Update

Samenwerken aan toekomstbestendige arbeid land- en tuinbouw

4 mei 2020 10:54

De uitbraak van het coronavirus laat zien dat de beschikbaarheid van arbeid niet vanzelfsprekend is voor de land- en tuinbouw. Er werken zo’n 50.000 arbeidsmigranten in de Nederlandse land- en tuinbouw en een deel van hen kan of wil nu niet in Nederland komen werken. Maar de vraag om arbeid gaat verder dan de dringende behoefte aan helpende handen. Productie op grote schaal, meer samenwerking binnen de productieketen, automatisering en digitalisering maken het werk in de agrarisch sector complexer, maar deels ook eentoniger. Door te investeren in mensen én in technologie kan de sector zich voorbereiden op een toekomst met voldoende medewerkers.

Lees het volledige rapport op far.rabobank.com
Personeel in bloemenkas

“In de tuinbouw is het aandeel flexibele arbeid 60%, tegenover 20% in de totale agrarische sector.”

Arbeid is een vraagstuk met meerdere gezichten

Personeel zoeken voor de land- en tuinbouw draait niet alleen om het vinden van productiemedewerkers. Het gaat ook om kwaliteit van medewerkers, het goed behandelen van mensen, de stijgende kosten van arbeid en het regelen van huisvesting en andere voorzieningen voor arbeidskrachten uit het buitenland. Op lange termijn zal de agrarische sector behoorlijk veranderen. Dat komt voornamelijk door technologische innovaties in bijvoorbeeld automatisering en digitalisering. Aangezien deze veranderingen en de vraag om arbeiders in de hele sector spelen, moeten ondernemers verder kijken dan vandaag, het huidige oogstseizoen en het eigen erf.

Flexwerkers en arbeidsmigranten zijn nodig, maar vormen ook een risico

Voor een sector met veel piek- en seizoenswerk is flexibele arbeid een uitkomst. Denk hierbij aan werkzaamheden die niet het hele jaar door gedaan worden zoals het plukken van appels, het wieden van onkruid in de biologische teelt en het laden van kippen in de pluimveesector. Het gedeelte werk dat door flexwerkers wordt gedaan is in de afgelopen vijftien jaar toegenomen, terwijl agrarische ondernemers en hun eigen gezinsleden minder in de sector werken. Hoewel er voordelen aan flexibele arbeid zijn, is de onzekere beschikbaarheid van arbeidskrachten een risico. Zo is in vergelijking met 2016 het aantal vacatures in de land- en tuinbouw verdubbeld en geven veel meer bedrijven aan dat het personeelstekort een belemmering is (bron: CBS). Dit heeft te maken met de toenemende werkgelegenheid en dus concurrentie voor werkgevers in Nederland, maar ook met de toegenomen welvaart in midden- en oost-europa (zie Figuur 1). Daardoor is het moeilijker om arbeidsmigranten te werven.

Koopkrachtverschil tussen Nederland en oost-Europese landen daalt snel

Staafdiagram verschil koopkrachtverschil tussen Oost-Europa en Nederland
In bovenstaande figuur zie je hoeveel de koopkracht van Nederland boven die van de genoemde landen ligt, uitgedrukt in PPS. PPS is de 'purchasing power standard', een denkbeeldige munteenheid waarmee je in theorie in ieder van de vergeleken landen dezelfde hoeveelheid goederen en diensten kan aanschaffen.

Argarische sector krijgt complexer én meer standaard werk

Door ingrijpende ontwikkelingen blijft arbeid ook op lange termijn een thema dat aandacht vraagt van agrarische ondernemers. Bedrijven worden namelijk groter en complexer. Daarnaast zullen veel processen automatisering. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van robots om ziektes op te zoeken in bloembollen of drones om schadelijke insecten onschadelijk te maken in een kas. Daarnaast speelt digitalisering een steeds grotere rol, bijvoorbeeld door het volgen van ziektes bij planten of dieren via de mobiele telefoon.

Het werk bij agrarische bedrijven verandert door deze ontwikkelingen. Daardoor komen er veel interessante functies bij die vragen om speciale vaardigheden. Daar zijn meer technisch opgeleide mensen, data-analisten, ICT-ers en managers voor nodig. Tegelijkertijd worden sommige taken door de samenwerking met machines juist eentoniger en soms zelfs zwaarder. Zo bepalen machines vaker het tempo van werkzaamheden, bijvoorbeeld bij het inpakken van komkommers.