Maatschappelijk verantwoord beleggen - Column Gert van de Paal

Gert van de Paal is Specialist Maatschappelijk Verantwoord Beleggen bij Rabobank Particulieren & Private Banking. Voor rabobank.nl blogt hij over maatschappelijk verantwoord beleggen.

Maatschappelijk verantwoord beleggen

‘Cyber governance’ steeds belangrijker

“Nederlandse bedrijven slachtoffer van geavanceerde gijzelsoftware” kopte NOS nieuws op 28 november jongstleden. Het is illustratief voor de keerzijde van de almaar toenemende digitalisering van onze maatschappij. Cybercrime, ofwel computercriminaliteit, is een groeiend probleem en de bestrijding ervan vormt een interessant beleggingsthema dat kansen biedt. Het is daarom onlangs opgenomen in een aantal van onze beheerportefeuilles. Tegelijkertijd hebben beleggers steeds meer oog voor het feit dat de bedrijven waarin ze beleggen steeds gevoeliger zijn voor computercriminaliteit. De risico’s dus. De wijze waarop deze risico’s worden gemanaged, cyber governance genoemd, is een onderwerp dat steeds vaker ter sprake komt in de dialoog met bedrijven. 


Schade computercriminaliteit neemt toe
Volgens consultant IDC groeien de wereldwijde uitgaven aan cybersecurity met tien procent per jaar, naar USD 120 miljard in 2021. Die groei ligt beduidend boven de gemiddelde groei van de wereldeconomie en dit laat zich gemakkelijk verklaren. Steeds meer bedrijven zijn zich ervan bewust dat cybercrime kan zorgen voor flinke financiële schade en hun reputatie kan aantasten. In het geval van gijzelsoftware is bijvoorbeeld de toegang tot bepaalde bestanden niet mogelijk, tenzij een onderneming met geld over de brug komt. Essentiele bedrijfsprocessen kunnen op deze wijze worden geraakt of stil komen te liggen. Ook industriële spionage en verlies van data kunnen leiden tot economische schade bij bedrijven en hun klanten. Het feit dat er steeds meer data worden verzameld en steeds meer apparaten verbonden zijn met het internet (naar schatting 25 miljard in 2021), maakt het toekomstige probleem alleen maar groter.


Ook strengere wet- en regelgeving vormt een mogelijke schadepost. Denk aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Dit is de Europese wetgeving die de privacy van persoonsgegevens beter moet waarborgen. Overtredingen kunnen leiden tot boetes, die kunnen oplopen tot wel vier procent van de jaaromzet. Ook claims vormen een mogelijke schadepost. Door een datalek bij het Amerikaanse rapportagebureau Equifax werden in 2017 de gegevens van 148 miljoen klanten gestolen. De onderneming heeft zich inmiddels bereid getoond om te schikken met klanten, staten en de toezichthouder. Daar is een bedrag van USD 700 miljoen voor uitgetrokken. Op dit moment loopt de claimprocedure voor gedupeerden. De onderneming moet ook een nieuw cybersecurity plan implementeren en dat door derde partijen laten monitoren.


Ethische hacker ingeschakeld
Met dergelijke cijfers en trends in het achterhoofd, is het niet verwonderlijk dat ook beleggers steeds meer interesse tonen in de wijze waarop bedrijven hun IT-infrastructuur inrichten en beschermen. Dat lijkt niet overbodig, want veel ondernemingen blijken hier in de praktijk nog onvoldoende oog voor te hebben. Beleggers wegen cyber governance steeds nadrukkelijker mee in hun beleggingsbeslissingen. Ze willen in toenemende mate weten hoe bedrijven omgaan met cyberrisico’s. Krijgt cybersecurity wel de juiste aandacht? Is er zicht op de risico’s die een onderneming loopt en hoe wordt daarmee omgegaan, bijvoorbeeld bij calamiteiten? Wordt er transparant gerapporteerd over incidenten, en is het onderwerp zo hoog mogelijk in de organisatie belegd, op CEO- of Raad van Bestuur-niveau? Maar ook, is er voorzien in training en opleiding voor het personeel? Veel van de cyberproblemen ontstaan namelijk door menselijk falen.


Dataleveranciers spelen ondertussen in op de vraag naar meer informatie. Het bedrijf Cyberhedge analyseert bijvoorbeeld voor meer dan 7000 bedrijven niet alleen de cyberrisico’s maar ook de gevolgen ervan voor de ondernemingswaarde. Beleggers kunnen deze informatie gebruiken in hun beleggingsproces. Onder het mom van “the proof of the pudding is in the eating”, huurde Robeco vorig jaar een ethische hacker in. Deze onderwierp een aantal van de bedrijven waarin het Rotterdamse fondshuis belegt aan een lakmoesproef. Robeco voert inmiddels de dialoog met een tiental bedrijven over dit onderwerp.


Cybersecurity letterlijk op de agenda
Tekenend voor de toegenomen interesse van beleggers, is ook het feit dat het onderwerp in 2018 voor het eerst door beleggers werd aangedragen als agendapunt op een aandeelhoudersvergadering. Bij het Amerikaanse telecombedrijf Verizon werd een aandeelhoudersresolutie ingediend om te onderzoeken of de beloning van het hoger management mede afhankelijk gemaakt kan worden van de prestaties op het vlak van cybersecurity en data privacy. Ook bij The Walt Disney Company stond dit jaar een vergelijkbaar item op de agenda. Beide voorstellen konden niet rekenen op een meerderheid. Toch is de voorspelling dat het onderwerp de komende jaren steeds vaker bij bedrijven op de agenda zal staan, er één die ik wel aandurf.


Gert van de Paal
Specialist Maatschappelijk Verantwoord Beleggen
Rabobank Nederland Particuliere Klanten
6 december 2019

Archief

Hieronder vind je de voorgaande publicaties van Gert van de Paal over maatschappelijk verantwoord beleggen.

Een 'houtbaar' model

Een 'houtbaar' model

De term duurzaamheid kent zijn oorsprong in de bosbouw. In 1713 pleitte de Duitser Von Carlowitz er al voor om nieuwe bossen aan te planten, nadat er jarenlang roofbouw was gepleegd op de bossen tijdens de dertigjarige oorlog. Het gebrek aan hout bedreigde onder meer de mijnbouw. In het boek ‘Sylvicultura Oeconomica’ formuleerde hij de gedachte om niet meer bomen te kappen dan er worden herplant. Alleen dan kom je tot een houdbaar model, waar ook de toekomstige generatie de vruchten van plukt. Inmiddels staat duurzaamheid voor een brede waaier aan onderwerpen, maar met de discussie rondom ontbossing zijn we weer helemaal terug bij de basis.

Wereldwijd is er steeds meer aandacht voor ontbossing. Opvallend is de internationale aandacht voor de bosbranden in het Amazonegebied in Brazilië. Veel van de branden zouden zijn aangestoken om het vrijgekomen land te gebruiken voor de landbouw. Dat brengt weliswaar economische groei, maar de keerzijde is een verlies aan biodiversiteit en een verdere opwarming van de aarde. Wereldwijd worden producten als soja, palmolie, hout en rundvlees gezien als de belangrijkste veroorzakers van ontbossing. Ze worden ook wel aangeduid als ‘the big four’.

