Update
Beter verdienmodel fysiotherapie noodzakelijk
De positie van fysiotherapeuten in de eerstelijns zorg staat onder druk. Trage besluitvorming over de basisverzekering en tarieven belemmert een CAO. Dat maakt het beroep onaantrekkelijk, vooral voor jongeren. Dit schaadt de zorg, want fysiotherapeuten zijn cruciaal voor preventie, revalidatie en sport. Door tekorten belanden patiënten vaker in de duurdere (specialistische) tweedelijnszorg, iets wat indruist tegen de politieke ambitie om zorgkosten te beperken. De centrale vraag is: hoe verbeteren we het verdienmodel van de fysiotherapeut?

In het kort
Fysiotherapeuten zijn onmisbaar in de vitale gemeenschap
De toekomst van de zorg draait om het gezond houden van mensen en gemeenschappen, zodat zij zelf de regie houden. Niet het zorgaanbod, maar burgers staan centraal. Een geschikte woning, sociaal netwerk, dagbesteding, beweging, gezonde voeding en het voorkomen van verslaving en schulden zijn net zo belangrijk als professionele zorg. Voor een toekomstbestendige zorg moeten we in Nederland focussen op de leefomgeving en principes van ‘blue zones’, die passen bij het gemeenschapsleven. ‘Blue zones’ zijn gebieden wereldwijd waar mensen het langste leven. Samenwerking vormt het uitgangspunt voor een vitale samenleving in 2040. Brede welvaart vraagt om samenwerking tussen de overheid, de zorg, het bedrijfsleven en de publieke sector. Denk aan woonoplossingen voor ouderen en jongeren, sociale cohesie, gezond gedrag, betaalbaar voedsel en technologische ondersteuning. Ook creatieve oplossingen voor de arbeidsmarkt, zoals flexibele arbeidsvoorwaarden, zijn nodig.
Fysiotherapeuten zijn onmisbaar in een vitale samenleving. Zij zijn actief in de wijk, binnen de sportvereniging en vooral in de eerstelijnszorg (70%). Daarnaast werkt 17% in ziekenhuizen en 13% in verpleeghuizen. In 2024 bezochten 4,2 miljoen Nederlanders de fysiotherapeut (bron: Nederlandse Zorgautoriteit). De vraag naar fysiotherapie groeit, maar de inkomsten groeien niet mee. De huidige winstniveaus van de fysiotherapiepraktijk zijn mager. Uit de Kleinbedrijf Index Fysiotherapie (2024, Q4) blijkt dat slechts 22% van de fysiotherapeuten een praktijkresultaat heeft van meer dan 20% van de omzet. Van de praktijkeigenaren zonder personeel (zzp’ers) keert 16% zichzelf onder bijstandsniveau uit. Dit bedroeg in 2023 nog 12%. Voor praktijken met personeel is dit gemiddeld 4% (was 5%). Een hoger tarief is nodig om een hogere omzet te realiseren. Dat biedt ruimte voor het betalen van passende lonen voor HBO-zorgverleners, voor het organiseren van samenwerking en voor investeringen in innovatie en duurzaamheid. En het maakt (eindelijk) een passende CAO mogelijk.

Het huidige aanbod laat een verschil in diverse provincies zien. Dit overzicht geeft een indicatie, omdat er geen rekening is gehouden met de factor parttime werk. Opvallend is dat de top-3 bestaat uit zowel de provincie met de meeste inwoners (Zuid-Holland) als de twee provincies met het kleinst aantal inwoners (Flevoland en Zeeland). Daarnaast is het aantal studenten op de Nederlandse opleidingen fysiotherapie in 2024 voor het vierde jaar op rij gedaald (bron: Vereniging Hogescholen). Het aantal daalde met 117 naar 2.350. In 2020 waren er nog 2.765 studenten fysiotherapie. De afname in vier jaar tijd bedraagt daarmee 15%. Dit leidt tot een structureel tekort aan fysiotherapeuten.
