Onderzoek

Inflatierisico’s door personeelstekorten en duurdere grondstoffen en halffabricaten

10 september 2021 09:56

De impact op inflatie door de huidige tekorten aan personeel en materiaal is beperkt omdat we verwachten dat beide belemmeringen tijdelijk zijn. Mocht de schaarste van deze factoren toch langer aanhouden, dan komen de inflatie en loongroei gemiddeld een stuk hoger uit. In de bouw en horeca zijn de inflatierisico’s het grootst, omdat beide sectoren te maken hebben met zowel personeelstekorten als hogere inputprijzen.

Meteen de diepte in?Lees de volledige studie
winkelwagen euro geld inflatie

De Nederlandse economie draait weer op volle toeren. Met een groei in het tweede kwartaal van 3,1 procent is de economie weer bijna even groot als voor de coronacrisis. Maar nieuwe uitdagingen voor ondernemers steken echter alweer de kop op: tekorten aan arbeidskrachten en materiaal.

Inflatie

Personeelstekorten en duurdere grondstoffen en halffabricaten vormen een risico voor inflatie. Inflatie is een aanhoudende stijging van het gemiddelde prijspeil van consumentenuitgaven. Een gemiddeld inflatietempo van 2 procent fungeert als spreekwoordelijke smeerolie in een economie. Maar teveel inflatie holt de koopkracht van huishoudens uit, erodeert het rendement op vastrentende beleggingen van investeerders, tast de concurrentiepositie van een economie aan en zorgt voor algehele onzekerheid.

Voor consumenten is de inflatie de afgelopen jaren amper boven de 3 procent uitgekomen en de afgelopen maanden is er nog steeds geen noemenswaardige prijsdruk. Ook zien we de krapte op de arbeidsmarkt nog niet terug in de lonen (cao-lonen plus bijzondere beloningen), die in 2021 gemiddeld met 2,2 procent stegen. Het kan zijn dat de grote opwaartse schok op de prijzen en lonen echter nog komt (zie figuur 1).

Figuur 1: Zullen de prijzen en lonen reageren op de personeelstekorten?

Figuur 1: Zullen de prijzen en lonen nog reageren op de personeelstekorten?
Bron: RaboResearch, CBS. Toelichting: Cao-lonen zijn vier kwartalen vertraagd en inflatie twee kwartalen.

Relatie tussen personeels- en materiaal tekorten en inflatie

Inflatie kent twee oorzaken: kosteninflatie en bestedingsinflatie (figuur 2). Belangrijke factoren aan de kostenkant zijn importprijzen, het btw-tarief en arbeidskrapte. Ondernemers die bijvoorbeeld met hogere importprijzen te maken krijgen, vertalen deze hogere kosten deels door in hogere verkoopprijzen. En in reactie op arbeidskrapte bieden ondernemers hogere bijzondere beloningen of andere aantrekkelijk secundaire arbeidsvoorwaarden om personeel aan te trekken; kosten die ook deels weer resulteren in hogere afzetprijzen.

Figuur 2: Factoren die inflatie beïnvloeden

Figuur 2: Factoren die inflatie beïnvloeden
Bron: RaboResearch

“Arbeidskrapte heeft ook een indirect effect op inflatie”

Maar arbeidskrapte heeft ook een indirect effect op inflatie via inflatieverwachtingen en lonen. Wanneer de arbeidsmarkt krap is, hebben vakbonden een betere onderhandelingspositie aan de cao-tafel en zullen inzetten op hogere lonen. Ook wanneer de verwachting bestaat dat de inflatie hoog blijft, proberen vakbonden via hogere looneisen hun achterban te compenseren tegen koopkrachtverlies. Dit leidt ertoe dat de loonkosten voor werkgevers stijgen, die vervolgens deze kosten geheel of gedeeltelijk weer zullen proberen af te wentelen op de consument via hogere verkoopprijzen.

Bestedingsinflatie betekent dat de vraag naar producten hoger is dan het aanbod, en zodoende de prijs opdrijft. Dit kan worden veroorzaakt door hogere lonen of lagere inkomstenbelastingen, waardoor mensen meer te besteden hebben. De zogenoemde output gap speelt hierbij een belangrijk rol. Deze meet of het bedrijven de toegenomen vraag naar producten kunnen bijbenen zonder dat de economie oververhit raakt. Een economie kan tijdelijk meer produceren dan wat het potentieel aan kan. Zo kun je werknemers vragen om tijdelijk over te werken, maar op een gegeven moment is de rek eruit en zal uiteindelijk resulteren in een opwaartse prijsdruk.

