Opinie
Individuele verduurzaming in beoogde warmtenetwijken houd je niet tegen (maar dat is geen probleem)
Om de lastige businesscase van nieuwe warmtenetten in bestaande woonwijken niet nog ingewikkelder te maken, pleiten sommige partijen voor een verbod op individuele verduurzaming in beoogde warmtenetwijken. Sanne de Boer vraagt zich af hoe realistisch het is dat een dergelijk verbod in Nederland wordt ingevoerd en of het wel nodig is.

Nederland wil het gebruik van aardgas in de gebouwde omgeving uitfaseren, zowel vanwege het klimaat als om de geopolitieke afhankelijkheid van de energievoorziening te verminderen. Gemeenten moeten voor 2027 een warmteprogramma opstellen waarin ze vastleggen welke buurten voor 2035 aardgasvrij worden en wat de gewenste alternatieve verwarmingsoptie wordt. Dit alternatief kan bestaan uit een warmtenet, een volledig elektrische optie of een klimaatneutraal gas[1]. Daarbij moeten gemeenten onder meer de zogeheten nationale kosten van het alternatief meewegen. Dit zijn alle kosten (minus de opbrengsten) die de maatschappij maakt. Om gemeenten te helpen bij hun keuze, heeft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor alle buurten in Nederland al uitgerekend wat de nationale kosten per alternatief zijn. Hieruit blijkt dat warmtenetten in ongeveer een derde van de buurten de goedkoopste optie zijn. Dit komt voor een groot deel omdat er ten opzichte van bijvoorbeeld een volledig elektrisch alternatief minder isolatie nodig is. Daarbij is wel de aanname dat het huidige isolatieniveau van de gebouwen in Nederland de komende jaren gelijk blijft en dat iedereen in die buurten zich laat aansluiten op het warmtenet[2], oftewel dat de adoptiegraad 100% is. Wanneer een optie de laagste nationale kosten heeft, is het echter lang niet altijd zo dat dat deze optie ook voor de eindgebruikers het goedkoopst is. De tarieven die eindgebruikers betalen, spelen namelijk geen rol bij de berekening van de nationale kosten.
Toch ziet de Nederlandse overheid op basis van de PBL-berekeningen een grote rol voor warmtenetten. Tot nu toe verloopt de aanleg van nieuwe netten in bestaande wijken echter traag, onder meer omdat het duur is om dit type infrastructuur aan te leggen en het dus moeilijk is om de businesscase rond te krijgen. De businesscase wordt nog uitdagender wanneer in een bepaalde buurt niet alle woningen en bedrijven meedoen.
Om dit te voorkomen, pleit onder meer de Algemene Rekenkamer voor het stopzetten van de warmtepompsubsidie voor huishoudens en bedrijven in een beoogde warmtenetbuurt. Dat zou mogelijk moeten zijn op basis van postcodes van subsidieaanvragers en postcodes van buurten die door gemeenten officieel zijn aangewezen als beoogde warmtenetbuurt. Maar wat doe je als gemeenten bij de verplichte vijfjaarlijkse herziening van hun warmteplan een bepaalde buurt toch niet meer aanwijzen als warmtenetbuurt? Komt de subsidie dan terug? En kunnen bewoners die in de jaren ervoor een warmtepomp zonder subsidie hebben aangeschaft dan alsnog subsidie krijgen?
Bij een warmtenetcongres waar ik onlangs was, pleitten sommigen voor een optie die nog verder gaat, namelijk een verbod op zowel hybride als volledig elektrische warmtepompen in beoogde warmtenetbuurten. Handhaving van een dergelijk verbod lijkt me lastig. Gaan gemeenten dan een leger aan ambtenaren optuigen die de deuren langsgaan om te controleren of mensen een niet-gewenste warmtepomp hebben geïnstalleerd? Mogen die ambtenaren (onder politiebegeleiding) toegang tot de woning forceren als de bewoner hen niet wil binnenlaten? En als een warmtepomp wordt aangetroffen, wordt deze dan terplekke verwijderd? Of krijgen bewoners een boete omdat zij hun huis op een niet-wenselijke manier hebben verduurzaamd? In Noord-Korea kan ik me een dergelijk scenario voorstellen, maar in Nederland lijkt me het politieke draagvlak hiervoor te ontbreken.
En wat doen we met isolatie? Mogen burgers en bedrijven in aangewezen warmtenetbuurten hun warmtevraag verlagen door te isoleren, of is dat ook niet gewenst? Een lagere warmtevraag verslechtert de businesscase van warmtenetten namelijk ook[3]. Volgens een recent verschenen rapport van Common Futures is de warmtevraag van de gebouwde omgeving de afgelopen jaren gemiddeld met 1,25% per jaar gedaald doordat burgers, bedrijven en woningcorporaties (soms verplicht) investeren in isolatie. Als je deze trend doortrekt, blijkt volgens datzelfde rapport dat volledig elektrische warmtepompen in ruim 80% van de buurten het beste alternatief voor aardgas zijn op basis van de nationale kosten, terwijl warmtenetten dat nog maar zijn in 15% van de buurten.
De uitkomsten van de PBL-berekeningen zijn dus erg gevoelig voor het isolatieniveau en de adoptiegraad. Het lastige is dat de realisatietijd van een nieuwe warmtenet lang is, vaak zo’n tien tot vijftien jaar. Dus als een gemeente in 2026 bepaalt dat er in buurt X een warmtenet moet komen, kan het zomaar 2035 of 2040 zijn voordat een dergelijk net daadwerkelijk is gerealiseerd. Hoe groot is de kans dat de overheid het bewoners en bedrijven zal verbieden om in de tussentijd hun pand beter te isoleren en/of te voorzien van een (hybride) warmtepomp, ook gezien de verwachte stijgende kosten van het gebruik van aardgas?
De lange realisatietijd van warmtenetten kan ook een voordeel zijn. Zelfs als een bewoner nu investeert in isolatie en een warmtepomp, dan is die laatste na ongeveer vijftien jaar aan vervanging toe. Als er tegen die tijd een warmtenet in de buurt ligt en de buren tevreden zijn over het functioneren van dat net en de kosten, dan besluit de warmtepompeigenaar wellicht alsnog om zich aan te laten sluiten op het net dat al voor de deur ligt. Daarvoor hoef je individuele verduurzaming in beoogde warmtenetwijken dus niet tegen te houden. En als een warmtenet maatschappelijk gezien alleen de beste optie is zonder isolatieverbeteringen en met een utopische adoptiegraad van 100%, dan is die optie misschien toch niet de beste.
[1] Deze term wordt door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gebruikt voor zowel groen gas als groene waterstof.
[2] Eigenaren van bestaande woningen en utiliteitspanden zijn namelijk niet verplicht om zich aan te laten sluiten op een warmtenet.
[3] Een mogelijke uitzondering hierop is een net dat naast warmte ook koude kan leveren. Dit soort warmte-koudenetten worden tot op heden echter voornamelijk in nieuwbouwwijken aangelegd.
Deze column is eerder verschenen op Energiepodium.nl.
