Opinie

Het Europese klimaatbeleid biedt ook nieuwe perspectieven

10 maart 2022 17:19

Het begin deze week verschenen rapport van het IPCC –het klimaatpanel van de Verenigde Naties– maakt opnieuw duidelijk dat het klimaatprobleem acuut is. Veel bedrijven in en buiten Europa zien hier ook de urgentie van in en stellen voor zichzelf, en vaak ook voor de keten, doelen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Aan deze vrijwilligheid zit ook een keerzijde. Als een bedrijf zijn doelstellingen niet haalt, volgt er geen sanctie.

Industrie met veel luchtvervuiling

Daarom is het goed dat Europa een geïntegreerde en verplichte aanpak voorstelt in het nieuwe Europese klimaatbeleid. Dit leidt tot een eerlijkere verdeling van de lasten omdat geen enkele sector wordt uitgezonderd, geen bedrijf onder de doelstellingen uit kan en de doelen tot op zekere hoogte worden afgestemd op ieders mogelijkheden. Europa loopt daarmee voorop in de wereld, wat ook zijn voordelen kan hebben.

Vorige week publiceerden we een rapport waarin we de impact van dit nieuwe Europese klimaatbeleid – het Fit-for-55 pakket – op de voedselketen in kaart brachten.

We zien vier soorten impact. Ten eerste zullen energie-intensieve sectoren (cement, glas, ijzer, plastic, papier, aluminium, stikstofkunstmest en energie) behoorlijk moeten innoveren om hun broeikasgasemissies terug te brengen. Ze krijgen bescherming tegen goedkope import om hun transitie mogelijk te maken. Al deze energie-intensieve producten worden duurder.

Ten tweede moet de transportsector van de fossiele brandstoffen af. Vanaf 2035 kun je alleen nog elektrische auto’s kopen. Ook vrachtwagens, vliegtuigen en schepen zullen moeten omschakelen op andere, geavanceerde duurzame brandstoffen.

Ten derde moeten grondgebonden economische activiteiten, zoals landbouw en bosbouw, per 2035 evenveel broeikasgassen vastleggen als dat ze uitstoten. Voor de landbouw betekent dit dat de uitstoot met zo’n 20-25 procent omlaag moet en dat vastlegging van koolstof in de bodem en in bossen meer aandacht moet krijgen.

En tot slot zullen de andere delen van de economie, zoals diensten- en overige industriesectoren én huishoudens hun broeikasgasuitstoot aanzienlijk moeten verlagen. Daarbij verschillen de reductiedoelstellingen per land en per sector.

De positieve kant is dat er een breed gedragen vraag ontstaat naar innovatie. Mensen zullen gezamenlijk tot oplossingen moeten komen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen, alternatieven voor fossiele brandstoffen te ontwikkelen, evenals methodes om koolstof vast te leggen. Zo maken we van Europa een koploper in klimaat-neutrale technologie en dragen we bij aan het behoud van de aarde voor de volgende generaties.

Met een grote en kritische thuismarkt legt Europa ook een stevige basis voor een industrie. Een industrie die haar oplossingen wereldwijd kan exporteren naar gemeenschappen en ondernemingen die ook aan de slag willen met het Klimaatakkoord van Parijs.

Eerder verschenen in het Reformatorisch Dagblad