Medio september kwamen 230 beleggers, goed voor een beheerd vermogen van USD 16,2 biljoen, naar buiten met een verklaring naar aanleiding van de branden in het Amazonegebied. De beleggers roepen bedrijven hierin op om ontbossing tegen te gaan. Dit initiatief werd gecoördineerd door non-profitorganisatie CERES en Principles for Responsible Investment (PRI), een internationaal netwerk van investeerders.

Er is in de beleggingswereld sowieso volop aandacht voor ontbossing. Eerder dit jaar tekenden 58 PRI-leden van de Sustainable Palm Oil Investor Working Group een statement om een bijdrage aan een duurzamere palmoliesector te leveren. Bijna alle grote Nederlandse fondshuizen en de grote pensioenuitvoerders hebben dit ondertekend. Ze ondersteunen daarmee de werkzaamheden van de Round Table for Sustainabe Palm Oil (RSPO). Deze groep zet zich al jaren in voor duurzame palmolie door middel van een certificeringsprogramma en multistakeholder dialoog. Dit is een initiatief waar de Rabobank zich al lange tijd sterk voor maakt. Het tegengaan van ontbossing is uitdrukkelijk onderdeel van het beleid. Andere initiatieven die aandacht vragen voor de gevolgen van landbouw op ontbossing zijn afkomstig van het investeerdersnetwerk FAIRR en het Investor Initiative for Sustainable Forests.

Ontbossing of het belang van duurzame bosbouw is dus geen blinde vlek bij beleggers. Steeds meer van hen zien de noodzaak en relevantie van het thema. Reputatieschade en toenemende regulering vormen reële risico’s voor de bedrijven waarin ze beleggen.

Voor beleggers begint het vaak met het stellen van vragen aan bedrijven. Kennen zij de mogelijke risico’s, is er een ontbossingsbeleid opgesteld en wordt dit ook daadwerkelijk gemonitord? De traceerbaarheid binnen de aanvoerketen wordt hierbij steeds belangrijker.

Toch is er volgens het CDP (Carbon Dislosure Project) nog veel werk te verzetten. Deze non-profit organisatie richt zich onder meer op duurzame bosbouw. In het kader van dit project worden data verzameld die beleggers kunnen gebruiken om tot een oordeel over bedrijven te komen. Bedrijven die goed scoren op het thema duurzame bosbouw zijn de Zweedse verpakkingsfabrikant Tetra Pak en het Finse houtverwerkende bedrijf UPM-Kymmene. Ook vermeldt het CDP in het recent verschenen rapport ‘Money trees’ specifiek de aanpak van L’Oréal, dat met een eigen Sustainable Palm-index zijn leveranciers beoordeelt.

Zeventig procent van de 1500 bevraagde bedrijven die veel invloed hebben op ontbossing, leverde in 2018 echter geen data aan bij het CDP. En meer dan 350 van deze bedrijven deden dat niet in de laatste drie jaar. Uit de gegevens van bedrijven die wel reageerden blijkt dat risico’s zoals reputatieschade vaak wel worden onderkend, maar dat dit nog lang niet altijd leidt tot actie. Er is dus - ook door beleggers - nog werk te verzetten om het besef te vergroten dat de bomen niet tot in de hemel groeien.


Gert van de Paal 
Specialist Maatschappelijk Verantwoord Beleggen 
Rabobank Nederland Particuliere Klanten 
1 oktober 2019

Het stenen tijdperk eindigde niet door een gebrek aan stenen…

Het stenen tijdperk eindigde niet door een gebrek aan stenen…

Het zou heel gemakkelijk zijn om de recente hittegolf aan te voeren als bewijs dat het klimaat verandert. Deze warme zomerdagen had je echter een eeuw geleden ook al. Toch zijn steeds meer mensen ervan overtuigd dat het klimaat wel degelijk aan het veranderen is, inclusief de mensen die aan de knoppen zitten. In de meest recente versie van het Global Risks Report van het World Economic Forum - een onderzoek onder 1000 besluitvormers en opinieleiders uit de wetenschap, de politiek en het bedrijfsleven - wordt een falend beleid ten aanzien van klimaatverandering als een van de grootste risico’s benoemd. Er is wel steeds meer een “sense of urgency” aan het ontstaan. Dat zie je terug in wet- en regelgeving, partijprogramma’s en bedrijfsbeleid. Al gaat het nog niet snel genoeg.

Ook bij beleggers is het kwartje aan het vallen. Werd klimaatverandering een aantal jaren geleden nog in de duurzame hoek weggezet, leeft nu meer en meer het besef dat klimaatverandering alle beleggers gaat raken en dat zij ook een rol te spelen hebben. Er is hierdoor in beleggersland een beweging ontstaan bij onder andere pensioenfondsen, banken, verzekeraars en fondshuizen. Maar ook hier kan en moet het sneller. Het Sustainable Finance Action plan van de Europese Unie probeert dat te bereiken door onder meer een “groene” taxonomie, duurzame benchmarks en een Ecolabel voor groene beleggingen.

Rabobank wil haar klanten een beleggingskeuze bieden die past bij hun duurzaamheidsambities. Deze ambities zijn niet voor iedereen hetzelfde, ook niet als het gaat om klimaatverandering. Sommige klanten geloven in het uitsluiten van de fossiele brandstofsector. Andere geloven meer in het belonen van de meest duurzame bedrijven uit elke sector of de dialoog met bedrijven. Weer andere opties zijn duurzame themafondsen of ‘green bonds’ die zich specifiek richten op het klimaat. Voor al die wensen hebben we beleggingsfondsen of -oplossingen.

Maar ongeacht de keuzemogelijkheden is het zaak om de lat steeds hoger te leggen. Dit geldt voor alle beleggingen en daar zijn we al jaren mee bezig. Dat zie je bijvoorbeeld terug in een groeiend aantal duurzame beleggingsfondsen in ons assortiment, maar er gebeurt ook veel achter de schermen. Zo was onze uitvraag naar de klimaatstrategie van fondshuizen in 2015 een stimulans voor diverse fondshuizen om na te denken over hun aanpak.

We hebben in de loop der jaren een voorkeur ontwikkeld voor fondshuizen die werk maken van verantwoord beleggen. Deze beleggers voeren de dialoog met bedrijven over hun duurzaamheidsstrategie, stemmen op aandeelhoudersvergaderingen of dienen aandeelhoudersresoluties in. Afgelopen kwartaal werd wederom duidelijk dat actief eigenaarschap een belangrijke bijdrage kan leveren aan de energietransitie. Bedrijven als Shell, BP, Equinor en Total deden onder druk van beleggers belangrijke toezeggingen om te vergroenen. Institutionele beleggers trekken hier ook steeds meer samen in op, bijvoorbeeld bij het aanspreken van de honderd meest vervuilende bedrijven ter wereld als het gaat om de uitstoot van broeikasgassen (het Climate Action 100+ initiatief).

