Update

Hoe gaat het met de Nederlandse consumptie? Een blik op transactiedata

4 maart 2021 12:34

De coronapandemie en de lockdownmaatregelen zorgen voor ingrijpende verschuivingen in het consumptiegedrag van Nederlanders. Op deze pagina geven we wekelijks inzicht in die ontwikkelingen met analyses op basis van geaggregeerde transactiedata van Rabobank.

Man komt boodschappen bezorgen in coronatijd

De consumptie van huishoudens lag in februari volgens onze berekeningen bijna 13 procent lager dan in februari 2020 (figuur 1). Dit is een even grote krimp als in januari. De daling is daarmee nog steeds kleiner dan in april 2020. De stabilisatie van de krimp is te verklaren doordat de lockdownmaatregelen die grote invloed hebben op de economische activiteit niet substantieel zijn veranderd in februari. Zo waren de horeca en niet-essentiële fysieke winkels zowel in januari als in februari gesloten.

Vooral bij uitgavencategorieën die sterk afhankelijk zijn van fysieke winkels blijft de daling dan ook groot en is die vaak ook groter dan in april 2020. Het duidelijkste voorbeeld is de categorie ‘kleding en sieraden’ (figuur 2). In februari is hier wel een licht herstel zichtbaar. Mogelijk komt dit door de mogelijkheid van ‘click & collect’ die in februari is geïntroduceerd, maar dat kunnen we niet met zekerheid vaststellen. Verder waren de uitgaven aan ‘uit eten en drinken’ in februari opnieuw fors lager dan een jaar eerder.

Tegelijkertijd zien we dat categorieën die in 2020 sterk profiteerden van de coronacrisis, zoals ‘huishouden en elektronica’ en ‘tuin en dier’, zich wel deels herstellen van de klap in januari – het gevolg van de winkelsluitingen (figuur 3). Dit kunnen we deels verklaren door een relatief grote verschuiving naar online verkopen.

Figuur 1. Consumptie daalt in februari even hard als in januari

Figuur 1
Bron: RaboResearch, CBS

Figuur 2. Vooral uitgaven afhankelijk van fysieke winkels blijven laag

Figuur 2
Bron: RaboResearch

Figuur 3. Sommige uitgavencategorieën herstellen wel deels

Figuur 3
Bron: RaboResearch

Onderzoeksverantwoording

Voor de berekeningen van de consumentenuitgaven gebruiken we transactiedata van Rabobank. Het gaat om betalingen op geaggregeerd niveau, die door de onderzoekers niet herleidbaar zijn tot de klant. Om de totale consumptie te berekenen, nemen we alle typen betalingen mee. Hierdoor kunnen we ook rekening houden met bijvoorbeeld de verschuiving naar online aankopen die tijdens de lockdown plaatsvindt. De specifieke consumptiecategorieën beslaan wel enkel elektronische betalingen; opname van contant geld wordt toegewezen aan de consumptiecategorie ‘contant’. Dit vertekent de ontwikkeling van de uitgaven aan specifieke consumptiecategorieën opwaarts, want mensen doen steeds meer uitgaven elektronisch in plaats van contant.

De totale consumptie-uitgaven corrigeren we voor inflatie met behulp van de Geharmoniseerde Consumenten Prijs Index (HICP, van het CBS). Zo’n inflatiecorrectie kunnen we niet toepassen op de subcategorieën van de uitgaven, omdat het CBS andere definities van consumptiecategorieën hanteert. Verder corrigeren we voor verschillen in aantallen en type koopdagen in de maand, omdat het consumptiegedrag op bijvoorbeeld een zaterdag anders is dan op een maandag.