Onderzoek

Meeste werkenden zien kunstmatige intelligentie niet als bedreiging voor hun baan (Quick Read)

28 september 2023 6:01 RaboResearch

Nieuwe technologieën beïnvloeden de manier waarop mensen werken. Dat gold eerder bij de introductie van stoommachines, computers en het internet. En dat geldt ook voor de komst van een nieuwe technologie als ChatGPT. We onderzoeken welke werkenden het meest bloot staan aan nieuwe technologie en de mate waarin werkenden zelf verwachten dat nieuwe technologie hun werk verandert.

Meteen de diepte in?Lees de volledige studie
Male and female engineer working with vr glasses control AI robot arm system in workshop. Male engineer using laptop computer for control Programmable logic controller robotics arm system project

Weinig zorgen

Uit onze enquête blijkt dat slechts 6 procent van de deelnemers verwacht dat nieuwe technologie hun baan overbodig maakt. Terwijl toch zo’n 38 procent van het werk dat werkenden in Nederland doen potentieel verandert door technologische ontwikkelingen. Het gaat dan zowel om lichamelijk werk als om cognitief werk.

Spierkracht versus denkkracht

Nieuwe technologie heeft vooral impact op routinematige taken. Bij automatisering van lichamelijk werk gaat het daarbij vaak om robotisering. Zo zetten robots auto’s in elkaar en vouwen machines brieven in enveloppen. De nieuwe technologie die meest recent in de belangstelling staat, helpt vooral bij cognitieve taken, die een beroep doen op het denkvermogen. Voorbeelden daarvan zijn het opstellen van brieven of boekhouden.

Taalmodel

Generatieve kunstmatige intelligentie (KI), ook wel bekend als generative AI, gebruikt grote taalmodellen om allerlei cognitieve taken uit te voeren. Bekende tools zijn ChatGPT, dat teksten genereert op basis van opdrachten (prompts), en Dall-E2, dat op basis van prompts afbeeldingen maakt. Er zijn daarnaast nog heel veel andere tools en partijen zoals Google en Microsoft die de technologie in hun producten integreren. Met deze tools kunnen individuen cognitieve taken (deels) automatiseren.

Ongeveer 21 procent van de taken van werkenden in Nederland zijn cognitieve routinetaken, bij 17 procent van de taken gaat het om fysieke routine. Sectoren waar fysiek routinematig werk veel voorkomt, zijn bijvoorbeeld de horeca en transport en logistiek. Cognitief routinematig werk komt veel voor in de financiële sector en in de ICT.

Praktisch versus theoretisch

Praktisch geschoolde werkenden doen over het algemeen meer routinematig werk dan theoretisch geschoolden. En er is ook een verschil in het type routinewerk dat ze doen. Praktisch geschoolden doen meer fysiek routinewerk en theoretisch geschoolden meer cognitief. Voor mensen met een lager inkomen geldt hetzelfde: zijn doen over het algemeen meer fysiek routinematig werk dan mensen met een hoger inkomen, die meer cognitief routinematig werk doen.

“Zo’n 10 procent van de werkenden verwacht niet veel goeds van de ontwikkelingen op technologisch gebied, terwijl 25 procent denkt dat hun werk er juist positief door verandert.”

Nieuwe technologie houdt mensen (nog) weinig bezig

Afgaand op het takenpakket, krijgen werkenden in bijvoorbeeld de transport en logistiek eerder te maken met robotisering. En wie in de zakelijke en financiële dienstverlening werkt, moet rekening houden met de ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie. De meeste werkenden zeggen echter dat ze nieuwe technologieën nu nog nauwelijks gebruiken. Een kwart van de werkenden verwacht er de komende tijd wel meer mee te maken te krijgen. Zo’n 10 procent van de werkenden verwacht niet veel goeds van de ontwikkelingen op technologisch gebied, terwijl 25 procent denkt dat hun werk er juist positief door verandert.

Het werk verandert

Hoewel maar weinig mensen zich zorgen maken over baan- of inkomensverlies door nieuwe technologie, verwacht ruim een derde van de werkenden wel dat ze nieuwe kennis en vaardigheden nodig hebben. Vooral mensen die veel cognitief routinematig werk doen, verwachten dat de manier waarop ze hun werk doen wel verandert, en dat kan zowel positief als negatief zijn. Onderwijs en training van werkenden verdient daarom aandacht, net als het verandervermogen van de bedrijven waar ze werken.