Opinie

Kijk verder dan je oliebol rond is

5 januari 2022 16:00

Hogere voedselprijzen voor Europese consumenten liggen in het verschiet, wat een probleem is voor de lagere inkomensgroepen. Maar de politieke instabiliteit die bij aanhoudende prijsdruk vooral in de minder ontwikkelde delen van de wereld zou kunnen ontstaan, is óók een risico dat Europa aangaat.

Oudere man eet een besuikerde oliebol

Economisch gezien stonden het afgelopen jaar vooral de energieprijzen in de schijnwerpers. Vanuit een Europees perspectief bekeken begrijpelijk, want door de gestegen olie- en (vooral) gasprijzen lagen de kosten van het energiegebruik van Europese huishoudens in november van dit jaar al 27 procent hoger. De voedselprijzen in de eurozone stegen daarentegen dit jaar met 2,2 procent. Dat is ruim 0,6 procent sneller dan het langjarig gemiddelde, maar lang niet zo opvallend als de energiekosten. Dit is wellicht ook de reden waarom de enorme stijging van de wereldwijde prijzen van landbouwproducten tot nu toe wat onderbelicht is gebleven.

De redenen achter die hogere prijzen voor landbouwproducten zijn uiteenlopend. De weersomstandigheden waren ongunstig (zo zorgde La Niña voor meer droogte in Zuid- en Noord-Amerika) en de voorraden waren in veel gevallen al relatief laag. Hierdoor had de toenemende vraag, zoals vanuit China, een sterk opwaarts effect op de prijzen. Maar ook de hogere energieprijzen en daarmee hogere kosten voor bemesting en logistiek droegen hieraan bij. Grondstoffenmarktenexperts van Rabobank verwachten dan ook dat de prijzen van veel landbouwproducten voorlopig hoog zullen blijven.

De prijsindex van de Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties stond in november bijna 28 procent hoger dan een jaar geleden en de prijzen stegen over een brede linie. De sterkere dollar dit jaar versterkt het effect voor niet-dollar-landen. De index voor oliën en vetten steeg 51 procent, voor suiker 38 procent, granen 23 procent en melkproducten 19 procent. De oplettende lezer heeft misschien al in de gaten dat ik zojuist de vier belangrijkste ingrediënten voor de oliebol heb opgenoemd. Natuurlijk betekent dit niet dat oliebollen dit jaar 40 procent duurder (de oliebol-gewogen gemiddelde prijsstijging van de vier ingrediënten) zullen zijn dan vorig jaar, want volgens Bakkerswereld bestaat de prijs van zo’n bol voor slechts 15 procent uit grondstofkosten. Maar 15 van 40 procent is nog altijd 6 procent en dus aanzienlijk meer dan de 2,2 procent stijging die we tot nu toe hebben gezien in de Europese voedselprijzen. Bovendien is doorgifte van kosten een geleidelijk proces dat zich in de keten voltrekt. Vandaar dat onze experts verwachten dat de voedselproducenten hun prijzen voor retailers gemiddeld met zo’n 9 á 10 procent zullen gaan verhogen. Daarvan komt een deel weer bij de consument te liggen, want de marges voor retailers zijn relatief laag.

Voor de Europese consument betekent dit waarschijnlijk dat sommigen een oliebolletje minder kopen of op zoek gaan naar een goedkoper alternatief. Die zijn er immers genoeg. In het armere deel van de wereld ligt dat toch wat lastiger. Ten eerste omdat een veel groter deel van het inkomen opgaat aan voeding. Zo bestaat zo’n 17 procent van de consumptie van de gemiddelde Europeaan uit voedsel en non-alcoholische dranken. In Kenya is dat 33 procent en in Bangladesh zelfs 56 procent. Daarnaast zijn veel ontwikkelingslanden sterk afhankelijk van import, waardoor ook een zwakkere munt het probleem kan verergeren. Bovendien bestaat het dieet er meer uit onbewerkt voedsel. Doordat er minder schakels in de keten zitten, is de doorgifte van de prijsstijging op de wereldmarkten daarom vaak sneller en groter.

Dit brengt mij bij het punt van zorg. Hoewel ik niet uitsluit dat de hogere voedselprijzen ook voor een deel van de Europeanen in de lagere inkomensgroepen voor problemen gaan zorgen in 2022, lijkt politieke instabiliteit hier minder waarschijnlijk. Maar in sommige delen van de wereld kunnen we een dergelijk scenario niet uitsluiten. De Arabische lente van 2011-2012 wordt mede in verband gebracht met de sterk gestegen voedselprijzen in 2010-2011 en de huidige grondstoffenprijsgolf laat zich vergelijken met die episode.

De prijsstijgingen van voedsel zijn in de meeste landen overigens nog niet buiten hun historische bandbreedte getreden. Maar met lage voorraden, corona als verstoorder van het evenwicht op wereldmarkten en een sterker wordende dollar, ligt een nieuwe prijsgolf op de loer. Het klimaat wordt bovendien grilliger en dat geldt helaas ook voor de internationale politieke omgeving. Denk even aan Rusland en Oekraïne, die beiden in de top vijf van wereldwijde tarweproducenten staan. Een escalatie van het conflict daar kan grote gevolgen hebben.

De beschikbaarheid en prijzen van voedsel en politieke stabiliteit, zowel nationaal als internationaal, zijn altijd al nauw met elkaar verbonden geweest. Gelukkig is de eurozone niet zo afhankelijk van voedselimport als bij onze energievoorziening. Maar de vluchtelingencrisis van 2015/2016 staat nog vers op ons netvlies en nieuwe politieke onrust in de wereld om ons heen is ook een serieus risico. Laten we dus vooral verder kijken dan onze oliebol rond is.

Eerder verschenen bij RTL Nieuws .