu rekening mee hebben gehouden. Waar we geen rekening mee hebben gehouden, is dat tekorten in andere Europese landen mogelijk groter zijn dan in Nederland. Dat zou tot een andere verdeling van aardgas kunnen leiden. Als de Europese markt voor aardgas blijft functioneren, zorgt de markt ervoor dat vanzelf meer gas vloeit naar landen met grote tekorten. Vorig jaar hebben we dat mechanisme in werking gezien. Hoewel Duitsland veel afhankelijker was van Russisch gas dan Nederland, waren er nauwelijks verschillen tussen de Nederlandse TTF-gasprijs en de Duitse ETH-gasprijs. Binnen Europa is daarnaast afgesproken dat landen die beschikken over voldoende gas verplicht zijn om andere landen te helpen wanneer daar gastekorten dreigen. Kortom: we komen een winter zoals die van 1962/63 waarschijnlijk wel door, maar het wordt dan wel een zeer dure winter.

Figuur 7: In een vergelijkbare winter als 1963 zou de Nederlandse gasvoorraad snel teruglopen

Figuur
Bron: RaboResearch op basis van data van CBS, KNMI

Scenario II: escalatie Midden-Oosten

Een tweede scenario waarbij de energieprijzen sterk zouden kunnen stijgen, is wanneer de oorlog tussen Israël en Hamas zou uitbreiden naar andere landen in het Midden-Oosten. Daarbij bestaat het risico dat handel via twee logistieke knelpunten in de regio wordt bemoeilijkt of zelfs helemaal onmogelijk wordt (zie figuur 8).

Het eerste knelpunt is het Suezkanaal, dat bij actieve betrokkenheid van Egypte in het conflict onbevaarbaar zou kunnen worden, vergelijkbaar met het incident met de Ever Given twee jaar geleden. Het tweede knelpunt is de Straat van Hormuz, cruciaal voor het transport van olie en gas. Als Iran actief betrokken raakt en dreigt het scheepvaartverkeer in de straat aan te vallen, kan dit de prijzen van olie en gas wereldwijd doen stijgen.

Figuur 8: Knelpunten in verschepingsroutes: het Suezkanaal en de Straat van Hormuz

Figuur
Bron: RaboResearch

In het beperkte escalatiescenario, waarbij het conflict uitbreidt naar Egypte en rederijen het Suezkanaal vermijden, zijn de gevolgen nog beperkt met een verwachte stijging van de olieprijs op korte termijn tot boven de 100 dollar (USD) per vat en op middellange termijn tot 110 dollar (zie figuur 9b). De prijs van aardgas kan in korte tijd bijna verdubbelen (zie figuur 9a), wat huishoudens met variabele energiecontracten direct zullen voelen. De gevolgen voor de inflatie in 2024 blijven beperkt tot ruim een procentpunt, te weten 3,5 procent in plaats van 2,3 procent.

In het brede escalatiescenario, waarbij ook Iran en Saudi-Arabië betrokken raken en de Straat van Hormuz onbevaarbaar wordt, zijn de gevolgen ernstiger. De olieprijs kan dan snel stijgen tot meer dan 130 dollar per vat op korte termijn en zelfs tot boven de 160 dollar op middellange termijn. De prijs van aardgas zal dan waarschijnlijk meer dan verdubbelen. Wereldwijd hebben hogere energieprijzen gevolgen voor energie-intensieve sectoren en huishoudens, die mogelijk 30 tot 40 procent meer gaan betalen voor gas en elektriciteit. De inflatie bedraagt in dit scenario naar verwachting gemiddeld 5 procent over heel 2024, met pieken tot 6 procent gedurende het jaar.

Figuur 9a: Gasprijzen in drie scenario’s

Figuur
Bron: ICE, RaboResearch

Figuur 9b: Olieprijzen in drie scenario’s

Figuur
Bron: ICE, RaboResearch

Diesel en benzine

Na de initiële schok omhoog na de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober, heeft de olieprijs de weg omlaag weer gevonden. Een vat Brent-olie is met een prijs van 81 dollar (USD) momenteel zelfs goedkoper dan begin oktober.

We verwachten dat de olieprijs dit kwartaal uitkomt op een gemiddelde prijs van 81 dollar, maar dat deze daarna wel weer stijgt. Zolang de eerdergenoemde escalatiescenario’s in het Midden-Oosten geen realiteit worden, is onze inschatting dat de prijs voor een vat Brent-olie pas in het tweede kwartaal van 2025 voor langere tijd boven de 100 dollar komt (zie basispad figuur 9b)

Net als vorige maand zijn de brandstofprijzen in november weer iets gedaald ten opzichte van een maand geleden. De benzineprijs piekte medio september op een niveau van 2,14 euro per liter en is sindsdien met 19 cent gedaald tot 1,95 euro per liter. Hoewel dit goed nieuws is voor huishoudens met een auto, is dit in historisch perspectief nog altijd een hoge prijs. De afgelopen tien jaar kostte een liter benzine gemiddeld bijna 30 cent minder dan de huidige prijs. Bovendien verwachten we in het licht van de stijgende olieprijzen dat de benzineprijs volgend jaar weer iets oploopt.

