Brede welvaart verder onder druk door slechtere gezondheid

17 september 2021 04:00

Sinds de coronapandemie is onze brede welvaart op diverse vlakken verslechterd. De dimensies inkomen en baanzekerheid zijn daarentegen verbeterd.

Meteen de diepte in?Lees de volledige studie
Nederland tulpen windmolens

De Nederlandse economie herstelt dit jaar waarschijnlijk volledig van de coronacrisis. In puur economische zin zijn we er dus relatief snel weer bovenop. Toch betekent dit niet dat ook onze algehele welvaart toeneemt. Welvaart gaat immers veel verder dan economische groei en inkomen. Om onze algehele welvaart in kaart te brengen, kijken we daarom naar de ontwikkeling van de brede welvaart langs elf dimensies (figuur 1). Zijn de haarscheurtjes die we vorig jaar constateerden groter of kleiner geworden? En welke ontwikkelingen zien we op de elf onderliggende dimensies? Door dit net als de afgelopen jaren aan ruim tienduizend Nederlanders te vragen, kunnen we hierop antwoord geven.

Na geluk, contacten en huisvesting nu ook gezondheid onder druk

Vorig jaar constateerden we dat de brede welvaartsdimensies subjectief welzijn (geluk), sociale contacten en huisvesting waren verslechterd ten opzichte van het jaar daarvoor. Deze dimensies zijn dit jaar niet verder verslechterd, maar er is wel een dimensie bijgekomen: gezondheid. De minder goed ervaren gezondheid van Nederlanders kan te maken hebben met de directe impact van Covid-19, maar ook met de gevolgen van uitgestelde zorg en het voor langere tijd niet kunnen sporten in de sportschool of bij de sportvereniging. Per saldo betekent dit dat Nederland er momenteel op vier van de elf dimensies significant slechter voor staat dan vóór de coronapandemie (figuur 2).

Baanzekerheid en inkomen zijn verbeterd

In tegenstelling tot de hiervoor genoemde dimensies zien we juist een versterking van de welvaartsdimensies baanzekerheid en inkomen. Baanzekerheid is opvallend, want die dimensie was vorig jaar nog verslechterd. Waarschijnlijk kwam dat door de scherpe stijging van de werkloosheid in het voorjaar en de grote algehele onzekerheid over de gevolgen van de coronapandemie voor de economie. De werkloosheidsstijging zette echter niet door, voor een belangrijk deel dankzij de steunpakketten van de overheid. De werkloosheid is momenteel bijzonder laag en de arbeidsmarkt is krapper dan in de afgelopen tien jaar. Dat is waarschijnlijk de reden waarom de baanzekerheid dit jaar weer is verbeterd.

De dimensie inkomen stijgt voor het tweede jaar op rij. Dit ligt in lijn met de lage werkloosheid en de gestegen koopkracht en is dus ook deels toe te schrijven aan het ingrijpen van de overheid. Het gaat hierbij om de vraag in hoeverre mensen over voldoende inkomen beschikken om in hun levensonderhoud te voorzien. Het gaat dus nadrukkelijk niet om de hoogte van het inkomen. Tegelijkertijd zagen meer mensen vorig jaar hun inkomen dalen dan dat mensen hun inkomen zagen stijgen, terwijl dat dit jaar andersom is. Opgeteld bij de forse daling van de consumptie als gevolg van de coronamaatregelen houden meer mensen mogelijk geld over en beschikken dus meer mensen over voldoende inkomen dan voor de coronapandemie.

Algehele brede welvaart blijft vooralsnog overeind

Ondanks dat vier van de elf dimensies erop achteruit zijn gegaan sinds corona en er slechts twee dimensies op vooruit zijn gegaan, blijft de brede welvaart als geheel overeind. Het verschil met vorig jaar is minimaal en bovendien statistisch niet significant. Ook ten opzichte van 2019 zien we geen significante verandering. Daarmee is de conclusie dat de verbetering in de dimensies baanzekerheid en inkomen de verslechtering in de dimensies subjectief welzijn, sociale contacten, huisvesting en gezondheid heeft gecompenseerd. Ervan uitgaande dat de steunmaatregelen van de overheid ertoe hebben bijgedragen dat de dimensies inkomen en baanzekerheid overeind zijn gebleven, hebben deze waarschijnlijk dus ook geleid tot het overeind houden van de algehele brede welvaart.

Vrouwen zijn er in meer dimensies op achteruit gegaan dan mannen

Voor geslacht vinden we wel verschillen in de ontwikkeling van brede welvaart: mannen zijn er over het algemeen in algehele brede welvaart het afgelopen jaar op vooruit gegaan en vrouwen niet. Wat daarbij opvalt is dat vrouwen er op acht van de elf dimensies van brede welvaart het afgelopen jaar op achteruit zijn gegaan. Voor de dimensies gezondheid, maatschappelijke betrokkenheid en in mindere mate persoonlijke ontwikkeling is deze achteruitgang bovendien significant. Mannen zijn er het afgelopen jaar enkel op twee van de elf welvaartsdimensies op achteruit gegaan, waarbij alleen de achteruitgang in de dimensie gezondheid enigszins significant is. Zowel mannen als vrouwen zijn er qua inkomen, baanzekerheid en balans tussen werk en privé op vooruit gegaan, waarbij die laatste dimensieverbetering voor mannen wel significant is maar voor vrouwen niet.

Onduidelijk is vooralsnog waar het verschil in brede welvaartsontwikkeling tussen mannen en vrouwen precies vandaan komt. In het verklaren van de verschillen in brede welvaart tussen mannen en vrouwen hebben wij onder andere voor gezinssamenstelling en sector gecontroleerd waarin mensen werken. Dat mannen er qua werk/privé-balans op vooruit zijn gegaan, komt mogelijk doordat sommigen vanwege thuiswerken een grotere rol zijn gaan spelen in het huishouden en bij de zorg voor kinderen. En onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau toont aan dat vrouwen in de periode met corona meer wrijving in de samenleving ervaren dan mannen. Dit lijkt overeen te komen met onze bevinding dat de maatschappelijke betrokkenheid van vrouwen wel en van mannen niet is verslechterd.

Overheid stopt met generieke steunmaatregelen

Het lijkt erop dat de steunmaatregelen van de overheid de algehele brede welvaart in Nederland tijdens corona overeind hebben gehouden. Nu het kabinet de maatregelen de komende tijd afbouwt, roept dit de vraag op of hiermee onze algehele brede welvaart niet alsnog onderuit gaat. Op deze vraag kunnen we vooralsnog geen definitieve antwoorden geven. Aan de ene kant wijst de oplevende economie en de daarmee teruggekeerde krapte op de arbeidsmarkt erop dat er ook zonder de steunmaatregelen niet direct gevolgen voor inkomens en baanzekerheid te verwachten zijn. Aan de andere kant betekent dit natuurlijk niet dat specifieke sectoren en bedrijven, en daarmee de mensen die daar werken, niet alsnog kunnen worden geraakt. En wanneer dat gebeurt, is het de vraag of die mensen met de kennis en vaardigheden waarover ze beschikken zomaar de overstap kunnen maken naar sectoren waar de vraag naar arbeidskrachten wel groot is.