Opinie

Omzien naar lage inkomens

11 januari 2022 11:41

De nieuwe ministersploeg van het kabinet Rutte-IV is aangetreden. Met als motto ‘Omzien naar elkaar en vooruitkijken naar de toekomst’. Maar in hoeverre verbeteren de vooruitzichten voor mensen met een laag inkomen? We leggen het coalitieakkoord langs de meetlat.

Moeder en baby

Inkomen

Het minimumloon gaat wat omhoog, maar pas vanaf 2024, zo blijkt uit de financiële bijlage van het akkoord. Daarnaast is ook een andere -en mogelijk snellere- maatregel aangekondigd: het vaststellen van het minimumloon op uurbasis in plaats van op maandbasis. In sectoren waar de standaardwerkweek 36 uur is, verandert er niets, maar bij een langere werkweek gaat het minimumloon omhoog. In sectoren met een 38-urige of 40-urige werkweek is dat een verhoging van respectievelijk 5,5 of 11,1 procent.

Ook wordt het verschil tussen bruto en netto-inkomen wat kleiner, door een verhoging van de arbeidskorting en de ouderenkorting. Voor zelfstandigen staat daar echter tegenover dat de zelfstandigenaftrek in grotere stappen omlaag gaat. En voor nieuwe ouders verdwijnt de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Wie een bijstandsuitkering heeft, mag wel meer bijverdienen. Ook hoeven uitkeringsgerechtigden een inwonende jongvolwassene tot 27 jaar niet meer mee te tellen als ‘kostendeler’.

Kinderopvang

Goed nieuws voor nieuwe ouders is dat zij vanaf augustus gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof kunnen opnemen. Die doorbetaling gaat omhoog van 50 naar 70 procent en ook de kinderopvangtoeslag gaat stapsgewijs omhoog. Dat laatste duurt nog even, want volgens de financiële bijlage zet het kabinet pas vanaf 2025 ook écht grote stappen. Positief is dat deze toeslag in zijn huidige vorm uiteindelijk verdwijnt en rechtstreeks wordt betaald aan kinderopvanginstellingen. Dat scheelt ouders een hoop administratieve rompslomp en het risico op terugbetalingen.

Wat nog in het vat zat

De basisbeurs komt terug vanaf studiejaar 2023/2024, zo belooft het akkoord. En voor werkenden en werkzoekenden komt dit jaar het langverwachte STAP-budget beschikbaar. Dat laatste staat niet in het coalitieakkoord, maar hadden we nog tegoed van Rutte-III. Dit scholingsbudget van 1000 euro per jaar vervangt de aftrekpost uit de inkomstenbelasting. Het idee is dat juist mensen met een laag inkomen meer hebben aan een budget vóóraf, dan aan een aftrekpost áchteraf.

Een andere ‘erfenis’ uit Rutte-III is dat zelfstandigen verplicht worden om zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en dat uitzendkrachten eerder pensioen opbouwen. Dat verkleint de verschillen tussen vast en flex. Een uitzendkracht begon pas met het opbouwen van pensioen na 26 weken bij hetzelfde uitzendbureau. Omdat die lange wachttijd straks wettelijk niet meer is toegestaan, is de uitzend-CAO hier inmiddels op aangepast.

De vangnetten voor arbeidsongeschiktheid en pensioen worden dus verbreed én mensen krijgen meer ruimte om eigen keuzes te maken op het gebied van woningdelen en het combineren van werk en zorgtaken, met minder rompslomp. Meer grip en minder gedoe, dat is winst. Maar veel plannen uit het coalitieakkoord worden pas over een paar jaar ingevoerd. Dat valt voor veel mensen dan toch tegen, aangezien door de hoge inflatie het geld nú hard de portemonnee uitstroomt.


Eerder verschenen in het Reformatorisch Dagblad