Onderzoek

Wat is Modern Monetary Theory (MMT)?

26 juli 2019 13:46 RaboResearch

Modern Monetary Theory (MMT) is de theorie die onder meer stelt dat overheden hun tekorten vrijwel onbeperkt kunnen financieren door het aanmaken van nieuw geld. Het gaat hier echter om een onvolledige theorie, die zich baseert op oude en deels onjuiste inzichten. Het goede van de opgeleefde aandacht voor MMT is dat meer aandacht komt voor het belang van begrotingsbeleid en de financiering daarvan. Maar de feitelijk inhoudelijke bijdrage van MMT is beperkt en sommige aanbevelingen zijn ronduit misleidend.

Meteen de diepte in?Lees de volledige studie
Geld drukken

De laatste jaren woedt onder de vlag van Modern Monetary Theory (MMT) een stevige discussie over de beste manier waarop de overheid haar uitgaven kan financieren. In principe heeft de overheid daartoe drie opties tot haar beschikking, te weten belastingheffing, schuldfinanciering door het uitgeven van staatsleningen of het aantrekken van leningen, en het aanmaken van nieuw geld (monetaire financiering). De eerste twee opties zijn onomstreden, al lopen over de gewenste hoogte van de belastingdruk en de vraag wat de optimale schuldomvang van de overheid is de meningen soms ver uiteen. Maar het principe staat buiten kijf. De derde optie, monetaire financiering van overheidsuitgaven, ligt zeker in Europa moeilijker. In de EMU is het zelfs verboden.

Niet gratis
Tot zover niks nieuws. Maar de aanhangers van MMT gaan een stap verder. Zij stellen dat in principe alle vormen van financiering van overheidsuitgaven neerkomen op geldschepping. De theorie die zij daartoe hebben ontwikkeld, is gebaseerd op een reeks oudere, in meer of mindere mate geaccepteerde, vertrekpunten.

Nu heeft de overheid, in samenwerking met de centrale bank, inderdaad een oneindig vermogen tot geldcreatie. Maar het door de overheid in omloop gebrachte geld is uiteindelijk voor de samenleving niet gratis.

Meest omstreden
Het meest fundamentele -en daarmee ook meteen het meest omstreden- punt dat de aanhangers van MMT maken, is dat de overheid van een land met een eigen munt zich geen zorgen hoeft te maken over haar overheidsfinanciën. Een hoog overheidstekort of een hoge staatsschuld doet er niet toe omdat de overheid in samenwerking met de centrale bank altijd geld kan bijprinten en dus altijd aan haar verplichtingen kan voldoen. Wel voegen zij daar aan toe dat geldcreatie door de overheid één beperking heeft, te weten inflatie. Maar zolang er genoeg productiecapaciteit beschikbaar is om aan de gestegen vraag te voldoen, kent de overheid geen beperkingen in haar uitgavenbeleid. Aldus MMT.

Hoewel omstreden, is dit punt in de kern correct. Maar in hun enthousiasme gaan de aanhangers van deze theorie aan twee zaken voorbij. Ten eerste hebben zij weinig aandacht voor het gevaar dat de overheid te ver doorgaat met monetaire financiering. De geschiedenis leert echter dat overheden juist regelmatig doorschieten in het gebruik van de geldpers, met oplopende inflatie en in een enkel geval zelfs hyperinflatie als gevolg. De centrale banken zijn de afgelopen decennia daarom juist op afstand geplaatst van de politiek om dit te voorkomen.

Externe schulden
Een tweede gemis van MMT is dat het weinig tot geen aandacht besteedt aan de opbouw van externe schulden door een land. Als in een land de totale bestedingen van de overheid en de private sector de productiecapaciteit overtreffen ontstaat niet alleen opwaartse druk op het prijspeil, maar zal ook een nationaal spaartekort (tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans) ontstaan. Het land in kwestie krijgt dan schulden in het buitenland. De MMT’ers stellen, dat als dit gebeurt een land zijn wisselkoers moet laten zweven, waarna een depreciatie van de munt ‘vanzelf’ tot herstel zal leiden. Voor de VS, de bakermat van MMT, is dit in hoge mate waar.

Daar komt bij dat de VS, als gevolg van de speciale positie van de Amerikaanse dollar, de externe tekorten geheel in de eigen munt kan financieren. Als die munt scherp in waarde zou dalen, dan betaalt het buitenland de rekening. Andere landen moeten normaal gesproken tekorten met het buitenland grotendeels financieren in buitenlandse valuta. Als dan de eigen munt in waarde daalt, neemt de schuldenlast toe en kan een land zelfs in grote problemen raken. Soms gebeurt dit op grote schaal, zoals tijdens de Latijns-Amerikaanse schuldencrisis van de jaren tachtig of de Azië-crisis van 1997.

Te hoge inflatie
De afdronk van het voorgaande is dat overheden inderdaad een in beginsel onbeperkt geldscheppend vermogen hebben, maar dat in een open economie tekorten er wel degelijk toe doen. Dat beperkt de bruikbaarheid van de inzichten van MMT tot grote, relatief gesloten economieën die hun externe tekorten in hun eigen munt kunnen financieren. Verder hebben MMT’ers er veel vertrouwen in dat beleidsmakers bijtijds de vraag zullen afremmen om een te hoge inflatie te voorkomen. De geschiedenis leert echter dat de combinatie overheid en geldpers regelmatig tot financiële problemen of zelfs grote financiële rampen leidt.

Het bovenstaande laat onverlet dat MMT er wel aan heeft bijgedragen dat het debat over de rol van de overheid in het geldscheppingsproces weer is opgelaaid. En dat is niet per definitie slecht. Want men kan de terechte vraag stellen of de overheidsbemoeienis bij geldcreatie niet te ver is teruggedrongen. Monetaire financiering is immers niet in alle omstandigheden een slechte beleidsoptie.