Opinie

De opmars van 55-plussers op de arbeidsmarkt

25 januari 2021 16:06

Steeds meer 55-plussers zijn actief op de arbeidsmarkt. Naarmate loopbanen langer worden, is structureel overheidsbeleid voor duurzame inzetbaarheid wenselijk.

55-plus woman working at a call center

Aan het begin van de tweede lockdown raakte mijn buurvrouw van 57 haar baan in de horeca kwijt. In eerste instantie zag ze haar baankansen somber in. Gelukkig kon ze na een paar maanden fanatiek solliciteren aan de slag als medewerker klantenservice.

Dat vrouwen van 57 een baan hebben, is tegenwoordig eerder regel dan uitzondering. De afgelopen tien jaar is de arbeidsdeelname van 55-plussers spectaculair gestegen, mede door de verhoging van de AOW-leeftijd. In de leeftijd van 55-65 steeg het aandeel met betaald werk bij mannen van 63 naar 80 procent en bij vrouwen van 42 naar 62 procent.

Deeltijd

De gemiddelde werkweek van deze vrouwen is met 26 uur wel iets korter dan de 29 uur die werkende vrouwen van 25-55 jaar gemiddeld aantikken. En daarmee drukt de opmars van 55-plussers het gemiddelde: gemeten over alle werkende vrouwen lijkt het gemiddeld aantal uren te stagneren. Ter illustratie een fictief rekenvoorbeeld: stel er zijn tien vrouwen, waarvan zeven met een baan van 30 uur. Deze zeven gaan allemaal een uur extra werken. Van de drie zonder betaald werk, gaat er een aan de slag voor 20 uur per week. In dit voorbeeld daalt het gemiddeld aantal uren per werkende, terwijl geen van hen minder is gaan werken. Dit effect wordt vaak vergeten in de (soms verhitte) discussies over deeltijdwerk. In werkelijkheid is er wél een groep vrouwen die korter is gaan werken: jonge vrouwen in de leeftijd van 15-25 jaar. Vermoedelijk omdat zij vaker hoger onderwijs volgen, en dus langer een klein baantje hebben naast de studie.

Bekend maakt bemind

Overigens stuwt mijn buurvrouw het gemiddelde juist omhoog, want zij werkt fulltime. Ook in andere opzichten is zij uitzonderlijk. Zij vond haar baan door te solliciteren op vacatures. Onderzoekers van de Universiteit van Tilburg ondervroegen werkloze 50-plussers en ontdekten dat maar 22 procent werk vond via sollicitaties. Ruim 38 procent vond een baan via het eigen netwerk of een vorige baan. Veel werkgevers vrezen dat oudere werkzoekenden duurder of minder productief zijn. Die koudwatervrees kan blijkbaar het best worden verholpen met een warme introductie.

Bekend maakt bemind, blijkt ook als werkgevers hun eigen medewerkers beoordelen. Werkgevers vinden ‘hun’ 50-plussers meestal even goed of zelfs beter dan jongere werknemers als het gaat om nauwkeurigheid, betrokkenheid, flexibiliteit en productiviteit, aldus onderzoeksbureau Regioplan. Wel vinden werkgevers hen vaak minder vaardig met nieuwe technologie.

Overheidsbeleid

De overheid wil de baankansen van oudere werklozen een handje helpen, bijvoorbeeld met financiële voordelen voor werkgevers. Tegelijkertijd wordt vervroegd uittreden de komende vijf jaar gefaciliteerd, door het beperken van de RVU-heffing en meer fiscale ruimte voor verlofsparen. Werkgevers die gebruikmaken van de NOW3-subsidie moeten ontwikkeladvies of scholing aanbieden aan al hun werknemers. Maar structureel beleid voor duurzame inzetbaarheid komt nauwelijks op gang; zo is het ‘STAP’ persoonlijk ontwikkelbudget inmiddels uitgesteld tot 2022. Tegen die tijd loopt ook het jaarcontract van mijn buurvrouw af. Hopelijk kan het STAP-budget haar helpen om weer een vervolgstap te zetten. Want voor vervroegd uittreden is ze nog veel te jong.


Eerder verschenen in het Reformatorisch Dagblad