Verdienmodel verbreden door samenwerking met huisartsen
Uit de Kleinbedrijf Index Fysiotherapie (2024, Q4) blijkt dat gemiddeld 81% van de omzet van fysiotherapeuten komt van vergoedingen door zorgverzekeraars. Bij praktijkeigenaren zonder personeel (zzp’ers) ligt dit aandeel op 69%. Praktijken met personeel halen gemiddeld 86% van hun omzet uit verzekeringsvergoedingen. Deze sterke afhankelijkheid van zorgverzekeraars maakt het verdienmodel kwetsbaar.
Bij het bedienen van patiënten kunnen fysiotherapeuten kiezen tussen business-to-consumer (B2C) en business-to-business (B2B).
Steeds meer fysiotherapeuten richten zich op de zakelijke markt, omdat dit kansen biedt voor een beter rendement, schaalvoordelen en efficiëntere marktbewerking. Hieronder vind je voorbeelden van ondernemers die hun inkomsten hebben uitgebreid met nieuwe diensten en samenwerkingsvormen. Zo kun je het verdienmodel versterken en voldoende winst blijven maken.
In 2024 kwam 74% van de patiënten op eigen initiatief bij de fysiotherapeut (bron: NIVEL ). De overige 26% kwam via een verwijzing, met name van de huisarts en de medisch specialist. Huisartsen en fysiotherapeuten werken steeds vaker samen. Logisch, want fysiotherapeuten zijn dé expert op het gebied van het beweegapparaat. Bovendien hebben veel huisartsen volle praktijken en kunnen ze patiënten met bewegingsklachten goed doorverwijzen. Wel belangrijk om te benoemen: 13% van de mensen die fysiotherapie nodig heeft, ziet af van een bezoek vanwege de kosten (NIVEL oktober 2025).
Deze samenwerking bestaat uit meerdere vormen:
- Huisartsorganisatie Arts en Zorg werkt in Winschoten en Enschede met een praktijkondersteuner fysiotherapie (POH) in loondienst. In tegenstelling tot de reguliere fysiotherapeuten hebben ze vooral een diagnostische rol, geven ze advies en eventueel een behandeling zoals een huisarts zou doen (bijvoorbeeld pijnstilling). Ze begeleiden dus niet langdurig, zoals een reguliere fysio. Hiermee wordt de huisarts ontlast. Arts en Zorg werkt als enige partij in de huisartsenzorg met een all-in tarief en declareert niet per verrichting. Dat maakt het inzetten van POH-fysiotherapie mogelijk.
- Via zorgverzekeraar Menzis lopen pilots met de “Extended Scope fysiotherapeut”. Dit is een fysiotherapeut met een masteropleiding en aanvullende medische scholing. Hun rol is bedoeld om diagnostiek en behandeling in de eerste en tweede lijn te versterken. Dat doen ze bijvoorbeeld door het houden van beweegklachtenspreekuren in huisartsenpraktijken of poliklinieken, waarbij wordt beoordeeld of een patiënt een medisch specialistisch consult of aanvullend diagnostisch onderzoek nodig heeft. Menzis sluit contracten met praktijken die Extended Scope aanbieden, vaak onder innovatie- of substitutieprojecten. De fysiotherapiepraktijk moet hiervoor samenwerken met huisartsen en rapporteren over resultaten, kostenbesparing en doorlooptijd.
- Op de website Loketgezondleven.nl blijkt dat er steeds meer Gecombineerde Leefstijlinterventies aanbieders zijn. Een aanzienlijk deel wordt door fysiotherapeuten verzorgt. Zij bieden gecombineerde leefstijlinterventies aan via een verwijzing van de huisarts. Deze interventies worden vergoed door de zorgverzekeraar.
Verdienmodel verbreden door samenwerking met medisch specialist.
