Twee vrouwen lopen door kantoor

Grond-, water- en wegenbouw

Verder op deze pagina:

    Bedrijven werkzaam in de grond-, water- en wegenbouw zijn onder meer grondwerkbedrijven, civiele betonbouwers (viaducten, bruggen, gemalen), kust- en oeverwerkers, kabel- en buizenleggers, sloopbedrijven, rioolaanleg- en stratenmakersbedrijven. Voor deze branches deelt de Rabobank recente cijfers en trends.

    Krachtige productiegroei

    De infrasector profiteert van de toegenomen overheidsbudgetten in het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Dit draagt naar verwachting de komende jaren bij aan een productiegroei tussen de 5 en 7%. Gemeentes investeren ook meer dan voorgaande jaren. Met name in de aanleg van nieuwe wijkinfrastructuur en onderhoud aan en vervanging van riolering. De Unie van Waterschappen investeert in de aanpassingen van kanalen, gemalen en waterbergingen om te kunnen omgaan met klimaatverandering, bijvoorbeeld zware regenval en langdurige periodes van droogte. Ondanks deze investeringen zal de winstgevendheid van mkb-bedrijven onder druk blijven staan. Dit komt onder andere door het clusteren van opdrachten bij aanbestedingen, waarbij grotere bedrijven in het voordeel zijn.

    Leeftijdsopbouw sector

    De sector vergrijst relatief snel en bindt nog onvoldoende jonge vaklieden. Waar de bouw vroeger een 'jonge' sector was, is de leeftijdsopbouw tegenwoordig vergelijkbaar met die in andere sectoren. Technieken zoals prefab, robotica, kunstmatige intelligentie en 3D-printen doen hun intrede. Inzet van slimme technologie moet zorgen voor een sector die minder afhankelijk wordt van arbeid.

    Grote infraprojecten

    Diverse grote infraprojecten (zoals Vaanplein A15 en de A2-tunnel bij Maastricht) zijn de afgelopen jaren verlieslatend geweest, vanwege een scherpe prijszetting en onvoldoende risicomanagement. De Rabobank verwacht dat de sector ervan overtuigd raakt dat de laagste prijs geen oplossing biedt voor de bouwopgaven in Nederland. Ondertussen is er een kritischere risicohouding ontstaan bij de bedrijven in de sector ten aanzien van het inschrijven op projecten. Tegelijkertijd is er een betere dialoog tussen opdrachtnemers en publieke opdrachtgevers gekomen.

    Innovatieve vermogen sector

    Innovatie neemt in belang toe. De Rabobank verwacht dat de sector over vijf tot tien jaar haar innovatieve vermogen heeft geëtaleerd in samenwerkingsverbanden en minder belang zal hechten aan prijszetting.

    Lees in de Bouwagenda met welke uitdagingen de bouw de komende jaren aan de slag gaat

    "Middelgrote mkb-bedrijven in de grond-, water- en wegenbouw zijn vaak innovatief en verhogen hiermee hun kans op opdrachten."

    Gevolgen van geïntegreerde contractvormen

    Door de toename van geïntegreerde contractvormen neemt de traditionele scheiding tussen ontwerp en uitvoering af. De opdrachtgever verschuift risico's hiermee in toenemende mate naar de aannemer. Zo bestaan er geïntegreerde contracten waarbij de aannemer zelf een bestemmingswijziging en omgevingsvergunning moet verzorgen. Dit vereist kennis van juridische contractvorming en risicomanagement. Daarom moeten bedrijven hun kennis op dit gebied versterken of partners aan zich binden.

    Criteria bij aanbestedingsvormen

    De prijs wordt naar verwachting een steeds minder belangrijk criterium bij alle aanbestedingsvormen. Van Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI) wordt veel verwacht omdat andere criteria een belangrijkere rol gaan innemen.

    Zoals:

    de omvang van de CO2-footprinthet betrekken van lokale (onder)aannemers en leveranciersleerling-werk-plaatsenhet gebruik van secundaire grondstoffenhet beperken van het aantal verkeersbewegingen

    Per criterium zijn punten te verdienen, waardoor de inschrijving kansrijker wordt. Bedrijven kunnen zich onderscheiden door bij een gevraagde oplossing het duurzame alternatief voor te rekenen en te beprijzen op basis van de life cycle costing-methodiek. Zo worden investeringskosten, onderhoudskosten en sloop- of demontagekosten over de totale levensduur onderling vergelijkbaar gemaakt. Dit vraagt om andere kennis en expertise waarin bouwbedrijven serieus moeten investeren.

    Duurzaamheid

    Duurzaamheid en circulaire bouw worden steeds belangrijker. Een voorbeeld hiervan is het Betonakkoord, waarin staat dat 100% van het beton (de bestanddelen zand, grind en cement) in 2030 zal worden hergebruikt. Dit akkoord is in de branche vrijwillig gesloten.