Wij geloven in de kracht van dit actieve eigenaarschap; een belangrijk instrument binnen maatschappelijk verantwoord (en duurzaam) beleggen. Dit is bovendien niet het enige instrument. Toen Actiam ons een paar jaar geleden vroeg of we voortaan kolen voor de opwekking van elektriciteit wilden uitsluiten, zeiden wij ja. Hun verantwoorde indexfondsen zijn terug te vinden in veel van onze klantportefeuilles. Ook met andere fondshuizen zijn we hierover in gesprek. Niet omdat steenkool binnenkort op zal raken - al is het een eindig verhaal natuurlijk - maar vooral omdat het goed is voor het klimaat en de ontwikkelingen op het alternatieve vlak wel eens heel snel zouden kunnen gaan. Dat brengt risico’s voor beleggers met zich mee. Ook voor andere fossiele brandstoffen vormt de opkomst van alternatieven een bedreiging. Wat dat betreft moet ik soms denken aan de profetische woorden van Ahmed Zaki Yamani. Geen milieuactivist, maar meer dan twee decennia de minister van olie in oliestaat Saoedi-Arabië. “Het stenen tijdperk eindigde niet door een gebrek aan stenen en het olietijdperk zal niet eindigen door een gebrek aan olie.” Hij zou zo maar eens gelijk kunnen krijgen.

Gert van de Paal   

Specialist Maatschappelijk Verantwoord Beleggen
Rabobank Nederland Particuliere Klanten 
4 juli 2019

Je punt maken...

Je punt maken...

Aandeelhouders hebben het recht om te stemmen op de aandeelhoudersvergadering van bedrijven waarin ze beleggen. Maar hun rechten gaan verder. Zo mogen ze ook agendapunten aandragen voor de vergadering. Dat kan door het indienen van een aandeelhoudersresolutie, die het karakter heeft van een aanbeveling voor het management. In Europa is dit niet echt de gewoonte, maar in de Verenigde Staten wordt er volop gebruik van gemaakt. Daar heeft zich inmiddels een nieuwe groep ‘activistische’ aandeelhouders gemeld.

Een aandeelhoudersresolutie indienen kost het nodige papierwerk, maar de drempel om dat te kunnen doen ligt in de VS een stuk lager dan in Europa. In de VS is het aanhouden van gewone aandelen ter waarde van USD 2000 voor een periode van een jaar voldoende. Wel zijn er diverse spelregels aan verbonden en moet het onderwerp relevant zijn voor de onderneming.

Over het algemeen zijn de onderwerpen wat kleurrijker dan bijvoorbeeld de aanstelling van een nieuwe accountant of de decharge van bestuursleden. De indieners van de resoluties zijn particulieren, NGO’s of institutionele aandeelhouders. De uitslag van een resolutie is niet-bindend en er wordt vaak geen meerderheid behaald, maar het instrument biedt wel een mooi podium. Vooral sociaal-maatschappelijke en milieugerelateerde onderwerpen zijn populair, zoals vragen over meer inzicht in politieke donaties en lobby activiteiten door de onderneming. Ook de broeikasgasuitstoot, de aanpak van klimaatverandering, beloningsvraagstukken en het diversiteitsbeleid zijn bekende voorbeelden.  

McDonald’s werd vorig jaar op deze wijze gevraagd om afscheid te nemen van het plastic rietje. De resolutie haalde weliswaar maar 8% van de stemmen, maar er werd wel een signaal afgegeven aan het management. Het komt ook voor dat het management voor de vergadering al besluit om tegemoet te komen aan de wensen van de aandeelhouders, waardoor het item van de agenda kan. Ook de aandeelhouder zelf kan besluiten om dat te doen, zoals actiegroep Follow This onlangs haar ‘klimaatresolutie’ bij Shell heeft ingetrokken. 

Online retailer Amazon houdt op 22 mei haar jaarvergadering en het belooft een interessante meeting te worden. Van de vijftien agendapunten heeft Amazon dit jaar twaalf aandeelhoudersresoluties op de agenda staan. Er wordt onder meer gestemd over de verkoop van gezichtsherkenningssoftware aan overheidsinstanties. Bepaalde aandeelhouders zijn hier tegen vanwege een mogelijke schending van mensenrechten en een onafhankelijke evaluatie moet volgens hen eerst meer duidelijkheid geven. Ook wordt de onderneming verzocht om het beleid ten aanzien van seksuele intimidatie onder de loep te nemen en data aan te leveren met betrekking tot de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen binnen het concern. 

Een andere aandeelhoudersresolutie gaat over het klimaat. Het is niet het onderwerp dat dit agendapunt zo bijzonder maakt, maar het feit dat een aantal werknemers deze resolutie indient. Deze ‘Amazonians’ vragen hun werkgever om te beschrijven hoe het bedrijf de risico’s als gevolg van klimaatverandering denkt te managen. Zij maken daarbij gebruik van de aandelen die hen zijn toegekend als onderdeel van hun (variabele) beloningspakket. De werknemers wijzen erop dat Amazon al daadwerkelijk de gevolgen van klimaatverandering ondervindt door schade aan bedrijfsgebouwen en distributiecentra als gevolg van tornado’s, hevige regenval en bosbranden. Een andere vraag die de werknemers hebben, is hoe Amazon minder afhankelijk denkt te worden van fossiele brandstoffen.  

Het voelt als een omslachtige manier om als werknemer je punt te maken; als een laatste redmiddel, wanneer de dialoog op de werkvloer niet meer werkt. Maar tegelijkertijd is het ook een krachtig signaal naar het management én de buitenwereld. Beloningen in aandelen zijn vaak bedoeld om de betrokkenheid van werknemers bij het bedrijf te vergroten. Daar is Amazon in geslaagd, al had de onderneming misschien wat anders voor ogen. 

Gert van de Paal   
Specialist Maatschappelijk Verantwoord Beleggen 
Rabobank Nederland Particuliere Klanten  
25 april 2019

Een gezonde portefeuille

Een gezonde portefeuille

Gezond leven en gezonde voeding vormen een maatschappelijk thema dat een groeiend aantal consumenten, overheden en beleggers bezig houdt. Bij sommige beleggers gaat deze aandacht verder dan gedacht. 


“De vegetarische slager ligt vanaf nu in de diepvries op de slagerij-afdeling”. Het was deze ‘taalvout’ die een medewerker van de Plus-supermarkt in 2018 op de deur van een vrieskast plakte. Toch is de vegetarische slager allesbehalve dood. Zeker niet als het aan een internationale groep wetenschappers ligt, die onlangs pleitte voor een ander voedingspatroon in het belang van mens en planeet. Eén van de aanbevelingen was dat de consumptie van rood vlees in de rijkere landen terug moet naar maximaal 14 gram rood vlees per dag. Dat komt neer op een, niet al te grote, gehaktbal. Per week.


Veranderende eetpatronen, maar ook wet- en regelgeving op dat vlak, leiden tot kansen en risico’s voor bedrijven. Hierdoor is gezonde voeding ook een thema voor beleggers. Door te beleggen in bedrijven of beleggingsfondsen die inspelen op gezonde en duurzame voeding, kun je hiermee uiteraard invulling geven aan je portefeuille.


