Opinie

Vertraging Wet Toekomst Pensioenen relevant voor werkenden zonder pensioen

17 oktober 2022 12:43

De behandeling van de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) heeft vertraging opgelopen. Dat is ook relevant voor zzp’ers en werknemers zonder pensioen.

Close up of a carpenters at work

De behandeling van de Wet Toekomst Pensioenen (Wtp) loopt vertraging op: vanwege de vele vragen in de Tweede Kamer verschuift de beoogde ingangsdatum van 1 januari naar 1 juli 2023. Het wetsvoorstel gaat hoofdzakelijk over de hervorming van collectieve werknemerspensioenen.

Een deel van de vragen gaat over werkenden die buiten de boot vallen omdat zij nu helemaal geen pensioen opbouwen in een collectieve regeling (de ‘tweede pijler’). Een terechte zorg, want de groep is groot: maar liefst een kwart van alle werkenden. Hiervan is de helft zzp’er en de andere helft werknemer. Zij compenseren dat doorgaans ook niet met individuele vormen van pensioensparen, zoals lijfrentes of banksparen (de ‘derde pijler’). Dit dreigende pensioengat is een individueel én een maatschappelijk probleem.

Zzp-pensioen

Op aandringen van de oppositie wil de minister nu onderzoeken of werknemers die uit dienst gaan en zzp’er worden voortaan standaard pensioen kunnen blijven opbouwen bij het pensioenfonds van hun oude werkgever. Dat zou de groep ‘zelfstandigen zonder pensioen’ verkleinen. De ironie wil echter dat de (kleine) groep die wél aan individueel pensioensparen doet, juist last heeft van het uitstel. In het wetsvoorstel staat namelijk dat wie inlegt in een individueel pensioenproduct evenveel fiscale ruimte krijgt voor pensioensparen als werknemers in een collectieve regeling, namelijk tot 30 procent van de pensioengrondslag.

Momenteel is de fiscale ruimte voor een individueel pensioenproduct met 13,3 procent een stuk lager. Lager zelfs dan de norm voor een ‘adequaat pensioen’ die het kabinet zélf heeft vastgesteld bij een ander stuk wetgeving, namelijk de regels voor payroll-krachten uit de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB). Volgens deze norm moet de pensioenpremie die de werkgever betaalt minimaal 15,8 procent bedragen. Voor zzp’ers is het dus te hopen dat er geen verder uitstel komt en de WTP echt in de loop van 2023 ingaat.

En werknemers dan?

En dan de werknemers zonder pensioenopbouw. Deze groep is dit jaar vermoedelijk wel ietsje geslonken, omdat de verlengde wachttijd voor de pensioenopbouw van uitzendkrachten sinds dit jaar is geschrapt. Toch blijft een flinke groep werknemers ‘pensioenloos’, want niet alle werkgevers zijn verplicht om een pensioenregeling aan te bieden. Terwijl het óók anders kan. Zoals in Californië, waar werkgevers die zelf geen pensioenregeling hebben, hun werknemers moeten onderbrengen bij het algemene ‘CalSavers’ pensioenfonds.

Bij werkgevers met een pensioenregeling is er overigens geen enkele garantie dat die ‘adequaat’ is, want de verschillen tussen pensioenregelingen zijn enorm. Hopelijk zet de minister hier ook nog stappen. Een verplicht ‘pensioenlabel’ kan werknemers zeker helpen. Ook zou op de loonstrook voortaan het deel van de pensioenpremie dat de werkgever betaalt moeten staan. Wie een baan in loondienst dan inruilt voor een bestaan als zelfstandige, weet dan in ieder geval wat hij vervolgens zelf zou moeten bijpassen om een gelijk pensioen te behouden.


Eerder verschenen in het Reformatorisch Dagblad