    Een gevolg van de circulaire bouweconomie is dat het eigendom en de risico's van bouwproducten en materialen vaker van de bouwtoeleverancier blijft. We zien hierdoor nieuwe duurzame verdienmodellen ontstaan. De bouwtoeleverancier kan er bijvoorbeeld voor kiezen om materialen na een bepaalde gebruiksperiode terug te nemen, op te knappen en weer opnieuw te verkopen of verhuren.

    Lees meer over het Betonakkoord op Duurzaamgebouwd.nl

    Innovatie

    De inzet van nieuwe technologie (prefab, robotisering, drones, 3D-printing, Internet of Things, etcetera) leidt tot nieuwe businessmodellen in de branche. Ook worden er steeds meer nieuwe materialen gebruikt. Zo worden er bruggen gebouwd van koolstofvezel en composiet. Een lichtere fundering kan leiden tot lagere Total Costs of Operation (TCO).

    Bouw Informatie Modellering (BIM) is een belangrijke technische innovatie met grote invloed op het ontwerp-, bouw- en onderhoudsproces. Ketenpartners in de bouw kunnen hierdoor optimaal met elkaar communiceren en samen een ontwerp optimaliseren. Ook kunnen onnodige fouten in de realisatie van een bouwwerk door BIM worden voorkomen. Bouwbedrijven die onvoldoende investeren in innovatie en nieuwe technologie zoals BIM komen hierdoor op achterstand te staan.

    Geïntegreerde product- en dienstconcepten (zoals aanleg en onderhoud in een toltunnel) zijn voor de (Rijks)overheid geen investeringen, maar exploitaties door derden. Hierdoor kan de politieke besluitvorming sneller verlopen.

    Bouwwerken worden steeds vaker gebruikt om energie op te wekken. Zo kan er bij stromend water een turbine worden geplaatst en kunnen er zonnepanelen of windmolens op het talud worden aangebracht. Hierdoor dalen de exploitatiekosten voor de opdrachtgever.

    Maatschappij: veiligheid, integriteit en opleiding

    Verantwoording en transparantie worden steeds belangrijker voor aannemersbedrijven. Zo verwacht Rabobank dat opdrachtgevers vaker inzicht willen in de veiligheidsprestaties van bouwers en dat zij dit als criterium bij opdrachtverlening gaan opnemen. Ook de Social Return on Investment (SROI) wordt steeds vaker gevraagd bij aanbestedingen. Het gericht inzetten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of langdurig werklozen draagt bij aan het maatschappelijke gezicht van bouwbedrijven.

    Bedrijven kunnen zich vrijwillig aansluiten bij Stichting Beoordeling Integriteit Bouwnijverheid (SBIB). Deze code richt zich op de relatie tussen opdrachtgever en aannemer, en de mededingingsaspecten die daarbij een rol kunnen spelen. Het doel hiervan is om de kans op rechtszaken te verminderen.

    De bouwsector vergrijst relatief snel en bindt nog onvoldoende jonge vaklieden. Daarom worden jonge vakmensen in opleiding steeds vaker uitgenodigd om te participeren in het bedrijfsleven. Zo treden bedrijven op als leerbedrijf, sluiten zij zich aan bij bedrijfsscholen en organiseren zij snuffelstages. Hierdoor zal de instroom van jonge vaklieden in de toekomst worden vergroot.

    Wet- en regelgeving

    Omgevingswet

    Per 1 januari 2021 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet voegt een groot aantal wetten met betrekking tot ondergrond, omgeving en milieu samen. Dat moet zorgen voor een eenvoudiger proces en het sneller kunnen starten van bouwprojecten.

    WKB

    In 2021 wordt naar verwachting de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) geïntroduceerd. Het doel van deze wet is het verbeteren van de kwaliteitsborging en tevens het versterken van de positie van bouwconsumenten. Het verbreedt de wettelijke aansprakelijkheid van aannemers, wat kan leiden tot meer arbitage- en rechtszaken. Aannemers dienen daarom te investeren in een gebouwdossier dat gedurende het bouwproces wordt geüpdatet. De ingehuurde externe toezichthouder gebruikt het gebouwdossier om uiteindelijk te bepalen of een bouwwerk voldoet aan het Bouwbesluit. Hoewel bouwers meer kosten lijken te gaan maken om bewijslast te kunnen overleggen, zal dit uiteindelijk leiden tot lagere faalkosten.

    Nederland gasloos in 2050

    Het gebruik van aardgas en andere fossiele brandstoffen moet worden teruggedrongen (afspraak klimaattop Parijs), waardoor gebouwen in 2050 geen gasaansluiting meer hebben. Dit betekent dat er geen nieuwe gasleidingen worden aangelegd en onderhouden, wat leidt tot omzetverlies voor infrabedrijven.

    De Nederlandse infrastructuur voor gastransport en -opslag kan gebruikt worden voor transport en opslag van waterstof, als alternatief voor gas. Ook mijnen en lege gasvelden kunnen gebruikt worden. Terwijl ze gevuld worden met water wordt met behulp van een turbine stroom opgewekt. Wanneer dit herhaaldelijk gebeurt (in perioden van hoge energiebehoefte) kan bestaande infra worden benut.

    Laatste update: mei 2019