Beleggen buiten Europa

Het natuurlijke voorkeursgedrag van beleggers om te beleggen in bedrijven, landen of regio’s die men ‘kent’ wordt ook wel een homebias genoemd. Deze homebias zien we terug bij Nederlandse of Europese obligatiebeleggers die hun blik alleen op Europa hebben gericht. Als er echter geen beleggingsbeperkingen zijn, loont het om het obligatie speelveld te verruimen met beleggingsmogelijkheden buiten Europa.

Een verbreding van het beleggingsuniversum biedt beleggers vanzelfsprekend meer spreidingsvoordelen. Deze voordelen worden versterkt wanneer landen zich in verschillende fases van economische groei bevinden. Het lokale en regionale economische beleid dat landen voeren, beïnvloedt de hoogte van lokale rentes en daarmee het rendement op lokale obligaties. Een breder obligatie universum leidt tot minder beweeglijkheid (minder risico) in een obligatieportefeuille. 

Een goede graadmeter voor een wereldwijde obligatiebelegging is de Bloomberg Barclays Global Aggregate-index (GA-index). Actief beheerde obligatiefondsen gebruiken deze index vaak als referentie om hun behaalde rendement te kunnen beoordelen. De index bestaat voor ca. 46% uit obligaties in USD en voor 27% uit obligaties in euro’s. Verder is de index opgebouwd met o.a. obligaties in JPY, GBP, CAD en AUD.

Door de eerder genoemde renteverschillen per land is het rendement van deze index nu ruim 1% hoger dan de Europese graadmeter, de Bloomberg Barclays Euro Aggregate-index (EA-index). Ook de risicovergoeding/kredietopslag voor een belegging in Amerikaanse bedrijfsobligaties, die onderdeel uitmaken van de GA-index, is nu hoger dan vergelijkbare Europese bedrijfsobligaties.

Beleggen buiten Europa Beleggen buiten Europa

De kredietkwaliteit van de GA-index is ook beter dan die van de EA-index. Tenslotte bevinden zich in de GA-index minder landen met een negatieve rente dan in de EA-index. De gevoeligheid voor renteschommelingen, gemeten met de duration, is vergelijkbaar. 

Wereldwijd beleggen in obligaties introduceert wel valutarisico’s. Dit risico is zelfs groter dan de andere risico’s van obligaties (debiteurenrisico, renterisico, liquiditeitsrisico). Uit onderzoek blijkt dat valuta’s niet alleen risico toevoegen, maar ook op lange termijn geen positief rendement opleveren. Als er geen argumenten zijn om de valuta ‘open te laten’, is het advies daarom om het valutarisico af te dekken. Dit komt de risico-rendementsverhouding van de portefeuille ten goede.

Het afdekken van de niet euro valuta’s is helaas niet gratis. Het renteverschil tussen Europa en de andere landen is een goede indicator voor de kosten van het afdekken van valutarisico’s. Zo bedraagt het verschil van de éénmaandsrente in de VS en Europa nu ca. 1,7%. Dit renteverschil gaat nog ten laste van het eerder genoemde rendementsverschil van ruim 1%. Voor sommige andere landen zijn de afdekkingskosten echter nihil, zoals bij beleggingen in de Zweedse kroon en de Zwitserse frank.

De valutarisico’s van de meeste actief beheerde obligatiefondsen in het Rabobank assortiment zijn voor het grootste deel afgedekt naar de euro. Actief beheerde fondsen Pimco Global Bonds en Amundi Global Aggregate en het passief beheerde Vanguard Global Bonds Index fonds zijn voorbeelden van wereldwijd beleggende fondsen in het Rabobank assortiment. Ook in de categorie bedrijfsobligaties bieden we de mogelijkheid aan om wereldwijd te beleggen, via o.a. Robeco Global Credits en Invesco Global Investment Grade Corporates. Voor meer informatie over deze en andere beleggingsmogelijkheden kunt u de Fondsselector raadplegen.

Auteur: Menno Meekel

Contact

Rabobank