Nederland: Economie herstelt voorspoedig, wat zorgt voor nieuwe uitdagingen

1 oktober 2021 14:08

De Nederlandse economie herstelt sterker dan eerder voorzien. Maar sterk herstel zorgt ook voor personeels- en materiaalkrapte met inflatierisico’s als gevolg. Uitdagingen voor de woningmarkt en het klimaat behoeven een duidelijke visie en beleid waarvoor alleen een nieuw kabinet kan zorgen.

Fietsers in Amsterdam

De Nederlandse economie herstelde in het tweede kwartaal sneller dan we hadden verwacht en groeide met 3,8 procent k-o-k, 0,7 procentpunt meer dan eerder door het CBS berekend. We stellen onze voorspelling voor dit jaar dan ook positief bij naar 4,3 procent j-o-j. Hierdoor is er meer herstelgroei in 2021 en valt de prognose voor 2022 met 3,5 procent j-o-j iets lager uit.

Het sterke economische herstel is onder andere zichtbaar in de consumptie. Deze steeg in juli met 4,8 procent j-o-j. Ook de arbeidsmarkt blijft sterk presteren. En ondanks dat de werkloosheid in augustus iets steeg naar 3,2 procent, nam ook de werkzame beroepsbevolking toe. Daarmee is de werkloosheid nog altijd erg laag, maar met het uitfaseren van de overheidssteun verwachten we dat deze iets oploopt.

De Nederlandse industrie presteert opvallend goed ondanks de wereldwijde verstoringen in de toeleveringsketens. De industriële productie was al volledig hersteld van de coronadip en nam in juli verder toe met 1,3 procent m-o-m. Ook het producentenvertrouwen nam in september weer verder toe nadat het in juli iets was afgenomen.

Nieuwe uitdagingen

De aantrekkende economie brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee, zoals tekorten aan personeel en materiaal. Tekorten aan materiaal en productiemiddelen vormden in het derde kwartaal een belemmering voor ongeveer 13 procent van de Nederlandse bedrijven. Die tekorten zijn mede veroorzaakt door de wereldwijde verstoringen in de toeleveringsketens. En een tekort aan arbeidskrachten hindert zelfs ongeveer een kwart van de Nederlandse bedrijven. Als deze tekorten lang aanhouden, remmen ze de economische groei in diverse sectoren, zoals de bouw, de industrie en de horeca. Hierdoor kan de groei in deze sectoren de komende kwartalen lager uitvallen dan verwacht.

De arbeidsmarkt is weer net zo krap als voor de coronacrisis. Dit zien we niet alleen terug in de lage werkloosheid maar ook in de hoge vacaturegraad (het aantal vacatures per duizend banen). Deze was sinds het begin van de CBS-reeks, vanaf 1997, nog nooit zo hoog.

De tekorten aan personeel en materiaal zorgen voor een opwaartse inflatiedruk. Op dit moment gaan we ervan uit dat deze factoren tijdelijk zijn. Maar het risico bestaat dat de tekorten en verstoringen langer aanhouden. Ook vormen snel stijgende gasprijzen een inflatierisico. Deze risico’s kunnen ervoor zorgen dat de inflatie een stuk hoger uitpakt dan onze huidige prognose in figuur 1.

Overheidsfinanciën

Mede dankzij de steunpakketten van de overheid kan de Nederlandse economie zo sterk en snel herstellen. Ondanks dat de overheidsschuld als percentage van het bbp hierdoor is gestegen, bleef deze beneden de Europees afgesproken grens van maximaal 60 procent. En daar blijft hij de komende jaren ook onder volgens het CPB. In het tweede kwartaal daalde de schuldquote licht tot 54,2 procent van het bbp. De schuld nam weliswaar toe, maar het bbp groeide harder.

Geld is dus niet het probleem voor de Nederlandse overheid. Het ontbreken van een duidelijke visie op belangrijke thema’s is dat wel. Om grote uitdagingen voor de woningmarkt en het klimaat aan te gaan, is niet alleen geld nodig, maar ook een duidelijke visie en een helder beleid. En daar kan alleen een nieuw kabinet voor zorgen. De formatie kan dus niet al te lang meer op zich laten wachten. Meer over onze visie op het tijdens Prinsjesdag gepresenteerde beleid staat hier.