Ook achter de schermen bij fondshuizen wordt het thema gezondheid belangrijker. Het raakt in potentie veel bedrijven in de portefeuille, waardoor het steeds vaker wordt meegenomen in beleggingsanalyses of wordt aangekaart in de gesprekken met bedrijven. Het is belangrijk dat voedingsbedrijven en -retailers de switch naar gezondere voeding maken en daarmee inspelen op de wens van een groeiende groep consumenten die bewuster willen leven. Daar liggen kansen. En daar blijft het niet bij, want er wordt ook gekeken naar de risico’s, bijvoorbeeld in de aanvoerketen van bedrijven als McDonald’s, Walmart of Ahold Delhaize.  Zij zijn immers weer afhankelijk van talloze leveranciers en als het daar fout gaat, kan dat flinke risico’s opleveren. Ook daar is aandacht voor in het beleggingsproces en soms wordt er daarbij gezamenlijk opgetrokken.


Een voorbeeld hiervan is FAIRR. Deze NGO heeft een investeerdersnetwerk opgezet dat verschillende aspecten in kaart brengt en adresseert, die samenhangen met intensieve veehouderij. Diverse fondshuizen waarmee Rabobank samenwerkt, hebben zich aangesloten: Actiam, Aegon, Candriam, Kempen, NN IP, Robeco, Schroders, Triodos en UBS. Eén van de thema’s die hierbij op de agenda staat is het verminderen van antibioticagebruik in de veeteelt. 


De dialoog met producenten, retailers en fastfoodketens over het gebruik van antibiotica leidt tot resultaten. Zo heeft McDonald’s besloten om bepaalde antibiotica te bannen uit de wereldwijde aanvoerketen van kip, mede op aandringen van Robeco. Momenteel werkt de hamburgerketen aan eenzelfde beleid voor de aanvoerketen van rundvlees. Vermogensbeheerder Kempen was één van de partijen die vragen stelde aan Sanderson Farms over het antibioticagebruik. Dat heeft er aan bijgedragen dat het bedrijf overstapt naar een werkwijze waarbij bewuster wordt omgegaan met antibiotica.


Dat is hoe wij het graag zien: aandeelhouders die bedrijven aansporen om te verduurzamen door middel van een constructieve dialoog. Deze initiatieven dragen allemaal bij aan een “gezond” financieel rendement.

Gert van de Paal 
Specialist Maatschappelijk Verantwoord Beleggen
Rabobank Particulieren & Private Banking
18 februari 2019

Een aantal mythes over duurzaam indexbeleggen ontkracht

Mythes ontkracht

Een aantal mythes over duurzaam indexbeleggen ontkracht... Het aantal duurzame indices is de afgelopen tijd zeer snel gegroeid. En daarmee ook het aantal beleggingsfondsen dat deze indices volgt. BlackRock voorspelt dat duurzame beleggingen via ‘passieve’ indexfondsen binnen tien jaar zullen groeien van USD 25 miljard naar USD 400 miljard. Dat roept inmiddels een tegenreactie op van een aantal actieve managers. Sommige van hen stellen dat passief en duurzaam niet te verenigen zijn in één product. Op hun argumenten is echter het nodige af te dingen.


Mythe 1. Duurzame indexen zijn een ‘black box’, dus je weet als belegger niet wat je koopt
Ik zag een actieve manager het argument gebruiken dat je niet weet wat je koopt als je een duurzaam indexfonds koopt. Maar als je kijkt naar de documentatie van veel gehanteerde index methodologieën - bijvoorbeeld de MSCI SRI indices - dan zijn die minder ‘black boxy’ voor particuliere beleggers dan de werkwijze van menig actief gemanaged beleggingsfonds. De managers van die laatste fondsen gaan je immers niet in detail vertellen wat alle ingrediënten van hun ‘secret sauce’ zijn om tot de nagestreefde outperformance te komen. Dus blijft het soms gissen naar alle (duurzame) overwegingen die een rol hebben gespeeld bij de portefeuillesamenstelling. Bovendien is de ene manier van indexbeleggen de andere niet. Neem de Verantwoorde indexfondsen van Actiam. Die nemen de MSCI als uitgangspunt en voegen daar hun duurzame criteria aan toe. Deze beleggers volgen dus niet blind een index, maar blijven zelf nadenken en maken de gehanteerde uitsluitingen bekend. De ESG fondsen van Northern Trust hanteren een vergelijkbare aanpak, resulterend in Custom ESG indexfondsen. iShares fondsen die in water, alternatieve energie of duurzame indices beleggen; de holdings zijn op dagbasis terug te zien op de website van de aanbieder. Hoezo, black box?
Mythe 2. Duurzaamheidsscores zijn ‘inconsistent’ (en dat is slecht)
Bedrijven zoals MSCI en Sustainalytics beoordelen bedrijven op hun duurzaamheid. Naarmate het belang van deze duurzaamheidsscores toeneemt - dus ook bij het tot stand komen van een duurzame index - worden deze oordelen steeds vaker in twijfel getrokken. Met als één van de argumenten dat deze partijen nogal eens verschillen van mening. Inconsistent was de term die ik voorbij zag komen. Met andere woorden: deze bureaus denken niet allemaal hetzelfde over het duurzaamheidsgehalte van, bijvoorbeeld, Apple. Gelukkig niet, zou ik zeggen. Dat is met de analyses van kredietbeoordelaars en financiële analisten niet anders. Ze kijken allemaal naar hetzelfde bedrijf en verschillen vervolgens van mening, actieve fondsmanagers inbegrepen. En dat is fijn, want als ze allemaal tot hetzelfde oordeel zouden komen, zouden er geen financiële markten bestaan. Dus wat is het probleem? Een verschil van mening is niet hetzelfde als inconsistent.
Mythe 3. Actieve managers zijn ‘actiever’ dan passieve managers
Actief eigenaarschap vormt een belangrijk onderdeel van maatschappelijk verantwoord en duurzaam beleggen. We hebben het dan over stemmen op aandeelhoudersvergaderingen en het aangaan van de dialoog met bedrijven waarin wordt belegd. Er zijn actieve managers die claimen dat zij actiever zijn met hun inspanningen op dit vlak dan passieve managers. Toch ken ik ook managers die namens hun indexfondsen heel actief zijn in de richting van bedrijven. Maar belangrijker nog; de scheidslijn tussen actieve managers en passieve managers is in de praktijk vaak niet zo scherp. Veel fondshuizen managen namelijk zowel actieve als passieve strategieën. Als het gaat om stemmen of de dialoog met bedrijven dan gaan vaak alle belangen op een hoop en wordt er op dezelfde wijze geacteerd namens alle fondsen.
De les van dit alles
Dé duurzame index bestaat niet. Er zijn veel verschillende duurzame index strategieën en dus ook veel manieren van invulling en transparantie. Zowel actieve als passieve duurzame fondsen worden ingevuld op basis van een opinie. Er is niet één waarheid rond de duurzaamheid van een bedrijf, wel heel veel meningen en dat is prima. En ten slotte, een strikte scheiding tussen actieve en passieve managers bestaat in de praktijk vaak niet. Daarmee is ook het verschil tussen actieve en passieve beleggingsfondsen in de praktijk niet zo scherp als men ons wil doen geloven. Ik ken hele actieve managers van indexfondsen en hele passieve managers van ‘actieve’ fondsen als het gaat om de invulling van maatschappelijk verantwoord beleggen. Dus, what’s in a name? 


