Geiten achter een hekje

Melkgeitenhouderij

Verder op deze pagina:

    De melkgeitenhouderij richt zich op het fokken en houden van geiten, de vervaardiging van zuivelproducten en de vervaardiging van consumptie-ijs. Voor deze branche deelt de Rabobank recente cijfers en trends.

    Mondiale vraag naar zuivel groeit

    De Nederlandse melkgeitensector is een sector die zich heeft gespecialiseerd in de commerciële productie van geitenmelk. De geitenmelksector heeft de afgelopen jaren een onstuimige groei doorgemaakt. Na de Q-koortsuitbraak tussen 2007 en 2012 is het aantal bedrijven, de veestapel en het productievolume de afgelopen jaren weer toegenomen.

    Volgens NGZ en het CBS telde Nederland in 2018 ruim 500 melkgeitenbedrijven (waarvan 50 biologisch) met een veestapel van ruim 430.000 melkgeiten en een productie van ruim 370 miljoen kilogram geitenmelk. Een derde deel van de geiten bevindt zich in Noord-Brabant. Gelderland komt op de tweede plaats.

    Door een groeiende wereldbevolking en stijgende besteedbare inkomens wordt wereldwijd meer vraag naar zuivel verwacht in een grote diversiteit aan producten, waaronder producten van of met geitenmelk.

    Geitenmelkproducten

    Het merendeel van de verse geitenmelk in Nederland wordt gebruikt voor de productie van kaas. Verder wordt het gebruikt voor verse zuivel en melkpoeders. De afgelopen jaren wordt het gebruik van geitenmelk in babyvoeding (IMF) populairder.

    Economie

    Wereldwijd groeit de vraag naar zuivelproducten (koe- en geitenmelk). Voor 2019 verwacht Rabobank een wereldwijde groei van de zuivelconsumptie van 1,0% tot 1,5%. De toenemende vraag naar (geiten-)zuivel is toe te schrijven aan enkele demografische ontwikkelingen: 

    • Bevolkingsgroei in Azië, (Noord-) Afrika en het Midden-Oosten.
    • Groeiend besteedbaar inkomen in ontwikkelde en ontwikkelende gebieden.

    Consumptie melk

    In de ontwikkelde gebieden (Westerse wereld & China) is er vooral sprake van een groeiende vraag naar een grotere diversiteit aan (hoogwaardige) zuivelproducten, waaronder geitenzuivel, in veelal kleinere verpakkingen. Daarbij neemt de consumptie van (witte) melk al jaren af door:

    • Vergrijzing van de bevolking: zuigelingen consumeren de meeste witte melk.
    • Kleinere huishoudens.
    • Toename aantal personen in de hogere inkomensgroepen.
    • ‘On the go’-eetpatroon.
    • Focus op gezond voedsel.

    Met betrekking tot de consumptie zijn er twee specifieke trends die een positieve relatie hebben met de toenemende vraag naar geitenzuivel:

    • De vraag naar alternatieven voor koemelk (Westerse wereld & China).
    • De vraag naar zuigelingenvoeding (IMF) op basis van geitenmelk vanwege GMO-vrije melk (Verenigde Staten).

    Productie geitenmelk

    Ruim 80% van de wereldwijde geitenmelkproductie vindt plaats in Azië (60%) en Afrika (20%), hoofdzakelijk voor eigen consumptie. Binnen Europa wordt volgens de FAO en NGZO circa 70% van de geproduceerde geitenmelk (2,5 miljard kilogram in 2016) aangeleverd voor verwerking.

    Europa en Nederland

    Volgens Eurostat zijn Frankrijk en Spanje in Europa de grootste producenten van geitenmelk, gevolgd door Nederland en Griekenland. In Frankrijk, Spanje en Griekenland wordt nog relatief veel melk zelf verwerkt en blijft binnen de eigen landsgrenzen. Nederland onderscheidt zich ten opzichte van deze landen door het grote aandeel van de melk dat ter verwerking wordt aangeboden (meer dan 90%) en de focus op export. De meeste Nederlandse geitenmelk wordt gebruikt voor de productie van kaas. Overige producten zijn:

    • Verse zuivel (onder meer gepasteuriseerde & houdbare melk, yoghurt, kwark en ijs).
    • Melkpoeders.
    • Zuigelingenvoeding (IMF): voornamelijk bedoeld voor de Chinese en Amerikaanse markt.

