Opinie

Polderen zonder jongeren

24 april 2023 12:35 RaboResearch

Werkgeversorganisaties en vakbonden zijn nauw betrokken geweest bij de vormgeving en uitwerking van de arbeidsmarktplannen van het kabinet. Maar hoe evenwichtig is die invloed van de vakbond op het arbeidsmarktbeleid nog?

Labor law attorney legal business concept internet technology.

Deze maand heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Karien van Gennip haar arbeidsmarktplannen naar de Tweede Kamer gestuurd. Werkgeversorganisaties en vakbonden hadden blijkbaar een flinke vinger in de pap: FNV-voorzitter Tuur Elzinga meldde trots dat ‘de polder’ nauw betrokken is geweest bij de uitwerking van de plannen.

Maar hoe evenwichtig is die invloed van de vakbond op het arbeidsmarktbeleid nog? Begrijp ons niet verkeerd: we zijn voorstander van een sterke vakbond. Dat is makkelijker overleggen voor de overheid en werkgevers. Bovendien staan werknemers individueel vaak zwak tegenover werkgevers. Maar een groeiend probleem is dat het ledenbestand van de Nederlandse vakvereniging bepaald geen afspiegeling meer is van de Nederlandse werknemers (zie figuur 1). Zo’n 75 procent van de vakbondsleden bestaat uit mensen die ouder zijn dan 45 jaar en meer dan 20 procent heeft zelfs de pensioengerechtigde leeftijd. Die scheve leeftijdsverdeling is ook terug te zien bij het belangrijkste beslissingsorgaan van de grootste vakvereniging, de FNV: het ledenparlement. Dat bestaat uit 103 vertegenwoordigers, met liefst achttien vertegenwoordigers voor de sector Senioren. Ter vergelijking: de sector Jong telt er slechts één.

Figuur 1: Vakbond verre van goede afspiegeling van de arbeidsmarkt

Bron: CBS. Noot: jonger dan 25 jaar betekent vanaf 15 tot en met 24 jaar onder werknemers; AOW-leeftijd en ouder betekent 66 tot en met 74 jaar onder werknemers.

Nu hoeft een scheve leeftijdsverdeling van de achterban van de vakbond op zichzelf geen probleem te zijn, zolang de vakbond opkomt voor de belangen van alle werkenden. Dus ook voor die van jongeren, de toekomstige werkenden en mensen die nu nog langs de zijlijn staan, maar wel willen werken. Op dit moment heeft het er echter alle schijn van dat de bonden hun oren vooral laten hangen naar hun vergrijsde achterban. Zo ontbreken in de kabinetsplannen maatregelen die de arbeidsmarkt dynamischer maken, omdat ze botsen met de belangen van senioren.

Een paar voorbeelden. Flexibel werk wordt in de plannen veel minder flex, conform het advies van de Commissie Borstlap. Denk aan een verbod op nulurencontracten en een verplichte pauze van vijf jaar na drie tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever. Maar de Commissie adviseerde om naast flex minder flex óók vast minder vast te maken. Hiervan is in de plannen weinig terug te zien. Zo ontbreken een verdere vereenvoudiging van de ontslagbescherming, het vergemakkelijken van deeltijdontslag en het verlagen van de maximale transitievergoeding. Daarmee wordt de positie van werkenden met een vast contract – en tal van rechten die afhankelijk zijn van iemands arbeidshistorie – veelal ongemoeid gelaten, maar blijft het voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt lastig om door te groeien en ook een vast contract te bemachtigen.

Datzelfde geldt voor het verkorten van de maximale duur van de werkloosheiduitkering (WW). Economen zijn het erover eens dat dit de doorstroom op de arbeidsmarkt bevordert, waardoor mensen niet onnodig lang werkloos blijven en het risico lopen om hun aansluiting op de arbeidsmarkt te verliezen. Dit komt doordat werknemers die hun baan kwijtraken bij een kortere uitkeringsduur eerder worden geprikkeld om nieuw werk te accepteren tegen een salaris dat past bij hun productiviteitsniveau. Bovendien voorkomt een kortere uitkeringsduur dat ouderen de WW gebruiken als ‘glijbaan’ naar het pensioen. Toch is hiervan niets te vinden in de kabinetsbrief. En zelfs al mocht het verkorten van de huidige maximale WW-duur van twee naar één jaar een brug te ver zijn, had dan op zijn minst de vrijwillige reparatie van het derde WW-jaar aangepakt.

De status quo zo veel mogelijk willen behouden voor de gevestigde orde voelt wellicht veilig, maar zet nieuwkomers – jongeren én inactieve ouderen die weer willen werken – op een flinke achterstand. Dat is extra wrang, omdat iedereen nodig is op de arbeidsmarkt nu de vergrijzing zich steeds sterker laat gelden. Om een geloofwaardige gesprekspartner te blijven is het cruciaal dat vakbonden hier rekening mee houden en de belangen van alle werkenden vertegenwoordigen.

Deze column is eerder verschenen bij RTL Nieuws.