Fysiotherapeuten werken al jaren samen met medische specialisten. Zo organiseert Fysio Ter Horst in Velp, Rheden en Lochem een multidisciplinair schouderspreekuur in samenwerking met Bergman Clinics. Binnen deze constructie wordt de fysiotherapie vergoed via onderaannemerschap van de ZBC.
Steeds vaker werken eerstelijns-fysiotherapeuten samen met medisch specialisten, waarbij een patiënt wordt voorbereid op een operatie in de vorm van prehabilitatie. Bij prehabilitatie volgen patiënten een programma om fitter de operatie in te gaan en beter te herstellen. Het programma bestaat uit fysieke trainingen, verbeteren van voeding, mentale begeleiding, het behandelen van specifieke ziekten/kwetsbaarheden en het stoppen met roken en drinken van alcohol. De fysieke training staan onder begeleiding van een fysiotherapeut, en wordt steeds vaker uitgevoerd in samenwerking tussen ziekenhuizen en eerstelijnszorg (zoals fysiotherapiepraktijken). Ziekenhuizen hebben moeite met de organisatie en structurele uitrol van prehabilitatie. Stichting Fit4Surgery en BeBright hebben hulpmiddelen ontwikkeld (zoals een routekaart en rekenhulp) om ziekenhuizen te ondersteunen. Inmiddels geven ruim dertig ziekenhuizen aan te werken met de aanpak van de stichting Fit4surgery.
Prehabilitatie is (nog) geen vergoede zorg vanuit de basisverzekering, aldus Zorginstituut Nederland (ZiN). Vaak is voor prehabilitatie een verwijzing van een medisch specialist nodig. De vergoeding voor patiënt en fysiotherapeut kan dan via het ziekenhuis lopen, mits het onderdeel is van een ziekenhuisprogramma. Zonder aanvullende verzekering of ziekenhuisdekking zijn patiënten vaak zelf verantwoordelijk voor de kosten. Voor meer informatie Fit4Surgery.
Verdienmodel verbreden door samenwerking met gemeente.
Fysiotherapeuten werken steeds vaker samen met gemeenten op het gebied van valpreventie, maar ook breder om de vitaliteit van burgers te versterken. Jaarlijks belanden ongeveer 119.000 65-plussers op de spoedeisende hulp na een val, met grote persoonlijke en maatschappelijke gevolgen. Gelukkig is het valrisico te verminderen door preventieve maatregelen, zoals valpreventiecursussen. Deze cursussen richten zich op spierversterking, balansverbetering en bewustwording van interne en externe risicofactoren. Daarnaast bieden ze sociale interactie en stimuleren ze blijvende beweging. Om ouderen met verhoogd valrisico tijdig te identificeren, is in 2023 de ketenaanpak Valpreventie gestart. Hierbij werken rijksoverheid, gemeenten, zorgverzekeraars en zorgprofessionals samen. Het opsporen gebeurt via een uitgebreide screening door fysio- of ergotherapeuten. Op basis van de resultaten worden ouderen doorverwezen naar 1 van 3 erkende cursussen.
Een voorbeeld van deze aanpak is het project ‘Stevig Staan’, dat in januari 2023 in Noord-Limburg begon. 7 gemeenten werken hierin samen: Venlo, Horst aan de Maas, Beesel, Peel en Maas, Bergen, Gennep en Venray. Ook De Zorggroep, CZ, VGZ, Social Finance NL en fysiotherapiepraktijken zoals FysunieQ doen mee. Het programma is ontwikkeld door Vilans en VeiligheidNL en gefinancierd via een Health Impact Bond (HIB), waarbij investeerders zoals One Planet Crowd, BNP Paribas, Bridges en Rabobank voorfinancieren op basis van verwachte gezondheidswinst. De resultaten zijn veelbelovend: volgens de Deloitte Monitor (Q3 2025) is het aantal valincidenten met 67% verminderd en waarderen deelnemers het project met een 8,3. ‘Stevig Staan’ toont aan dat samenwerking, preventie en innovatieve financiering effectief bijdragen aan het verminderen van valongevallen en het verbeteren van de kwaliteit van leven voor ouderen.