Gert van de Paal 

Specialist Maatschappelijk Verantwoord Beleggen 

Rabobank Particulieren & Private Banking 


20 november 2018

Kunstmatige intelligentie: een impuls voor maatschappelijk verantwoord beleggen

Kunstmatige intelligentie: een impuls voor maatschappelijk verantwoord beleggen

Kunstmatige intelligentie doet steeds meer zijn intrede in de wereld van beleggen. Niet alleen als beleggingsthema, maar ook als instrument om tot betere beleggingsresultaten te komen. Beleggers hopen door de inzet van nieuwe technologieën en big data een bovengemiddeld rendement te behalen. Als deze ontwikkelingen bijdragen aan een vollediger en accurater beeld van de bedrijven waarin wordt belegd, is dat een goede zaak voor maatschappelijk verantwoord beleggen.

Het analyseren van bedrijven, ook op het vlak van duurzaamheid, is voor een deel nog altijd ambachtelijk speurwerk. Een analist gaat door de jaarverslagen of verstuurt een vragenlijst naar bedrijven om meer informatie te verzamelen. Dat leidt, nog steeds, tot belangrijke inzichten. Toch heeft deze werkwijze een aantal belangrijke nadelen. Je krijgt doorgaans de gegevens die andere beleggers ook krijgen. Het levert je dus niet een concurrentievoordeel op. Verder worden de data vaak door bedrijven zelf - of niet - gerapporteerd en dat zorgt mogelijk voor een vertekend of incompleet beeld. En ten slotte is er nogal eens sprake van een fikse vertraging in de rapportage. De data over de CO₂-uitstoot van een bedrijf kunnen zomaar twee jaar oud zijn bijvoorbeeld.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat beleggers op zoek gaan naar andere manieren om tot actuelere of aanvullende inzichten te komen. Ook in de wereld van maatschappelijk verantwoord beleggen dringen nieuwe technieken steeds verder door. Nou ja, nieuw. Sommige technieken bestaan al jaren, maar de snelle toename van de hoeveelheid data én de toegenomen rekenkracht van computers, zorgen voor een versnelling in het gebruik ervan. Kunstmatige intelligentie kan bijvoorbeeld worden ingezet als hulpmiddel om alle rapporten, publicaties en data die dagelijks beschikbaar komen te analyseren. Zo kun je inmiddels bijhouden hoe er op social media wordt gesproken over een bedrijf. Is dat positief of negatief en neemt het aantal berichten toe, of juist af? Dat kan aanleiding zijn voor een aanvullend onderzoek naar mogelijke risico’s. Of een gesprek met het management. Op deze manier houd je een elektronische vinger aan de pols.

Met behulp van technieken als ’natural language processing’, ‘machine learning’ en ‘deep learning’ worden de inspanningen van (duurzame) analisten in snel tempo gecomplementeerd en misschien in de toekomst wel vervangen. Sommige partijen gaan daarin al vrij ver. Het bedrijf TruValue Labs graast internet en social media af op zoek naar nieuwe informatie. De onderneming scant routineus meer dan 75.000 bronnen zoals kranten, websites van belangenorganisaties, blogs en publicaties in allerlei (vak)bladen. Aan de hand daarvan worden duurzaamheidsscores voor bedrijven berekend. Het Engelse Arabesque doet iets vergelijkbaars en gebruikt ‘machine learning’ en big data om meer dan 200 indicatoren op het vlak van ESG (Environment, Social, Governance) actueel te houden. Daarvoor worden doorlopend meer dan 50.000 databronnen in 15 verschillende talen gemonitord.

Het zijn fascinerende ontwikkelingen. Veel experts zijn het er echter wel over eens dat de inzet van kunstmatige intelligentie en big data alleen niet voldoende is. Je hebt mensen nodig om de uitkomst van alle analyses op juiste wijze te duiden. De kunst voor beleggers is daarbij om alle ruis weg te filteren. Alleen de zaken die materieel zijn, hebben impact op de financiële prestaties van de ondernemingen die op deze wijze worden onderzocht. Mits verstandig gebruikt, vormen deze ontwikkelingen een sterke impuls voor de integratie van zogenoemde ESG-factoren in het beleggingsproces. Hierdoor wordt maatschappelijk verantwoord beleggen naar een hoger plan getild. Een ontwikkeling die ik alleen maar kan toejuichen.

Gert van de Paal
Specialist Maatschappelijk Verantwoord Beleggen - Rabobank Particulieren & Private Banking

2 augustus 2018

Fat Cat Day

Fat Cat Day

Beloningen voor topbestuurders staan volop in de belangstelling. Het is elk voorjaar, rond de jaarvergaderingen, een terugkerend thema. In het bijzonder het salaris van de CEO ligt onder het vergrootglas en sommige salarisvoorstellen roepen heftige reacties op. In Nederland, maar ook daarbuiten. Fat Cat Day bijvoorbeeld, is een begrip geïntroduceerd door de Britse denktank High Pay Centre. Het is de dag van het jaar waarop CEOs in het Verenigd Koninkrijk al meer verdiend hebben dan de gemiddelde Britse werknemer dat jaar zal verdienen. Enig idee op welke dag het dit jaar Fat Cat Day was? U krijgt straks het antwoord.

Het is natuurlijk aan de aandeelhouders om uiteindelijk te bepalen of een beloningspakket eerlijk is of niet. In vakjargon heet dat “Say on Pay”. Toch gebeurt het in de praktijk niet vaak dat beloningsvoorstellen voor bestuurders worden weggestemd. Grote beleggers als Blackrock en Vanguard wordt wel verweten niet kritisch genoeg te zijn en te gemakkelijk mee te gaan met de excessieve beloningsvoorstellen van het management. Dat onderwerp is vorig jaar zelfs ter stemming gebracht bij BlackRock - zelf beursgenoteerd - door een kritische aandeelhouder die het punt agendeerde. Inmiddels stemt het fondshuis wat vaker tegen excessieve beloningsvoorstellen dan in het verleden, zo concludeerde de Amerikaanse niet-gouvernementele organisatie As You Sow onlangs. Volgens hen zijn pensioenfondsen en grote vermogensbeheerders buiten de VS echter een stuk kritischer.

Alleen kijken naar het stemgedrag van een fondshuis gaat overigens wel voorbij aan het feit dat er achter de schermen soms volop discussie is. In aanloop naar de jaarvergadering wordt door institutionele beleggers nogal eens overlegd met het bestuur of de remuneratiecommissie over de voorgestelde beloningen. Dat heeft ook zijn invloed op de voorstellen die wel of niet ter stemming worden gebracht.

De discussie over beloningen is inmiddels nog wat breder getrokken met de komst van de “Pay Ratio”, ofwel de loonkloof. Dit kengetal geeft weer wat de verhouding is tussen het salaris van de CEO en de gemiddelde medewerker binnen een bedrijf. Ook in Nederland krijgt de loonkloof veel aandacht in het kader van de Code voor goed ondernemingsbestuur. De Pay Ratio kent de nodige beperkingen; deze kan bijvoorbeeld op talloze manieren berekend worden. Dat doen bedrijven dan ook. Het is daarom gevaarlijk om gerapporteerde Pay Ratio’s zomaar te vergelijken. Focus Orange berekende in opdracht van het FD met een eigen methodiek de loonkloof bij 21 grote Nederlandse beursfondsen en kwam uit op 83 in 2017. De CEOs van deze bedrijven verdienen dus gemiddeld 83 keer het salaris van de modale werknemer. Ter vergelijking: in de VS was die verhouding volgens de Amerikaanse federatie van vakverenigingen 347 voor de S&P 500 bedrijven (in 2016). De loonkloof in Nederland is dus bescheiden in vergelijking met die in de VS.

