Onderzoek

Compensatie voor de hoge energieprijzen: niet generiek, maar specifiek

17 maart 2022 8:59

Door de hoge energieprijzen loopt een grote groep huishoudens het risico op financiële problemen. Deze publicatie bespreekt maatregelen die deze groep kunnen helpen.

Gezin zit met rug tegen de verwarming

Nederland heeft te maken met hoge energieprijzen: de tarieven voor zowel gas als elektriciteit zijn meer dan verdubbeld ten opzichte van een jaar geleden. Vooral huishoudens met een laag inkomen die wonen in (sociale) huurwoningen komen mogelijk in de financiële problemen. Iedereen compenseren is niet mogelijk; daarom dient de overheid de financieel meest kwetsbare groep huishoudens tegemoet te komen. Deze publicatie geeft een overzicht van (on)wenselijke maatregelen, voor zowel de korte als de lange termijn.

De energiecrisis

Nederland zit in een energiecrisis. Door een combinatie van factoren is de aardgasmarkt sinds halverwege vorig jaar krap, met stijgende prijzen tot gevolg. Omdat aardgas ook wordt gebruikt voor de opwekking van elektriciteit, zien consumenten zowel hun gas- als elektriciteitsrekening sterk stijgen.

Gemiddeld genomen verbruiken huishoudens ongeveer 2.400 kWh elektriciteit en 1.200 m aardgas per jaar. Wie begin vorig jaar voor deze energiebehoefte een contract afsloot bij een energieleverancier, moest daar ongeveer 1.400 euro per jaar voor betalen. Wie op dit moment een nieuw contract afsluit, is voor diezelfde hoeveelheid energie minstens 3.400 euro kwijt. Dat is een stijging van 2.000 euro, ofwel 140 procent, inclusief de al aangekondigde belastingverlagingen. Gemeenten kunnen huishoudens met een laag inkomen 800 euro uitkeren als compensatie, maar dat dekt dus niet de volledige stijging.

Slecht geïsoleerd

Het spreekt voor zich dat bewoners van een slecht geïsoleerde woning meer aardgas verbruiken om hun huis op temperatuur te kunnen houden dan bewoners van een goed geïsoleerde woning. Doorgaans wonen juist huishoudens met een laag tot gemiddeld inkomen in slechter geïsoleerde woningen waardoor ze een hoger aardgasverbruik hebben. Hun netto elektriciteitsverbruik ligt ook vaak relatief hoog, omdat ze minder vaak zonnepanelen bezitten.

Figuur 1 laat zien dat hoe minder huishoudens verdienen, des te meer ze relatief kwijt zijn aan energiekosten. Dit geldt voornamelijk voor huishoudens die in de eerste drie zogeheten inkomensdecielen vallen (dus de 30 procent laagste inkomens). Figuur 2 maakt duidelijk dat vooral bewoners van een huurwoning met huurtoeslag (sociale huur) een groter deel van hun inkomen aan energie uitgeven dan woningbezitters en particuliere huurders.

Figuur 1. Huishoudens met een laag inkomen geven relatief veel uit aan aardgas

Figuur 1. Huishoudens met een laag inkomen geven relatief veel uit aan aardgas
Toelichting: elk inkomensdeciel bevat 10 procent van alle huishoudens. Het eerste inkomensdeciel bevat de 10 procent huishoudens met het laagste inkomen; het tiende inkomensdeciel bevat de 10 procent huishoudens met het hoogste inkomen. Bron: CBS

Figuur 2. Huishoudens met een sociale huurwoning geven relatief veel uit aan gas

Figuur 2. Huishoudens met een sociale huurwoning geven relatief veel uit aan gas
Bron: CBS

Juist de groep huishoudens met een relatief laag inkomen krijgt te maken met een bovengemiddelde stijging van de energierekening. TNO waarschuwde eind vorig jaar al dat hierdoor zelfs huishoudens die nu financieel gezond zijn in de betalingsproblemen kunnen komen. Aangezien het de verwachting is dat de energieprijzen de komende jaren hoog blijven, is het de vraag wat de overheid kan doen om dit acute probleem op korte en langere termijn op te lossen of in elk geval te verkleinen.

Wat kan de overheid doen?