Langdurige arbeidsmarktkrapte en hogere grondstofprijzen

We verwachten dat de huidige problemen met personeelstekorten en grondstoffenprijzen van korte duur zijn, waardoor de impact op de inflatie- en loonontwikkeling beperkt is. Maar wat nou als de problemen wel langer aanhouden? Hiervoor hebben we twee scenario’s berekend (figuur 3). In het geval van aanhoudende arbeidskrapte, bijvoorbeeld wanneer de vacaturegraad de komende kwartalen nog blijft doorstijgen naar 4 procent, komt de inflatie in 2022 gemiddeld uit op 2,6 procent, meer dan 1 procentpunt hoger dan onze huidige verwachtingen. Ook de lonen zullen door langere arbeidskrapte circa één procentpunt in 2022 en 2023 sneller stijgen dan in ons basisscenario.

Tellen we daar nog eens aanhoudend hogere grondstofprijzen bij op, dan stijgt de gemiddelde inflatie in onze berekeningen in 2022 zelfs door naar 3,3 procent met een piek van 4 procent in het eerste kwartaal van 2022. De lonen stijgen in een gecombineerd scenario ook harder: tot boven de 4 procent in 2023.

Figuur 3: Inflatieontwikkelingen in twee verschillende scenario’s

Figuur 3: Inflatieontwikkelingen in twee verschillende scenario’s
Bron: RaboResearch, CBS

Sectorale verschillen

Niet iedere sector heeft evenveel last van de eerder genoemde inflatierisico’s. Het is namelijk niet voor elke sector lastig om personeel te vinden en niet iedere sector gebruikt de intermediaire goederen die sterk in prijs zijn gestegen.

Voornamelijk sectoren in de dienstverlening geven aan belemmerd te worden in hun bedrijfsvoering omdat ze geen personeel kunnen vinden. We zien dan ook dat de horeca en de informatie- en communicatie sector te kampen hebben met een hoge vacaturegraad. Ook is de vacaturegraad hoog in de bouw.

Stijgende grondstofprijzen hebben juist weer vooral inflatierisico’s in industriële sectoren. Maar ook de bouw en de horeca gebruiken veel inputs die het afgelopen jaar behoorlijk in prijs zijn gestegen, zoals hout, staal en voedingsmiddelen.

De personeelsschaarste en prijsstijgingen van materiaal hebben nog niet binnen iedere sector tot hogere lonen geleid. Lonen binnen de industrie en de bouw stegen harder dan het landelijk gemiddelde, terwijl de lonen voor de ICT en de horeca (nu) nog achterblijven.

Oplossingen

Zijn er nou nog oplossingen te bedenken waarmee we kunnen voorkomen dat we in een scenario terechtkomen waarin de arbeidskrapte ondernemers nog jaren zal achtervolgen? Ja, die zijn er, al geldt voor dit soort trends dat er natuurlijk geen ei van Columbus bestaat.

Ten eerste zijn er nog steeds veel mensen die werken in deeltijd en die wellicht met goede afspraken over werk en zorg tot meer uren werken te verleiden zijn. Ook is er nog steeds sprake van een flinke pool aan onbenut arbeidspotentieel bijvoorbeeld onder de 55-plusser en mensen met een arbeidsbeperking. Tot slot zou de overheid veel duidelijker kunnen communiceren over de arbeidsmarktkansen van opleidingen en eventueel kunnen sturen door het opleggen van een numeri fixi.

Beleidsaanknopingspunten hoe om te gaan met materiaalschaarste liggen ook ingewikkeld. Uiteraard is het belangrijk om de voorraadstrategie aan te passen en inputprijzen te hedgen indien voorspellingen hier aanleiding toe geven. Bedrijven doen er ook goed aan hun toeleveringsketens in kaart te brengen en risico’s te identificeren. Meer algemeen is het vanuit overheidswege lastig om beleid te formuleren op materiaalschaarste en verstoorde waardeketens, aangezien deze grotendeels buiten de invloedsfeer van de Nederlandse overheid liggen.