De Pay Ratio zegt ook niets over de hoogte van de beloning van de CEO per se, maar biedt wel meer transparantie over de beloningsstructuur binnen een bedrijf. Dat moet stimuleren dat men intern ook nadenkt over het effect van de beloning voor topbestuurders op de rest van de organisatie. De impliciete gedachte is natuurlijk dat daar een disciplinerende werking vanuit gaat. Saillant detail is dat veel CEO salarissen de laatste jaren volgens deskundigen zijn gestegen juist als gevolg van meer transparantie. Iets wat men nu met nog meer transparantie probeert op te lossen.

Rabobank Private Banking schrijft de fondshuizen waarmee ze werkt niet voor hoe zij moeten stemmen als het gaat om beloningen voor topbestuurders. Wel verwachten wij een kritische houding ten aanzien van dit onderwerp en, in bredere zin, aandacht voor het HR-beleid van bedrijven waarin wordt belegd. Een goed HR-beleid (waarvan het beloningsbeleid een belangrijke, maar niet de enige component vormt) is ontzettend belangrijk voor het aantrekken en vasthouden van getalenteerd personeel. Niet alleen aan de top, maar in alle geledingen van het bedrijf.

Oh ja, Fat Cat Day. Die dag viel dit jaar op vier januari.

Gert van de Paal
Specialist Maatschappelijk Verantwoord Beleggen - Rabobank Particulieren & Private Banking

9 mei 2018

Een soep die zwaar op de maag ligt

Een soep die zwaar op de maag ligt

Plastic is zowel een zegen als een plaag. Veel gebruiksvoorwerpen worden ervan gemaakt. Ruim een kwart van alle plastic wordt gebruikt als verpakkingsmateriaal. Dat kan bijvoorbeeld voedselbederf voorkomen, maar de verpakking zelf moet niet het probleem worden. Feit is dat plastic verpakkingsmateriaal in 95% van de gevallen maar één keer gebruikt wordt en dan weer wordt weggegooid. We zitten dus steeds meer met al dat plastic in ons maag. Want hoe kom je er weer van af? Maar 14% van alle gebruikte plastic verpakkingen wordt namelijk verzameld om te recyclen.* 

Veel, heel veel plastic eindigt als zwerfafval. Soms duidelijk zichtbaar maar veel vaker microscopisch klein. Inmiddels schijnt er  op de Grote Oceaan een plastic soep,- een verhoogde concentratie plastic deeltjes, rond te drijven die een oppervlakte heeft van 34 keer Nederland. Het werkelijke probleem is nog groter want er zijn wereldwijd meerdere van dit soort concentraties plastic.**  

Dat plastic in zee zorgt voor problemen. Dieren die het eten, kunnen hierdoor sterven. Ook komt het plastic terecht in onze voedselketen. Maar de gevolgen reiken verder. Een maand geleden zag ik foto’s van de stranden van Bali. Het eiland word elk jaar, met name rond deze tijd, letterlijk overspoeld met plastic. Dagelijks zijn honderden mensen in de weer om de stranden te ontdoen van tonnen plastic. De situatie is inmiddels zo schrijnend dat de lokale autoriteiten de “noodtoestand” hebben uitgeroepen. Plastic haalde vaker de headlines de afgelopen weken: bijvoorbeeld het bericht dat China ons Europese plastic niet meer wil recyclen. 

Maar er was ook positief nieuws. De Europese Commissie wil namelijk dat in 2030 alle plastic verpakkingen recyclebaar zijn. Op het World Economic Forum in Davos beloofden elf multinationals daar vijf jaar eerder al aan te zullen voldoen. Daaronder zijn bedrijven als CocaCola, PepsiCo en Unilever.

Ook beleggers laten zich niet onbetuigd. Plastic (her)gebruik, afvalscheiding of in bredere zin de impact van een bedrijf op het milieu, zijn aspecten die doorgaans worden meegewogen door beleggers die de duurzaamheid van bedrijven beoordelen. Naast vele andere duurzaamheidsaspecten overigens. 

Er zijn ook steeds meer beleggers die bedrijven hierop aanspreken. Actiam is één van de fondshuizen die zich onlangs aansloot bij een initiatief van As you Sow. Deze Amerikaanse niet-gouvernementele organisatie riep door middel van een aandeelhoudersresolutie McDonald’s op om definitief afscheid te nemen van piepschuimverpakkingen van polystyreen. Daar worden bijvoorbeeld meeneemcups voor koffie van gemaakt. Deze plastic bekers eindigen gemakkelijk als zwerfafval en zijn ook moeilijk te recyclen. McDonald’s laat het niet tot een stemming over dit onderwerp komen en heeft toegezegd om dit jaar wereldwijd het gebruik van piepschuim verpakkingen te staken. Geen grote stap aangezien er al een begin was gemaakt door het concern, maar wel één in de juiste richting. Het agendapunt is daarop ingetrokken en wordt niet ter stemming gebracht. Zowel Actiam als Northern Trust, wiens verantwoorde indexfondsen een belangrijke positie innemen in onze beheerportefeuilles, hadden een jaar eerder ook al vóór een gerelateerde resolutie op de jaarvergadering gestemd. Toen werd McDonald’s gevraagd om een onderzoek naar de impact van dergelijke verpakkingen op het milieu. 

Dat is actief eigenaarschap in de praktijk. Nota bene van “passieve” indexbeleggers.

22 februari 2018

Bronnen: 
*The New Plastics Economy: Rethinking the future of plastics. World Economic Forum & the Ellen MacArthur Foundation (2016). 
** Flotsametrics and the Floating World (2009), C. Ebbesmeyer.

De gouden tip voor 2018. En voor 2019 en 2020 en ...

De gouden tip voor 2018. En voor 2019 en 2020 en ...

Afgelopen week was Al Gore, de voormalig vicepresident van de VS, in Nederland ter promotie van zijn nieuwe film An Inconvenient Truth 2. Elf jaar na het verschijnen van deel 1 is er het nodige gebeurd. Zo worden de gevolgen van de klimaatverandering steeds zichtbaarder. Het goede nieuws is dat technologische oplossingen voor het probleem op grotere schaal worden ingezet. Denk aan de opmars van ledverlichting en het aantal geïnstalleerde zonnepanelen dat snel toeneemt. Toch is hier volgens Gore nog een wereld te winnen. De zon straalt in één uur zoveel energie af op de aarde dat we daarmee wereldwijd een jaar vooruit kunnen. De nieuwe technologieën worden echter nog niet snel genoeg omarmd. Het kan, nee, het móet sneller betoogde Gore. En beleggers hebben daarbij een rol te spelen. Voor mensen die nu denken, niet weer die grijsgedraaide klimaatplaat voor duurzame beleggers: blijf lezen. Want dit verhaal raakt alle beleggers.

