Opinie

Europa verhoogt minimumloon (niet)

27 juni 2022 13:09

De nieuwe Europese richtlijn heeft nog weinig impact terwijl personeelskrapte en inflatie vragen om hogere lonen. Ons fiscaal stelsel remt echter de arbeidsmarktdynamiek.

Euroteken met kantoorgebouw op de achtergrond

Na ruim anderhalf jaar onderhandelen is er een voorlopig akkoord voor een EU-richtlijn over het minimumloon. Dat betekent niet dat Europa voortaan het minimumloon vaststelt. Afgesproken is alleen dat de lidstaten streven naar een minimumloon dat toereikend is om van te kunnen leven en dat zij dat ook regelmatig checken. Met als norm minimaal 50 procent van het gemiddeld brutoloon of 60 procent van het mediaan* brutoloon in het land.

Zou Nederland hier onverkort aan willen voldoen, dan betekent dat een minimumloon van ongeveer 14 euro per uur – iets waar vakbonden al langer voor pleiten. Bij het huidige minimumloon van zo’n 10-11 euro per uur** een stijging van circa 30 procent.

De Europese richtlijn raakt potentieel een grote groep mensen in ons land: ongeveer een kwart van het aantal banen en een vijfde van het totale arbeidsvolume van werknemers kent een uurloon lager dan 130 procent van het minimumloon (zie figuur). Zij werken voornamelijk in de detailhandel, horeca en bij niet-specialistische zakelijke dienstverleners, waaronder ook de uitzendbranche valt. In sommige andere sectoren kennen de cao’s al wel een minimum van 14 euro, of bewegen stapsgewijs die kant op. Denk bijvoorbeeld aan gemeenten, defensie, of de schoonmaakbranche.

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord al een stapsgewijze stijging van het minimumloon afgesproken en verwacht rond de 13 euro uit te komen in 2025. De Europese richtlijn hoeft pas na twee jaar te zijn omgezet in nationale wetgeving, dus die zet nog niet direct druk op de ketel. Maar voor veel werkgevers is die druk er nu al, vanwege de hoge inflatie en aanhoudende personeelstekorten.

Figuur: Een op de vijf gewerkte uren van werknemers tegen maximaal 130 procent minimumloon

Bron: CBS

Het gaspedaal en de rem

Economisch gezien zou het zo moeten werken dat rendabele bedrijven meer loon kunnen bieden en zo meer mensen aantrekken, terwijl de bedrijven en sectoren die zich dat niet kunnen permitteren krimpen. Bij hogere lonen zetten ondernemers ook sneller in op arbeidsbesparende innovatie. Dat drukt weliswaar de vraag naar arbeid, maar in een krappe arbeidsmarkt hoeven we niet direct te vrezen voor massale werkloosheid. Per saldo is investeren in innovatie gunstig voor de welvaart.

Tot zover de theorie. In de praktijk kunnen hogere loonkosten ertoe leiden dat steeds meer werk door laagbetaalde zzp’ers wordt uitgevoerd. En voor werkenden wordt de animo om voor meer loon van baan te veranderen of meer uren te gaan werken – juist voor lagere inkomens – afgeremd door ons belastingstelsel, aangezien inkomensafhankelijke toeslagen en heffingskortingen dan lager uitvallen. Alsof je tegelijkertijd het gaspedaal en de rem intrapt. Toeslagen zijn bedoeld als broodnodige steun voor huishoudens met een laag inkomen. Maar zijn indirect óók een soort subsidie op deeltijd- en laagbetaald werk. Waarbij je je dus best eens kunt afvragen welke sectoren we als maatschappij eigenlijk willen subsidiëren – en welke niet.

Een forse stijging van het minimumloon, zoals de EU beoogt (maar nog niet afdwingt), levert in de Nederlandse context dus lang niet voor alle werknemers een flinke stijging van de koopkracht op. Maar minder afhankelijkheid van toeslagen is op zich al positief. Want daarmee gaat de voet een beetje van de rem.

Verschenen als column in het Reformatorisch Dagblad


Voetnoten

* Het mediane loon is het ‘middelste’ loon: het loon waarbij 50 procent van de werknemers meer verdient en 50 procent minder. Als het kwart laagbetaalde werknemers een kleine loonsverhoging krijgt, dan verschuift wel het gemiddelde loon, maar niet het mediane loon.

** In Nederland wordt het wettelijk minimumloon op maandbasis vastgesteld, per 1 juli is dit € 1756,20. Het uurloon is afhankelijk van de arbeidsduur bij een volledige werkweek en komt bij een 40-urige werkweek uit op € 10,14 per uur en bij een 36-urige werkweek op € 11,26 per uur. Naar verwachting wordt per 1 januari 2024 een minimumuurloon ingevoerd.