    Rentabiliteitsvoordelen

    De afgelopen jaren zijn grote stappen gezet in de kwaliteit van de veestapel. Tussen 2000 en 2018 is de gemiddelde productie gestegen van ruim 760 naar 870 kg per geit, gebaseerd op gegevens van CBS. Bij sterk gespecialiseerde bedrijven is een gemiddelde productie van boven de 1.000 kilogram geen uitzondering. Bedrijven met zogeheten 'dubbelvrije dieren' zijn in staat een hogere productie per geit te behalen. Naast deze rentabiliteitsvoordelen heeft de sector ook een uitdaging om het imago op het vlak van (dieren- en humane) gezondheid te verbeteren na de uitbraak van de Q-koorts (zie ook Duurzaamheid en Maatschappij).

    Rendement

    Het gemiddelde rendement op bedrijfsniveau is sinds 2012 goed om aan alle verplichtingen te voldoen. Dit komt door de hoge melkprijs en de professionaliseringsslag die de sector sindsdien heeft gemaakt. Voerkosten vormen de grootste kostenpost in de melkgeitensector. Om tot een (financieel) duurzaam model te komen moet de ondernemer zijn grip op de kostprijs behouden. Door de groei van sector is de melkprijs vanaf 2015 met ruim 10 cent afgenomen. In 2018 is de melkprijs net onder de 60 cent uitgekomen. In 2019 lijkt de productiegroei door de markt geabsorbeerd en is de melkprijs weer gestegen tot boven de 60 cent. Lagere gehaltes drukken de uitbetalingsprijs nog.

    “Het professionele melkgeitenbedrijf heeft aandacht voor de omgeving en de communicatie naar de burger.”

    Duurzaamheid

    Het initiatief van de Duurzame Geitenzuivelketen (vanuit LTO Nederland en NGZO) is een goed voorbeeld waarbij de Nederlandse geitenzuivel als kwaliteitsproduct naar de toekomst toe wordt gewaarborgd. Met deze keten wordt ingespeeld op actuele thema’s als: 

    • Dierengezondheid en -welzijn: verbeteren van de gezondheidsstatus (dubbelvrij van CL en CAE).
    • Energie en klimaat.
    • Imago en markt.

    Plan van aanpak welzijn geitenbokken

    Sinds 1 januari 2018 wordt het sterftepercentage onder de lammeren in de leeftijd tot drie weken geregistreerd. Inmiddels neemt alle bedrijven aan deze registratie deel via een verplichting in Kwaligeit. Het doel is om het sterftepercentage onder de lammeren fors te verlagen. Het plan van aanpak is gericht op een betere weerstand van het jonge bokje. Op termijn zullen ook meer geitenbedrijven hun bokjes zelf afmesten of via een een-op-een-relatie met een vaste bokkenmester (i.p.v. via een handelaar). Er is een streefgebied (<9,3% uitval), een signaleringsgebied (9,3-<12,3%) en een actiegebied (>12,3%) bepaald. Volgens recente monitoringsdata valt 95% van de bedrijven in 2018 in het streefgebied terwijl dat in 2016 dat nog 80% was. In 2018 viel 2% in het actiegebied. Voor dit percentage moet een concreet plan van aanpak worden opgesteld.

    Bekijk het plan van aanpak op Rijksoverheid.nl

    Innovatie

    Door de geitenstop in de meeste provincies zullen veel bedrijven voorlopig focussen op optimalisatie. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van de melkproductie per dier. Omdat het een erg arbeidsintensieve sector is, is innovatie op het gebied van automatisering gewenst/noodzakelijk voor verdere ontwikkeling op bedrijfsniveau.

    Maatschappij

    De aaibaarheidsfactor van de melkgeitensector staat ter discussie. Topics met betrekking tot ziektedruk & zoönosen (Q-koorts), regionale veedichtheid & megastallen (voornamelijk in Noord-Brabant) en het ontbreken van alternatieve verdienmodellen voor bokjes maken draagvlak in de maatschappij niet vanzelfsprekend.

    Wet- en regelgeving

    De geitensector valt onder de intensieve veehouderij. Het fosfaatreductieplan is niet van toepassing op de melkgeitensector. In tien provincies geldt een verbod op uitbreiding of nieuwbouw. Dit naar aanleiding van onderzoek door RIVM waaruit blijkt dat mensen die in de buurt van geitenhouderijen wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. Nader onderzoek (VGO-3) loopt. Tot de uitkomsten van dit onderzoek in 2021 of 2022 zal de sector waarschijnlijk geen ruimte krijgen om verder uit te breiden.


    Laatste update: december 2019