Update

Welke inflatie had u gehad willen hebben?

14 februari 2023 15:20 RaboResearch

Stijgen de lonen dit jaar genoeg om de inflatie bij te houden? Dat hangt af van welke inflatie-definitie we gebruiken.

Wat hebben Nederlandse buschauffeurs, Duitse postbodes en Britse verpleegkundigen met elkaar gemeen? Deze maand staken ze allemaal om hun looneisen kracht bij te zetten. Blijven de lonen achter bij de inflatie, dan resteert onderaan de streep een koopkrachtdaling. Daarbij maakt het wel uit wélk inflatiecijfer we gebruiken – er zijn namelijk meerdere varianten beschikbaar.

In de basis is het simpel. De inflatie – officieel de verandering van de ‘consumentenprijsindex’, kortweg CPI – geeft aan met hoeveel procent de consumentenprijzen zijn gestegen ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Is het inflatiecijfer lager dan een maand eerder, dan betekent het een kleinere prijsstijging ten opzichte van een jaar geleden. En is het inflatiecijfer negatief, dan zijn de prijzen gedaald.

Het boodschappenmandje

Inflatie is de gemiddelde stijging van consumentenprijzen. Niet alleen van voedsel en andere producten, maar ook van diensten, zoals uitgaan, kinderopvang, vliegreizen en woonlasten zoals energiekosten. De prijzen zijn inclusief product-gebonden belastingen (BTW en accijns). Dat gemiddelde boodschappenmandje zegt wel íets over mijn persoonlijke inflatie, maar niet alles. Want wie geen kinderen heeft of verre reizen maakt, heeft weinig te maken met de prijzen van kinderopvang of vliegtickets.

Er zijn ook definities waarin niet het hele ‘mandje’ wordt meegenomen. Zo wordt met ‘kerninflatie’ de inflatie zónder voedsel en energie bedoeld – omdat deze doorgaans volatieler zijn. En pensioenfondsen gebruiken soms ‘CPI afgeleid’; dat is wél het hele mandje, maar dan weer zónder product-gebonden belastingen.

Daarnaast is er nog een internationale variant, de HICP (Harmonized Index of Consumer Prices). Een iets ander mandje, met andere gewichten. Meestal maakt dat weinig uit, maar afgelopen najaar scheelde het ruim 2 procentpunt, vanwege een ander gewicht van energie in het mandje. Onze eigen inflatievoorspellingen hebben altijd betrekking op de HICP.

Timingprobleem

Ook is er een timingprobleem. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gaat ervan uit dat ik het mandje iedere maand opnieuw koop – alsof ik maandelijks een variabel energiecontract afsluit. Zodoende kom je voor 2022 op een inflatie van circa 10 procent en dit jaar (naar verwachting) ruim 4 procent. In werkelijkheid hadden veel mensen vorig jaar -gelukkig- nog een vast energiecontract. Zij krijgen pas dit jaar te maken met hogere energiekosten. Het Centraal Planbureau (CPB) maakte daarom een alternatieve berekening, die resulteert in 7,7 procent in 2022 en (naar verwachting) 7,2 procent dit jaar. Binnenkort komt ook het CBS zelf met een soortgelijke definitie.

Koopkracht

Volgens beide definities was er koopkrachtverlies in 2022. Maar voor 2023 is dat geen uitgemaakte zaak. Ga maar na: met een verwachte loonstijging van 5,6 procent plus het koopkrachtpakket van de overheid (goed voor 1,6 procent) komen we op een inkomensstijging van dik 7 procent. Gebruiken we de gangbare (CBS) inflatiedefinitie, dan stijgt de koopkracht dit jaar dus zo’n 3 procent. Maar met de nieuwe (CPB) definitie kom je precies op nul uit. Dat maakt de loononderhandelingen niet makkelijker.


Eerder verschenen in het Reformatorisch Dagblad