Ook de dieselprijs is de afgelopen twee maanden gedaald, van gemiddeld 1,96 euro per liter medio september naar 1,78 euro eind november. Ondanks deze prijsdaling is diesel nog altijd zo’n 40 cent per liter duurder dan gemiddeld over de afgelopen tien jaar.

Boodschappen niet goedkoper; inflatiecijfer daalt verder

Net als in de afgelopen maanden zijn de voedingsmiddelenprijzen ook in november vrij stabiel gebleven. De consumentenprijzen in de supermarkt liepen gemiddeld zo’n 0,1 procent op ten opzichte van eind oktober. De verschillen tussen de productcategorieën zijn wel iets groter. De prijzen voor verse groenten, maaltijdsauzen en beschuit gingen in vier weken rond de 5 procent omhoog. Aardappelen, varkensvlees en diepvriesmaaltijden werden iets goedkoper (zie tabel 3).

Het inflatiecijfer blijft gestaag teruglopen. In de snelle raming noteerde het CBS een prijsstijging voor voedingsmiddelen van 7,2 procent ten opzichte van eind november 2022. Rond de jaarwisseling verwachten we dat de jaar-op-jaar-inflatie kan zakken tot onder de 5 procent. De gemiddelde voedselprijsinflatie voor dit jaar komt naar verwachting uit op 11,2 procent.

Tabel 3: Prijsontwikkeling in Nederlandse supermarkten

Figuur
Opmerking: Prijsontwikkeling gebaseerd op schap-prijzen, dus exclusief aanbiedingen, in een beperkt aantal full-service supermarkten. Bron: RaboResearch

Ook in 2024 dalen de gemiddelde voedingsmiddelenprijzen niet

De prijsonderhandelingen tussen voedingsproducenten en supermarkten zijn inmiddels in volle gang. Inkopers zullen de producenten wijzen op de verwachting dat wereldmarktprijzen voor de belangrijkste landbouwgrondstoffen gaan dalen. Fabrikanten zullen daar tegenin brengen dat nog niet alle kostenstijgingen van de afgelopen dertig maanden zijn verrekend in hun producentenprijzen en dat met name de personeelskosten nog steeds oplopen. De gesprekken verlopen – zoals verwacht – op het scherpst van de snede. Ongetwijfeld zien we daar de komende weken meer van in de media of op de winkelschappen. De eventuele druk op producentenprijzen is echter geen garantie voor dalende consumentenprijzen. Supermarktorganisaties moeten namelijk nog de nodige margedruk repareren. Voor 2024 verwachten we daarom een gemiddelde prijsstijging voor de boodschappen van tussen de 1 en 2 procent.

Lonen stijgen, maar effect op kerninflatie beperkt

De afgelopen twee jaar bleef de stijging van de cao-lonen achter bij de inflatie en zijn huishoudens er, ondanks steunmaatregelen van de overheid, gemiddeld genomen in koopkracht sterk op achteruit gegaan. In 2024 gaan veel nieuwe cao’s in, waarbij in de loononderhandelingen is uitgegaan van het officiële inflatiecijfer van 2023, dat fors lager ligt dan het cijfer van 2022. In bedrijfstakken waar de hoge inflatie van 2022 niet volledig was meegenomen in de cao voor 2023, zou de indexatie wel hoger kunnen uitvallen. Of en in welke mate dat gebeurt, hangt uiteraard af van veel verschillende factoren zoals de ontwikkeling van de productiviteit per uur, de winstgevendheid en de economische vooruitzichten in sectoren. Al met al verwachten we dat de lonen in 2024 gemiddeld 6,3 procent hoger liggen dan in 2023. Doordat de inflatie het komende jaar afneemt en gemiddeld een stuk lager uitkomt (2,1 procent op basis van de alternatieve CPI), neemt de koopkracht toe en worden huishoudens grotendeels gecompenseerd voor de eerdere koopkrachtverliezen.

Figuur 10a: Cao-uurloon in 2025 op niveau prijspeil

Figuur
Bron: CBS, RaboResearch

Figuur 10b: Koopkracht stijgt in 2024

Figuur
Bron: CBS, RaboResearch

Hogere lonen zorgen ook voor hogere kosten voor bedrijven. Zeker in de dienstensector kan dit tot hogere prijzen leiden, omdat de kosten van arbeid in die sector een grote post vormen. We gaan voor die sector uit van een gemiddelde prijsstijging van 2,7 procent. Ook kan de gestegen koopkracht zorgen voor een hogere vraag, wat voor verdere opwaartse prijsdruk kan zorgen. Doordat de economie de afgelopen kwartalen echter flink is afgekoeld en ook komend jaar naar verwachting niet snel zal aantrekken, blijft prijsdruk vanuit de vraagkant zeer beperkt. We verwachten dat de kerninflatie daardoor in 2024 uitkomt op 2,9 procent.