Onderzoek

42 procent van de jongvolwassenen belegt en/of heeft cryptovaluta

29 november 2021 07:35

Beleggen onder jongvolwassen is erg populair. Dit onderzoek laat zien dat 31 procent van de Nederlanders van 18 tot en met 30 jaar beleggingen heeft in de meer traditionele beleggingsvormen, zoals aandelen, obligaties, fondsen en/of indextrackers. Ruim een kwart, 27 procent, van alle jongvolwassenen heeft cryptovaluta. Dat blijkt uit een enquête onder 1.568 Nederlanders van 18 tot en met 30 jaar, dat is uitgevoerd door RaboResearch en het Nibud.

Meteen de diepte in?Lees de volledige studie op Nibud.nl
Jonge belegger thuis achter bureau

In de twee groepen beleggers zit overlap, zo heeft 15 procent van de jongvolwassenen zowel traditionele beleggingen als cryptovaluta (tabel 1). 10 procent van de jongvolwassenen belegt enkel in cryptovaluta en 14 procent belegt juist alleen in traditionele vormen (aandelen, obligaties, fondsen en/of indextrackers).

Tabel 1. Combinaties beleggingen en cryptovaluta

Tabel 1: Combinaties beleggingen en cryptovaluta
Bron: RaboResearch, Nibud. Noot: Bij het uitvragen van type vermogen konden respondenten per vermogenscategorie aangeven of ze deze wel of niet hebben, of dat niet weten/geen antwoord willen geven. De berekening van de percentages in deze tabel is op basis van de hele steekproef, inclusief respondenten die geen antwoord gaven op de vraag over type vermogen. In deze tabel zijn voor de afzonderlijke categorieën de respondenten die ‘weet niet’ of ‘geen antwoord’ hebben ingevuld niet meegenomen. Hierdoor tellen de subcategorieën niet op tot het totaal.

Traditionele belegger heeft vaker hoger inkomen en is vaker man

Beleggen beperkt zich niet tot een specifieke groep jongvolwassenen. Wel zien we dat dat mannen vaker beleggen dan vrouwen. Zoomen we in op de wat meer traditionele vormen van beleggingen, dan zien we verder dat degenen met meer financieel vermogen hier relatief vaak in zitten. Daarnaast heeft dit type belegger vaker een hoog inkomen en zijn beleggers vaker hoogopgeleid dan laagopgeleid.

Respondenten die enkel in cryptovaluta beleggen en niet in de meer traditionele vormen, zijn minder vaak hoogopgeleid en hebben vaker minder vermogen dan degenen die enkel in traditionele beleggingen zitten.

Groot deel van de beleggers heeft ook spaargeld

Dat beleggen in opkomst is (AFM, 2021), betekent niet dat jongvolwassenen geen heil meer zien in sparen. Het overgrote deel van de jongvolwassenen (86 procent) heeft namelijk spaargeld op een bankrekening of in contanten. We weten niet om hoeveel geld het gaat. Een relatief beperkte groep (9 procent) geeft aan geen spaargeld te hebben. Zij hebben iets vaker een laag inkomen en zijn vaker lager opgeleid.

Ruim driekwart (77 procent) van de jongvolwassenen vindt dat je alleen moet beleggen met geld dat je kunt missen. Van degenen die beleggen (in traditionele vormen en/of crypto’s) is hetzelfde percentage het hiermee eens. Van degenen die niet beleggen, is het aandeel met 81 procent nog iets hoger. De meeste jongvolwassenen zijn zich blijkbaar bewust van de risico’s van beleggen en dat beleggen met geld dat je niet kunt missen onverstandig is.

Jongeren vinden traditioneel beleggen betere manier van vermogensopbouw

Jongvolwassenen zien beleggen in meer traditionele vormen als een betere manier om vermogen op te bouwen dan beleggen in cryptovaluta. Zo geeft 43 procent aan dat beleggen in aandelen, obligaties, fondsen of indextrackers hiervoor een goede manier is, tegenover 30 procent die dit over cryptovaluta zegt.

Jongvolwassenen vinden beleggen in cryptovaluta gemiddeld genomen ook risicovoller dan beleggen in aandelen, obligaties, fondsen of indextrackers. Van alle jongvolwassenen vindt 61 procent cryptovaluta risicovol, terwijl 49 procent dit zegt over aandelen, obligaties, fondsen of indextrackers.

Zoals valt te verwachten, hebben jongvolwassenen die beleggen doorgaans een positievere houding ten opzichte van de beleggingen die ze zelf hebben (bijvoorbeeld crypto) dan respondenten die deze beleggingen niet hebben.