De hogere energieprijzen betekenen dat Nederland als geheel erop achteruit gaat. Iedereen compenseren is niet mogelijk. Generiek beleid is daarom onverstandig. Het is dus verstandig alleen de groep financieel kwetsbare huishoudens te compenseren.

De overheid kan de impact van de hoge energieprijzen op de portemonnee van huishoudens in het algemeen op twee manieren temperen: 1) de prijsstijging compenseren en 2) de afhankelijkheid van fossiele energie verminderen. De eerste optie heeft als nadeel dat de overheid hiermee de prikkel tot zuiniger omgaan met energie (deels) wegneemt. De tweede manier heeft daarom de voorkeur, zeker aangezien deze voorkomt dat het huidige probleem zich in de toekomst herhaalt. Het is echter lastig om genoemde manier op korte termijn te realiseren, dus draagt deze niet bij aan de oplossing van het huidige acute probleem.

Wenselijke en niet-wenselijke maatregelen voor de korte termijn

Het slechte nieuws is dat er niet één maatregel is die het huidige acute probleem perfect oplost. Wel zijn er diverse maatregelen die zowel realistisch als wenselijk zijn en gezamenlijk voldoende krachtig zijn om de financieel meest kwetsbaren te ondersteunen. Figuur 3 vat de, volgens ons, wenselijkheid van de maatregelen samen. Een uitgebreidere publicatie bevat een nadere uitwerking van de hieronder besproken maatregelen.

Figuur 3. Samenvatting en wenselijkheid van maatregelen voor de korte termijn

Figuur 3. Samenvatting en wenselijkheid van maatregelen voor de korte termijn
Bron: RaboResearch

Een voor de hand liggende maatregel is het verlagen van de inkomstenbelasting voor lage (midden-)inkomens en eventueel het verhogen van uitkeringen als dit onvoldoende helpt. Het grootste voordeel van deze optie is dat het geld terechtkomt bij de groep die dit het hardste nodig heeft. Een alternatief is een (tijdelijke) verhoging van de huurtoeslag, maar daarmee zijn huizenbezitters niet geholpen. Aanvullend is het verstandig een rol bij de gemeenten te beleggen. Zij hebben doorgaans goed zicht op de doelgroep en kunnen met maatwerk hulp bieden.

Private en semipublieke sector

De overheid kan ook een beroep doen op de private en semipublieke sector. Ten eerste kan de overheid huishoudens tot een bepaald inkomen het recht geven om hun termijnbedrag voor energie gelijk te houden bij een tariefsaanpassing. Eventuele compensatie achteraf voorkomt grote betaalachterstanden van huishoudens en/of grote verliezen van energiebedrijven.

Ook kan de overheid verhuurders van (sociale) huurwoningen om een bijdrage vragen, zoals een tijdelijke huurverlaging die afhankelijk is van het energielabel van de woning. Het voordeel hiervan is dat het een sterke prikkel tot verduurzaming geeft, wat ook bijdraagt aan een permanente oplossing.

Geen generieke maatregelen

Een aantal maatregelen is weliswaar op korte termijn haalbaar, maar niet wenselijk. Dit betreft vooral generieke compensatiemaatregelen, zoals een maximum op energieprijzen en een verlaging van de energiebelasting of de btw op energie. Toch voert de overheid laatstgenoemde maatregel per 1 juli in .

In ons overzicht gaan we niet in op maatregelen die de gestegen brandstoffen voor motorvoertuigen compenseren. Een accijnsverlaging (die nu wel ingaat per 1 april 2022 ) en een aanpassing van de onbelaste reiskostenvergoeding zijn te generiek van aard en daarom onverstandig.

Maatregelen voor de langere termijn

Voor de langere termijn, maar mogelijk al vanaf 2023, is het vooral zaak de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen. Begin april komt minister De Jonge met een uitwerking van het al aangekondigde Nationaal Isolatieprogramma. Daarin moet duidelijk worden hoe de overheid dit gaat stimuleren. Daarnaast kan zij verduurzaming van woningen beter faciliteren. In deze publicatie gaan we niet uitgebreid in op maatregelen die nodig zijn voor een soepele en snelle energietransitie. In diverse andere publicaties gaan we hier wel dieper op in.