Nieuw regeerakkoord 2017

Het kabinet Rutte III heeft afgelopen 10 oktober het nieuwe regeerakkoord voor de komende vier jaar gepresenteerd. Wij zetten de belangrijkste maatregelen voor u op een rij. Deze maatregelen moeten nog verder worden uitgewerkt in een wetsvoorstel.

Wonen

Heeft u een eigen woning? Dan krijgt u te maken met een aantal veranderingen.

Hypotheekrenteaftrek versneld naar 36,93%

Vanaf 2020 loopt het maximale aftrekpercentage voor de hypotheekrente met 3% per jaar terug. Dat is sneller dan de eerder afgesproken 0,5%. Hierdoor komt in 2023 het maximale aftrekpercentage voor iedereen uit op 36,93%.

Eigenwoningforfait

Het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde tussen de € 75.000 en € 1.060.000, wordt nu nog berekend aan de hand van een forfaitpercentage van 0,75%. Dit wordt volgens het nieuwe regeerakkoord 0,6%. Daarnaast vervalt de Wet Hillen: de maatregel die ervoor zorgt dat mensen die hun hypotheek bijna of helemaal hebben afgelost geen belasting betalen over het eigenwoningforfait.

Hypotheekrenteaftrek berekenen

Wat betekent de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek voor uw portemonnee? Bereken wat volgens het nieuwe regeerakkoord uw netto maandlasten worden.

Lees meer over de gevolgen van deze maatregelen

Zorg

Het eigen risico voor de zorgverzekering blijft tot en met 2021 € 385. De zorgpremie gaat daardoor in 2018 naar verwachting met € 6,80 omhoog. Bijbetalingen voor geneesmiddelen krijgen een bovengrens van € 250 per jaar per verzekerde.

Inkomen en belasting

Het belastingstelsel gaat er anders uitzien. In plaats van vier komen er twee tariefschijven in box 1 voor mensen die nog geen AOW ontvangen. In 2020 wordt het tarief van de inkomstenbelasting in box 2 verhoogd. In box 3 wordt minder vermogen belast. Per 1 januari 2018 gaat het heffingsvrij vermogen van € 25.000 omhoog naar € 30.000 per persoon. Het lage btw-tarief gaat van 6 naar 9 procent. Daardoor worden bijvoorbeeld dagelijkse boodschappen en treinkaartjes duurder.

Inkomen box 1

Vermindering tariefschijven inkomstenbelasting

Het aantal schijven van de inkomstenbelasting in box 1 wordt voor mensen die nog geen AOW ontvangen vanaf 2019 verminderd van vier naar twee:

  • Het tarief in de eerste schijf voor inkomens tot ongeveer € 68.600 wordt 36,93%.
  • Het tarief in de tweede schijf voor inkomens vanaf ongeveer € 68.600 wordt 49,5%.

Voor mensen die AOW ontvangen, wordt het aantal schijven verminderd van vier naar drie.

Afbouw aftrekbare kosten

Het maximale belastingpercentage voor bepaalde aftrekbare kosten wordt in 2020 gelijkgetrokken met het tarief dat dan geldt voor de hypotheekrenteaftrek. Daarna wordt het aftrektarief in vier stappen van 3% afgebouwd tot het laagste belastingtarief. Het aftrektarief komt in 2023 uit op 36,93%. Dat geldt bijvoorbeeld voor de zelfstandigenaftrek en de giftenaftrek. Let op: de beperking geldt niet voor de aftrek van de inleg voor een lijfrenterekening.

Verhoging heffingskortingen

  • De algemene heffingskorting wordt vanaf 2019 verhoogd. Dit leidt tot een uiteindelijke verhoging met € 350 in 2021.
  • Voor de arbeidskorting en ouderenkorting gelden maximumbedragen. Vanaf een bepaald (verzamel)inkomen worden deze heffingskortingen afgebouwd. Voor de arbeidskorting is dat vanaf een inkomen van € 32.444 (bedrag 2017). Voor de ouderenkorting is dat vanaf een inkomen van € 36.057 (bedrag 2017).Vanaf 2019 worden de maximumbedragen verhoogd en de afbouw versneld.

Inkomen box 2

Het tarief van de inkomstenbelasting in box 2 wordt in 2020 verhoogd van 25% naar 27,3% en in 2021 naar 28,5%.

Inkomen box 3

Verhoging heffingvrij vermogen box 3

Het heffingsvrij vermogen is het bedrag waarover u geen belasting hoeft te betalen. Dat wordt per 1 januari 2018 verhoogd van € 25.000 naar € 30.000 per persoon.

Aanpassing fictief rendement spaartegoeden

De Belastingdienst rekent voor de belasting in box 3 met een fictief rendement. Voor de huidige vermogensrendementsheffing wordt met een fictief rendement gerekend op basis van het gemiddelde van het landelijke rendement op spaargeld over de afgelopen vijf jaar. Vanaf 2018 wordt uitgegaan van actuelere cijfers, namelijk van de gemiddelde spaarrente tussen juli 2016 en juni 2017. De gemiddelde spaarrente in die periode was lager, waardoor u bij een gelijkblijvend vermogen minder belasting betaalt.

In deze kabinetsperiode wordt een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement uitgewerkt.

Lees meer over belasting en box 3

Pensioen

Het kabinet Rutte III gaat het pensioenstelsel behoorlijk omgooien. Het idee is dat u verplicht blijft deelnemen aan bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen. Daarnaast krijgen we allemaal ons eigen persoonlijke pensioenvermogen. Het voornemen is om begin 2018 op hoofdlijnen een akkoord te hebben over de verdere invulling van het nieuwe pensioenstelsel. Daarna kan gestart worden met wetgeving.

Contact

Rabobank