Figuur 1. Positievere houding tegenover traditioneel beleggen

Figuur 1: Positievere houding tegenover traditioneel beleggen
Bron: RaboResearch, Nibud

Niet altijd goed begrip van risicospreiding

Om te meten of jongvolwassenen kennis hebben over beleggen, legden we respondenten één van de vragen voor waarmee financiële geletterdheid kan worden gemeten (Lusardi & Mitchell, 2014). De vraag is gericht op begrip van risicospreiding. We vroegen respondenten of ze denken dat de volgende uitspraak waar of niet waar is: ‘Een aandeel van één bedrijf geeft normaal gesproken een zekerder rendement dan een aandelenfonds.’ Het juiste antwoord hierop is ‘niet waar’.

De kennisvraag gaat specifiek over de meer traditionele vormen van beleggen. Van de respondenten die in zulke traditionele vormen beleggen (aandelen, obligaties, fondsen en/of indextrackers) geeft 43 procent niet het juiste antwoord op de kennisvraag over beleggen: 25 procent antwoordde ‘waar’ en 18 procent ‘weet ik niet’ (tabel 2).

Tabel 2. Kennisvraag

Tabel 2: Kennisvraag
Bron: RaboResearch, Nibud

Verder valt op dat van de beleggers die traditioneel beleggen maar niet het juiste antwoord geven, 55 procent vindt dat je alleen zou moeten beleggen als je er verstand van hebt. Deze groep vindt kennis over beleggen blijkbaar wel belangrijk, maar beschikt hier zelf niet altijd over. Daarnaast is 42 procent van de beleggers die het juiste antwoord niet weet, van mening dat je geen advies van een expert nodig hebt om geld te verdienen met beleggen. Tot slot zien we dat 24 procent van de beleggers die niet het juiste antwoord geven, beleggen in aandelen, obligaties, fondsen of indextrackers niet als risicovol beschouwt.

Voornaamste reden om te beleggen is vermogensopbouw

Een forse meerderheid van de respondenten die traditioneel belegt, 85 procent, geeft hiervoor tenminste één reden die is gerelateerd aan het opbouwen van vermogen of het behalen van rendement. Dit gaat om drijfveren als ‘om vermogen op te bouwen’, ‘om snel doelen te halen’, ‘omdat het rendement doorgaans hoger is dan de spaarrente’, ‘om negatieve rente over mijn spaargeld te vermijden’ of ‘omdat ik anders niet profiteer van de stijgende beurzen’. Jongvolwassenen die enkel in cryptovaluta beleggen geven met 77 procent minder vaak een reden die te maken heeft met vermogensopbouw. Maar het verschil met degenen die enkel in traditionele vormen beleggen is niet statistisch significant.

Een kleine meerderheid van de traditionele beleggers van 56 procent noemt (ook) de wat meer hobbymatige kant van beleggen als motivatie, namelijk ‘de spanning van beleggen vind ik leuk’, ‘als tijdverdrijf of hobby’ en ‘als leuke manier om met geld bezig te zijn’. Jongvolwassenen die enkel in cryptovaluta beleggen, noemen met 62 procent net iets vaker zo’n hobbymatige reden. Ook hier is het verschil met degenen die enkel in traditionele vormen beleggen niet statistisch significant.

Verder geeft 8 procent van de traditionele beleggers aan te beleggen om deel te nemen aan bepaalde bedrijven of sectoren en 8 procent belegt omdat hij of zij beleggingen van ouders heeft gehad. Degenen die enkel in cryptovaluta beleggen, noemen de laatste twee redenen minder vaker dan jongvolwassenen die enkel traditioneel beleggen.

Redenen om niet te beleggen

Jongvolwassen die niet beleggen (traditioneel en/of in cryptovaluta) geven hier verscheidene redenen voor, die variëren van ‘er niet mee bezig zijn’, ‘te hoge kosten’, ‘een gebrek aan kennis’, ‘risico’s van beleggen’ tot ‘financiële krapte’. De meest genoemde reden om niet te beleggen, is ‘ik weet te weinig van beleggen’. Voor 51 procent van de niet-beleggers is dit een reden om niet te beleggen. De (gepercipieerde) risico’s van beleggen weerhouden 38 procent van de niet-beleggers ervan te gaan beleggen. Ook geeft 32 procent aan dat ze niet weten waar ze moeten beginnen.


Co-auteurs: Annette Groen en Jasja Bos van het Nibud.