Werktijd voor een derde vanuit huis; ook zonder strikt thuiswerkadvies van overheid

28 september 2021 06:30

Een groot deel van werkend Nederland zal ook na het loslaten van het thuiswerkadvies van de overheid thuis blijven werken. Ongeveer een derde van de werktijd zal vanuit huis plaatsvinden, blijkt uit een onderzoek van RaboResearch onder meer dan 2000 Nederlandse werknemers. Voor werknemers én werkgevers is het nu zaak om de thuiswerkwensen in goede banen te leiden. Dit verschilt wel per sector. In bepaalde sectoren, zoals de communicatie- en informatiesector, waar thuiswerken mogelijk is, werkt thuiswerken zelfs welvaartsverhogend.

Meteen de diepte in?Lees de volledige studie
Thuiswerken met kind op schoot

De coronamaatregelen die recentelijk nog verder zijn versoepeld zullen niet leiden tot het verdwijnen van de thuiswerkeconomie, maar in sommige sectoren zal er minder worden thuisgewerkt dan in andere sectoren. Door middel van een enquête is er aan werknemers gevraagd hoeveel ze willen gaan thuiswerken en hoeveel ze van hun werkgever verwachten te mogen thuiswerken. Ervan uitgaande dat de hoeveelheid tijd die mensen daadwerkelijk gaan thuiswerken ergens tussen die twee getallen in gaat liggen, zien we dat de gemiddelde werknemer - ook nu het strikte thuiswerkadvies van tafel is - 35 procent van de tijd gaat thuiswerken. Voor corona was dit slechts 24 procent van de tijd. 27 procent van de werknemers zal zelfs het merendeel van hun tijd thuis blijven werken, terwijl voor corona 19 procent van de werknemers dit deed.

Thuiswerkwensen

Werknemers willen over het algemeen 6 procent meer van hun tijd thuiswerken dan ze verwachten te mogen van hun werkgever. Opmerkelijk hierbij is dat het verschil tussen hoeveel werknemers willen thuiswerken en hoeveel ze verwachten te mogen thuiswerken het grootst is onder werknemers met een inkomen tot 30.000 euro. De vraag is of deze groep werknemers in de positie is om hun thuiswerkwens te realiseren. Tegelijkertijd biedt het werkgevers mogelijk de gelegenheid om juist die groep werknemers aan het bedrijf te binden, zonder per se meer salaris te hoeven betalen. Sowieso ligt er voor werkgevers en werknemers een grote opgave om thuiswerken in de toekomst in goede banen te leiden. Hoe zorgen we ervoor dat collega’s elkaar weten te vinden als de één thuis is en de ander op de werkvloer? Is het zo dat werknemers die vaak op de bedrijfslocatie te vinden zijn, de grootste kans op promotie maken? Dat laatste zou zonde zijn; niet alleen voor de individuele werknemer die een promotie misloopt, maar ook voor het bedrijf dat zo niet optimaal gebruikmaakt van het in de organisatie aanwezige talent. Hoe thuiswerken na corona precies zal worden ingevuld, is niet goed te voorspellen, maar dat zich hiermee grote organisatievraagstukken aandienen is wel duidelijk.

Hoogopgeleide vrouwen

De wens om veel te blijven thuiswerken, is niet onder alle groepen werknemers even groot. Hoogopgeleiden , werknemers met een hoger inkomen en werknemers die actief zijn in de informatie- en communicatiesector, zakelijke dienstverlening en financiële diensten, hebben over het algemeen een grotere wens tot thuiswerken. Maar er springt nog een andere groep werknemers bovenuit. Hoogopgeleide vrouwen met jonge kinderen van 0 tot 13 jaar willen opmerkelijk meer blijven thuiswerken dan andere vrouwen. Meer dan voor andere vrouwen lijkt het vele thuiswerken voor hoogopgeleide vrouwen de balans tussen betaald werk en privé goed te doen.

Grote verschillen tussen sectoren

Voor corona bestonden er nauwelijks verschillen tussen sectoren in de mate waarin er werd thuisgewerkt. De coronapandemie heeft hier duidelijk verandering in gebracht. Daar waar het ook maar enigszins kon, werd het thuiswerkadvies van de overheid door veel mensen opgevolgd. Maar niet in alle sectoren kon er worden thuisgewerkt. In sectoren waar met specifieke - vaak grote machines - wordt gewerkt, is thuiswerken nooit echt een optie geweest. Denk bijvoorbeeld aan de industrie of de bouw. Nu het strikte thuiswerkadvies is losgelaten, zullen we zien dat ook in andere sectoren weer minder thuisgewerkt gaat worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om het onderwijs en de overheid. In die sectoren speelt kennis en vertrouwen tussen mensen een relatief grote rol in het werk. En dat komt nou eenmaal makkelijker tot stand wanneer mensen op dezelfde plek werken.