Melkgeitenhouderij

De melkgeitenhouderij richt zich op het fokken en houden van geiten, de vervaardiging van zuivelproducten en de vervaardiging van consumptie-ijs.

Voor deze branche deelt de Rabobank recente cijfers en trends. We bespreken de ontwikkelingen op het gebied van:

Wereldwijd meer vraag naar zuivel verwacht

De Nederlandse melkgeitensector is een sector die zich heeft gespecialiseerd in de commerciële productie van geitenmelk. De geitenmelksector heeft de afgelopen jaren een onstuimige groei doorgemaakt. Na de Q-koortsuitbraak tussen 2007 en 2012 is het aantal bedrijven, de veestapel en het productievolume de afgelopen jaren weer toegenomen.

Eind 2017 telde Nederland circa 500 melkgeitenbedrijven, waarvan 45 biologisch. Deze bedrijven hadden een veestapel van ruim 347.000 melkgeiten en een productie van circa 310 miljoen kilogram geitenmelk. Een derde deel van de geiten bevindt zich in Noord-Brabant. Gelderland komt op de tweede plaats wat betreft het aantal geiten.

Door een groeiende wereldbevolking en stijgende besteedbare inkomens wordt wereldwijd meer vraag naar zuivel verwacht in een grote diversiteit aan producten, waaronder producten van of met geitenmelk.

Geitenmelkproducten
Het merendeel van de verse geitenmelk in Nederland wordt gebruikt voor de productie van kaas. Andere producten zijn verse zuivel en melkpoeders. De laatste jaren wordt het gebruik van geitenmelk in babyvoeding (IMF) ook populairder.

Overige actuele thema's in de melkgeitensector

  • De snelle groei van de Nederlandse melkproductie en de impact hiervan op de actuele (hoge) melkprijs.
  • Schaalvergroting, rationalisatie en automatisering.
  • Omschakelaars (voornamelijk melkveebedrijven die omschakelen naar de productie van geitenmelk).
  • Verbetering van het rendement.
  • Duurzame zuivelketen: dierengezondheid en dierenwelzijn, energie en klimaat, en imago en markt.
  • Regionale veedichtheid.

Economie

Wereldwijd groeit de vraag naar zuivelproducten (koe- en geitenmelk). Voor 2018 verwacht de Rabobank een wereldwijde groei van zuivelconsumptie (1,2 tot 1,3%). De toenemende vraag naar (geiten)zuivel is toe te schrijven aan enkele demografische ontwikkelingen, zoals:

  • de bevolkingsgroei in Azië, (Noord-)Afrika en het Midden-Oosten
  • het groeiend besteedbaar inkomen in ontwikkelde gebieden (de Westerse wereld en China) en ontwikkelende gebieden

In de ontwikkelde gebieden is er vooral sprake van een groeiende vraag naar grotere diversiteit aan (hoogwaardige) zuivelproducten, waaronder geitenzuivel, in veelal kleinere verpakkingen.

Consumptie melk
De consumptie van (witte) melk neemt al jaren af door:

  • vergrijzing van de bevolking (zuigelingen consumeren de meeste witte melk)
  • kleinere huishoudens
  • toename aantal personen in de hogere inkomensgroepen
  • on-the-go-eetpatroon
  • focus op gezond voedsel

Met betrekking tot de consumptie zijn er twee specifieke trends die bijdragen aan de toenemende vraag naar geitenzuivel:

  • lactose-intolerantie en de vraag naar alternatieven voor koemelk (de Westerse wereld en China)
  • vraag naar zuigelingenvoeding (IMF) op basis van geitenmelk, vanwege lactose-intolerantie (China) en GMO-vrije melk (Verenigde Staten)

Productie geitenmelk
Ruim 80% van de wereldwijde geitenmelkproductie vindt plaats in Azië (60%) en Afrika (20%), hoofdzakelijk voor eigen consumptie. Binnen Europa wordt circa 70% van de geproduceerde geitenmelk aangeleverd voor verwerking, volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) en Nederlandse GeitenZuivel Organisatie (NGZO).

Europa en Nederland
Binnen Europa zijn Frankrijk en Spanje de grootste producenten van geitenmelk, gevolgd door Nederland en Griekenland. Waar in Frankrijk, Spanje en Griekenland nog relatief veel melk zelf wordt verwerkt en binnen de eigen landsgrenzen blijft, onderscheidt Nederland zich ten opzichte van deze landen door het grote aandeel van de melk dat ter verwerking wordt aangeboden (meer dan 90%). Daarnaast ligt in Nederland de focus meer op export.