Aan belangstelling voor klimaatverandering niet te klagen. Het onderwerp staat volop in de picture. Overheden hebben zich, via het akkoord van Parijs, gecommitteerd aan de ambitie om de temperatuurstijging op aarde te beteugelen. Er is momentum ontstaan. En steeds meer grote beleggers omarmen het thema. Daarmee wordt het vanzelf ook relevant voor de non-believers onder ons.

Het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, de energietransitie, gaat in alle sectoren tot veranderingen leiden. In sommige sectoren zelfs tot zeer grote veranderingen. Dat proces is al in volle gang. Denk bijvoorbeeld aan nutsbedrijven als RWE en E.ON die groene en niet-groene activiteiten hebben gescheiden. Dat ging gepaard met miljardenafschrijvingen. Maar ook olie- en gasbedrijven en automobielfabrikanten merken de gevolgen van de energietransitie en moeten daarop inspelen. Wat als straks de CO2-emissierechten wel goed beprijsd (lees: duurder) worden? Dan gaan nog veel meer ondernemingen, zeker de vervuilende, de gevolgen voelen. Koplopers worden dan spekkopers. Mijn boodschap is dan ook: klimaatverandering en de energietransitie gaan alle beleggers raken. Maar ook: als belegger kun je hier veel kanten mee op.

Je kunt vervuilende bedrijven uitsluiten door er niet in te beleggen. Een alternatief is om dat juist wel te doen. Bijvoorbeeld door in olie- en gasbedrijven te beleggen en gebruik te maken van stemrecht of de dialoog om hen tot een omslag te bewegen. Ook een mogelijkheid: beleg alleen in de meest duurzame ondernemingen uit een sector. Beloon gewoon de bedrijven die hun CO2-uitstoot sterk verminderen. Of kies voor een accent in de portefeuille met een van de vele duurzame themafondsen. Ja, natuurlijk zijn er de fabrikanten van windmolens en zonnepanelen maar er is meer. Wat te denken van beleggingen in bedrijven die ervoor zorgen dat we efficiënter omspringen met energie? Producenten van isolatiematerialen bijvoorbeeld. Of lichtgewicht materialen voor auto’s en vliegtuigen. Of enzymen om op lagere temperaturen te wassen. Ten slotte zijn er nog de green bonds. Een klein maar snelgroeiend segment van de obligatiemarkt. Het geld gaat in dit geval specifiek naar projecten die als doel hebben klimaatverandering tegen te gaan of de gevolgen ervan te bestrijden. Kortom, mogelijkheden te over.

Wij zijn bij Rabobank niet zo van het snelle scoren of dé gouden tip. Maar dit thema gaat beleggers heel erg bezig houden. Volgend jaar en de jaren daarna. Die voorspelling durf ik wel aan.

20 december 2017

Data dilemma's

Data dilemma's

‘Bedrijven in paniek over Europese privacywet’ kopte het Financieele Dagblad onlangs. Kern van het krantenartikel was dat bedrijven momenteel alle zeilen bij moeten zetten om op tijd te voldoen aan nieuwe Europese wetgeving die de privacy van persoonsgegevens beter moet waarborgen (de Algemene Verordening Gegevensbescherming). Dat betekent niet alleen dat bedrijven een privacybeleid moeten formuleren, maar vaak ook dat de ICT- infrastructuur binnen bedrijven aangepast moet worden. Dat zijn soms lange en kostbare trajecten. Maar ook noodzakelijk, want als bedrijven hun zaakjes niet op orde hebben, leidt dat in de toekomst mogelijk tot fikse boetes. Die kunnen oplopen tot wel vier procent van de jaaromzet.

De nieuwe wetgeving is een logisch gevolg van de digitalisering van onze samenleving en het toenemend gebruik van (big) data. Het combineren van deze gegevens leidt tot op maat gesneden advertenties en aanbiedingen en kent talloze andere toepassingen die ons leven gemakkelijker maken. Maar het heeft ook een keerzijde. De privacy van consumenten mag immers niet in het gedrang komen. En om het nog gecompliceerder te maken; de vrijheid van meningsuiting ook niet.

Bedrijven als Alphabet (Google) en Facebook bestaan bij de gratie van big data. Het is voor hen van levensbelang om hier zorgvuldig mee om te gaan. Er lopen al talloze rechtszaken tegen deze bedrijven vanwege vermeende privacy schendingen. Maar ook burgers die zich beroepen op het ‘vergeetrecht’ melden zich met het verzoek om informatie over hen te wissen van het internet. Tegelijkertijd doen overheden in toenemende mate een beroep op deze bedrijven om gegevens over bepaalde klanten vrij te geven. Of om ongewenste content te weren van hun netwerken. Dat vergt een continue doorontwikkeling van beleid, maar ook van techniek.

Zo kwam Google onlangs met het bericht dat Youtube -  in aanvulling op het bestaande beleid om filmpjes waarin wordt opgeroepen tot geweld te verwijderen - nu ook een beleid heeft voor filmpjes die op het randje zijn. Deze worden niet verwijderd, maar de verspreiding ervan wordt tegengegaan door het onmogelijk te maken deze filmpjes te delen, te liken of te becommentariëren. Op deze manier raken ze al snel ondergesneeuwd. Dit soort maatregelen is geen overbodige luxe, zeker niet omdat talloze bedrijven hebben aangegeven niet langer te willen adverteren op Youtube. Ze willen hun advertenties namelijk niet in de buurt van aanstootgevende boodschappen hebben staan.

Het zijn echter niet alleen de Facebooks en Googles van deze wereld die worden geraakt door wetgeving waaronder de nieuwe Europese privacywetgeving. Bijna alle bedrijven krijgen hier in meer of mindere mate mee te maken. Daarmee is het een niet te onderschatten aspect voor beleggers. Het is dus niet verwonderlijk dat institutionele beleggers deze aspecten steeds nadrukkelijker meewegen in hun beleggingsbeslissingen en hierover informeren bij ondernemingen. Hoe worden deze risico’s gemanaged? Hoe wordt omgegaan met klantgegevens? Is er een privacy- of mensenrechtenbeleid? Het zijn dit soort vragen die in het kader van maatschappelijk verantwoord beleggen moeten worden gesteld. En die relevanter zijn dan menigeen denkt.

26 september 2017

Benieuwd naar het standpunt van Rabobank? Zie ons privacy statement op Rabobank.com.

Sweet talk

Sweet talk

Vroeger was suiker voorbehouden aan de happy few. Hoe anders is het nu. Vandaag de dag is het een hele opgave om een teveel aan suiker te vermijden. En wij zijn er niet goed in, zo blijkt: Nederland staat volgens onderzoeksbureau Euromonitor in de wereldwijde top drie als het gaat om de dagelijkse suikerconsumptie per persoon. Een teveel aan suiker zorgt - onder meer - voor een verhoogde kans op diabetes, tandbederf en zwaarlijvigheid.

De voedingsmiddelenindustrie wordt in toenemende mate geconfronteerd met zorgen over het suikergehalte van haar producten. Niet verwonderlijk, gegeven de trend naar een gezondere levensstijl én een bewuster voedingspatroon bij een groeiende groep consumenten. Volgens het eerder genoemde Euromonitor zoekt bijna de helft van alle wereldwijde consumenten inmiddels naar voedingsmiddelen met weinig of geen toegevoegde suiker. Maar ook (lokale) overheden komen in beweging tegen suiker. Dat heeft in diverse landen en in een aantal Amerikaanse steden al geresulteerd in een suikerbelasting. Om de suikerinname terug te dringen en de stijgende kosten van de gezondheidszorg te financieren.