Het investeren in de samenwerking tussen zowel de gemeenten als de deelnemende praktijken van FysunieQ is belangrijk. Door elkaar bij het ontwikkelen van het project te leren kennen en samen te blijven werken kan het project optimaal worden aangeboden. Fysiotherapeuten krijgen een ruimere vergoeding dan gebruikelijk. Deze dekt niet alleen de cursus en het benodigde materiaal, maar ook reistijd en evaluatiegesprekken met ouderen na afloop. Hierdoor kunnen zorgprofessionals zich volledig inzetten en betrokken blijven bij het programma.
Voorbeelden van het versterken van de vitaliteit zijn:
40% van de panden heeft minimaal energielabel A
Adviesbureau CFP en Rabobank onderzochten de duurzaamheid van fysiotherapiepraktijkpanden. Deze panden stonden in het kadaster geregistreerd als bijeenkomst-, industrieel, zorg-, sport- kantoor- of winkelgebouw. Van de 1.319 ondervraagde praktijken heeft 47% een officieel geregistreerd energielabel. De overige fysiotherapeuten hebben een geschat energielabel. Daarnaast blijkt dat 40% van de fysiotherapeuten hun pand al heeft voorbereid op toekomstige regelgeving met minimaal een A tot A++++ energielabel. Rabobank heeft de ambitie dat in 2030 al het vastgoed dat zij financiert minimaal energielabel A heeft. Dit draagt bij aan een klimaatneutraal Europa in 2050.
Ondernemers met een energielabel van B tot E (34%) voldoen aan de huidige duurzaamheidswetgeving en kunnen op basis hiervan dit jaar bankfinanciering aanvragen. De groep fysiotherapeuten met panden met labels F en G (26%) staat voor de uitdaging om aan de toekomstige wettelijke eisen te voldoen. Het hebben van een investeringsplan voor verduurzaming maakt bankfinanciering bespreekbaar. Het eerdergenoemde lage tarief zorgt er dan voor dat deze fysiotherapeuten niet voldoende kunnen investeren in duurzaamheid.
Energielabel van fysiotherapeuten, oktober 2025

Om de effectiviteit en resultaten van duurzaamheidsmaatregelen in de praktijk te meten, kunnen ondernemers de Milieubarometer gebruiken. Dit online-instrument, dat de milieuprestaties en CO2-uitstoot meet, wordt door 25 gemeenten in Nederland gratis aangeboden. Grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn hierbij betrokken. Meer informatie hierover is te vinden op milieubarometer.nl. Daarnaast kunnen praktijken de tool op Rabo Duurzaam Vastgoed gebruiken om inzicht te krijgen in het mogelijke huidige energielabel op basis van openbare bronnen en krijgen ze een indicatie van de benodigde investeringen voor het verduurzamen van hun vastgoed. MKB-klanten van Rabobank kunnen onder voorwaarden een financiële bijdrage ontvangen via de MKB duurzaamheidsbijdrage.
Een vitale sector vraagt om eerlijke tarieven
Fysiotherapeuten zijn onmisbaar in de vitale samenleving van morgen. De sector worstelt met lage winsten en dalende studentenaantallen, maar laat ook veerkracht zien. Door te investeren in samenwerking, preventie en duurzaamheid ontstaan nieuwe kansen. Dat vraagt wel om hogere tarieven en passende financiering voor bestaande en nieuwe diensten. Alleen dan kunnen fysiotherapeuten blijven innoveren, verduurzamen en vooral: mensen gezond en in beweging houden.
Ben je actief in de fysiotherapie en geïnteresseerd in een gesprek met Rabobank over de start of overname van een fysiotherapie praktijk, de verduurzaming van je bedrijf of de aankoop of leasing van apparatuur? Neem dan contact op met Rabo Medicidesk in jouw regio via Speciaal voor medici: Medicidesk - Rabobank.
