Update

Ondanks uitdagingen biedt markt voor vleeskuikens voldoende perspectief

28 augustus 2020 16:07

De vraag naar pluimveevlees blijft groeien en daarmee ook de vraag naar broedeieren. In de eerste helft van 2020 is de export van broedeieren buiten de EU onder druk komen te staan door de coronamaatregelen. We verwachten dat dit aanhoudt voor het tweede deel van 2020. Dit is een uitdaging aangezien het rendement van de broedeisector volledig afhangt van de toegang tot exportmarkten. Toch zijn de verwachtingen op lange termijn gunstig.

vleeskuikenouderen

Export van broedeieren onder druk door corona

Na een flinke dip in de export van broedeieren in 2016, ging het de laatste jaren juist weer goed. Er werden nieuwe en bestaande markten aangeboord wat leidde tot een betere prijsvorming. Maar door de coronauitbraak is het lastiger om naar sommige markten te exporteren. Door het sluiten van grenzen stond vooral de export buiten de EU onder druk. Ook zijn er tijdelijk lagere opzetten van vleeskuikens geweest omdat er minder vraag vanuit de horeca, restaurants en catering kwam. Daarmee is automatisch ook de prijs voor broedeieren gedaald.

“Het rendement van de broedeisector hangt volledig af van toegang tot exportmarkten.”

Rusland bood gelukkig nog voldoende ruimte om te exporteren, maar door het hogere aanbod in de markt wel tegen relatief lage prijzen (Rusland wordt zelfvoorzienender). We verwachten dat er tot het einde van 2020 nog wel spanning in vraag en aanbod blijft bestaan. Om vraag en aanbod beter op elkaar aan te laten sluiten is het belangrijk dat er weer structuur komt in de afzet van broedeieren. Afwaardering tot bijvoorbeeld eiproduct leidt tot een opbrengst van 15-20% van de kostprijs. Naast broedeieren voor vleeskuikens exporteert Nederland broedeieren van fokmateriaal voor de vlees- en legsector. Deze producten zijn populair in Azië.

Goede verwachtingen voor de vermeerderingssector op lange termijn

Bedrijven met moederdieren houden in totaal ongeveer 4,6 miljoen ouderdieren, samen goed voor 0,9-1 miljard broedeieren. Hiervan is 40% bestemd voor de Nederlandse vleeskuikenhouderij. Het overige deel wordt geëxporteerd. Eendagskuikens gaan naar Duitsland en België. Broedeieren gaan naar de Baltische Staten, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De sector heeft goede kansen voor de toekomst, maar is wel gevoelig voor uitbraken als corona of de vogelgriep. Bedrijven met een moderne uitrusting, hoge productieniveaus en een lage kostprijs zullen met vertrouwen de toekomst in kunnen.

Voor de lange termijn is het wel belangrijk dat de sector laat zien zich bewust te zijn van het dierenwelzijn en daar eventuele processen proactief op aan te passen. Ook moet de uitstoot van geur, ammoniak en fijnstof aanzienlijk verminderen. We verwachten dat er geen verdere groei in Nederland zal plaatsvinden omdat we gebonden zijn aan productierechten. Wel zien we kansen voor meer afstemming binnen de keten, om zo beter aan te sluiten bij de wensen vanuit de markt en je zo onmisbaar te maken.

Innovatie en duurzaamheid in vleeskuikensector

De overheid drukt op verschillende manieren haar stempel op de pluimveesector. Onder andere door meer aandacht voor dierenwelzijn en duurzaamheid. Zo heeft de overheid als doel gesteld dat in 2027 de fijnstofuitstoot met 50% gereduceerd moet zijn, en bij nieuwe bedrijven zelfs met 70%. En voor het houden van pluimvee is het noodzakelijk om pluimveerechten te hebben.

Innovatie op het gebied van techniek en automatisering is steeds belangrijker in de leghouderij. We zien daarin ontwikkelingen die vooral bijdragen aan (nog) betere procesbesturing van het klimaat, voer, licht, eierverzameling en mestverwerking. Ook is innovatie in de techniek van fijnstof vermindering noodzakelijk.

De Rabobank heeft een groot netwerk in sectororganisaties zoals de Land- en Tuinbouworganisatie (TNO), de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) en de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders (NVP). Dit maakt dat we altijd op de hoogte zijn van de laatste cijfers en trends.