Deze ontwikkelingen vragen om actie. Immers, een deel van de omzet en winstgevendheid van voedingsfabrikanten staat potentieel onder druk. En al lijkt het er nu op dat advocaten er een zware dobber aan zullen hebben om rechtszaken over de gevolgen van ongezonde voeding ook daadwerkelijk te winnen, neemt de kans op die rechtszaken wel toe. Daarom is het niet verwonderlijk dat beleggers, de vooruitstrevende dan toch, inmiddels suiker op de radar hebben. Ze stellen voedingsbedrijven vragen over hun productportfolio’s. Worden deze gepositioneerd in de richting van gezondere producten? Wordt er voldoende informatie gegeven over de voedingswaarde van de producten? Is de reclame richting kinderen verantwoord?

Als bedrijven dat uit zichzelf al niet doen. Want dat lijkt gewoon smart business: als de klantvraag verandert, verander je mee. Zo maakt McDonalds werk van een gezondere menukaart, en lanceerden frisdrankproducenten kunstmatig gezoete varianten. Al zijn er inmiddels ook wel onderzoeken te vinden waaruit blijkt dat die niet noodzakelijkerwijs altijd gezond zijn. Coca Cola introduceerde onlangs in Japan een colavariant zonder suiker, zonder calorieën maar met … vezels; Coca Cola Plus. Met een heuse gezondheidsclaim. Weer andere producenten proberen het met kleinere verpakkingen. Of ze werken mee aan overheidsprogramma’s om obesitas te bestrijden. Soms wordt de productportfolio gezonder gemaakt door overnames: Dr Pepper Snapple kocht Bai Brands, een maker van drankjes met antioxidanten en Danone lijfde WhiteWave in, de maker van onder meer sojadrank Alpro.

Een overname van Unilever door Kraft Heinz had de laatste onderneming op dit vlak waarschijnlijk ook een impuls gegeven.

Beleggers kunnen hier op inspelen door met het thema gezondheid rekening te houden bij de selectie van thema’s of bedrijven in hun portefeuille. Of door vragen te stellen aan bedrijven. De Access to Nutrition Index is een van de initiatieven om inzichtelijk te krijgen hoe voedingsbedrijven hun portefeuille gezonder maken en hun verantwoordelijkheid nemen. Met behulp van deze index hebben institutionele beleggers in ieder geval een basis om het gesprek aan te gaan met de achterblijvers. Zodat het niet blijft bij sweet talk.

3 juli 2017

Lehman Sisters, fearless women en het bijenkoningin-syndroom

Lehman Sisters, fearless women en het bijenkoningin-syndroom

Zouden we ook een financiële crisis hebben gehad als Lehman Brothers, de bank die omviel door het nemen van teveel risico's, Lehman Sisters zou zijn geweest? Dit vraagstuk, gevoed door de gedachte dat vrouwen risico's meer mijden dan mannen, is onderzocht. Enkele uitkomsten: alle vrouwen zijn anders, het risico van stereotyperingen bestaat en banken met relatief veel vrouwen in bestuursfuncties nemen niet minder risico's dan andere banken.

De samenstelling van de Raad van Bestuur (RvB) en de Raad van Commissarissen (RvC) is één van de aspecten waarnaar wordt gekeken in het kader van maatschappelijk verantwoord beleggen. Wat men wil bevorderen, is creativiteit en innovatie. Wat men wil voorkomen, is groepsdenken. Een brede en diverse samenstelling van de RvB en RvC is daarom wenselijk. Dat kan door meer vrouwen in het bestuur, maar ook door meer ruimte voor de jeugd, andere culturen, nationaliteiten et cetera. Toch spitst de discussie rond diversiteit binnen bedrijven zich vaak toe op de nog altijd scheve verhouding tussen mannen en vrouwen aan de top.

In tegenstelling tot bovengenoemde studie laten diverse andere studies wél een positief verband zien tussen vrouwen aan de top en de financiële resultaten.

Een onderzoek van indexmaker MSCI bijvoorbeeld, toont aan dat bedrijven met relatief veel vrouwen in het bestuur een beter rendement op eigen vermogen genereren dan ondernemingen waar dat niet het geval is (10.1% versus 7.4%).

Je zou denken dat bedrijven dan in actie komen. Toch blijkt het in de praktijk een hele opgave om het tij te keren. Er zijn grote verschillen per land. In Noorwegen zijn de bestuurskamers voor bijna de helft (46.7%) gevuld met vrouwen. In Nederland is dat iets meer dan een kwart (26.2%). Hekkensluiter is Japan met 3.5%. Het aantal vrouwen in topposities wereldwijd bedroeg eind 2015 volgens Credit Suisse 14.7%.

Een belangrijke nuance is op zijn plaats. Uit de meest recente Female Board Index (2016) van business school Tias blijkt dat weliswaar 23.1% van de RvC van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven uit vrouwen bestaat, maar op RvB-niveau is dat slechts 7.1% . Een lichte afname bovendien ten opzichte van een jaar eerder.

Ter informatie: bij Rabobank zijn deze percentages respectievelijk 33% en 14%.

In diverse landen probeert men al een tijd de gewenste samenstelling met wettelijke quota's af te dwingen. De laatste maanden zie ik ook hernieuwde aandacht voor dit thema bij beleggers. BlackRock liet weten diversiteit van het bestuur als een speerpunt te zien in de dialoog met bedrijven. Ook vermogensbeheerder State Street stuurt sinds kort aan op het aannemen van meer vrouwelijke bestuursleden wanneer bedrijven daar zelf onvoldoende werk van maken. Als onderdeel van deze campagne werd op Internationale Vrouwendag een beeld van "fearless girl" geplaatst op Wall Street.

Een steuntje in de rug is welkom, maar veel vrouwen zitten niet te wachten op een quotum of positieve discriminatie. Zij willen aangenomen worden omdat ze de juiste persoon zijn voor de job. Omdat ze iets naar de bestuurstafel brengen. En dus zullen bedrijven vooral moeten zorgen voor de doorstroom van vrouwelijk talent. Dat vraagt om een duidelijke strategie, beleid en verantwoording. Denk aan mogelijkheden om flexibel te werken. Voor vrouwen én mannen. Maar er moet ook gewerkt worden aan een gelijke beloning en, in bepaalde landen, betere toegang tot onderwijs voor vrouwen.

Op deze manier kunnen vrouwen geleidelijk doordringen tot de top. Tenzij het zogenoemde bijenkoningin-syndroom daadwerkelijk bestaat. De achterliggende gedachte is dat als een vrouw de hoogst mogelijke positie heeft bereikt binnen een organisatie, zij geen concurrentie van vrouwen op andere hoge posities duldt. In dat geval zouden vrouwen, en niet mannen, het struikelblok vormen. Ook dat is onderzocht, maar voor deze hypothese is geen bewijs gevonden. Integendeel, er lijkt sprake van een zelfversterkend effect met een vrouw aan de top. En dat biedt hoop voor "fearless women".

13 april 2017