De meeste Nederlandse geitenmelk wordt gebruikt voor de productie van kaas.

Overige producten zijn:

  • verse zuivel (onder meer gepasteuriseerde en houdbare melk, yoghurt, kwark en ijs)
  • melkpoeders
  • zuigelingenvoeding (IMF): voornamelijk bedoeld voor de Chinese en Amerikaanse markt

Rentabiliteitsvoordelen
De afgelopen jaren zijn er grote stappen gezet in de kwaliteit van de veestapel. Tussen 2000 en 2017 is de gemiddelde productie gestegen van ruim 760 naar 867 kg per geit. Bij sterk gespecialiseerde bedrijven is een gemiddelde productie van boven de 1.000 kg geen uitzondering. Bedrijven met zogeheten 'dubbelvrije dieren' zijn in staat een hogere productie per geit te behalen.

Een uitdaging voor de sector is om het imago op het vlak van (dieren- en humane) gezondheid te verbeteren, na de uitbraak van de Q-koorts.

Rendement
Het gemiddelde rendement op bedrijfsniveau is sinds 2012 goed. Dit komt door de hoge melkprijs. Voerkosten vormen de grootste kostenpost in de melkgeitensector. Om tot een (financieel) duurzaam model te komen moet de ondernemer zijn grip op de kostprijs behouden.

Duurzaamheid

Het initiatief van de Duurzame Geitenzuivelketen (vanuit LTO Nederland en NGZO) is een goed voorbeeld waarbij de Nederlandse geitenzuivel als kwaliteitsproduct naar de toekomst toe wordt gewaarborgd.

Met deze keten wordt ingespeeld op actuele thema’s als:

  • dierengezondheid en -welzijn: verbeteren van de gezondheidsstatus (dubbelvrij van CL en CAE)
  • energie en klimaat
  • imago en markt

Plan van aanpak welzijn geitenbokken
In januari 2018 is gestart met het registeren van het sterftepercentage onder lammeren in de leeftijd tot drie weken. Doel is om het sterftepercentage onder de lammeren fors te verlagen. Het plan van aanpak, aangeboden door de vakgroep LTO en de NGZO, is gericht op een betere weerstand van het jonge bokje. Op termijn zullen ook meer geitenbedrijven hun bokjes zelf afmesten, of via een een-op-een-relatie met een vaste bokkenmester (in plaats van via een handelaar).

In de opstartjaren ligt het streefgebied lager dan 19,6%, en het signaleringsgebied op 12,3%. Vanaf 2020 is onderstaande tabel van toepassing.

Tabel 1: Sterftepercentages lammeren en bijbehorende consequenties

2020 Sterftepercentage Consequentie
Streefgebied <9,3%(p70) Geen consequentie
Signaleringsgebied 9,3-12,3% (p70-p80) Waarschuwing /Speciale attentie
Actiegebied >12,3% (p80) Plan van aanpak is vereist

Bekijk het plan van aanpak op Rijksoverheid.nl

Innovatie

Het professionele melkgeitenbedrijf blijft zich verder ontwikkelen door verbetering van melkproductie per dier en heeft voldoende aandacht voor de omgeving en de communicatie naar de burger/consument. Omdat het een erg arbeidsintensieve sector is, is innovatie op het gebied van automatisering gewenst (of zelfs noodzakelijk) voor verdere ontwikkeling op bedrijfsniveau.

Maatschappij

De aaibaarheidsfactor van de melkgeitensector staat ter discussie. Topics met betrekking tot ziektedruk en zoönosen (Q-koorts), regionale veedichtheid en megastallen (voornamelijk in Noord-Brabant) en het ontbreken van alternatieve verdienmodellen voor bokjes, maken draagvlak in de maatschappij niet vanzelfsprekend.

Wet- en regelgeving

De geitensector valt onder de intensieve veehouderij. Het fosfaatreductieplan is niet van toepassing op de melkgeitensector.

In Noord-Brabant is op 7 juli 2017 een stop op de ontwikkeling en uitbreiding van geitenstallen afgekondigd tot 2020. Dit naar aanleiding van recent onderzoek door RIVM waaruit blijkt dat mensen die in de buurt van geitenhouderijen wonen een verhoogde kans op longontsteking hebben. Ook in Gelderland geldt om deze reden een uitbreidingsstop.

Benchmark

Indicator Definitie Branche-gemiddelde Norm Rabobank Betekenis
EV/TV     Min. 30% Gezien grote fluctuaties in melkprijzen is buffervermogen noodzakelijk.

Laatste update: januari 2018

Gerelateerde branches

Legpluimveehouderij

Melkveehouderij

Contact

Rabobank