Opinie

Prioriteit geven aan lokale huizenzoekers lost niets op

20 december 2021 15:00

In het ommeland worden meer huizen gekocht door stedelingen. Lokale inwoners zijn vooral geholpen met snelheid bij nieuwbouw en niet met meer prioriteit bij toewijzing.

Gezin dat aan het verhuizen is in een deuropening

In onze oververhitte huizenmarkt maken gemeenten zich zorgen dat goedkopere nieuwbouw koophuizen niet belanden bij de starters en middeninkomens in hun gemeente, maar bij mensen met een dikkere portemonnee ‘van buiten’.

Hoewel harde cijfers ontbreken, is wel bekend dat middeninkomens en lagere inkomensgroepen steeds minder vaak in een koophuis wonen, wat suggereert dat zij moeite hebben de stap naar koop te maken. Bovendien worden in het ommeland van de grote steden in de Randstad bestaande koophuizen steeds vaker gekocht door mensen ‘van buiten’ (zie figuur). En om preciezer te zijn: door kopers uit de centrale steden van de stedelijke regio’s.

Figuur. Huizen steeds minder vaak gekocht door eigen inwoners

Figuur
Noot: Voor 2021 is gekeken naar de transactiegegevens tot en met oktober 2021. De analyse heeft betrekking op acht Randstedelijk gelegen stadsgewesten: Amsterdam, Haarlem, Leiden, Den Haag, Rotterdam, Dordrecht, Utrecht en Amersfoort. Bron: Kadaster, bewerking RaboResearch

Onder gemeenten leeft de wens om te kunnen sturen op de toewijzing van nieuwe koophuizen. Dit kan nu nog niet; sturing is alleen mogelijk bij huurhuizen. Om dit te veranderen wil het kabinet de Huisvestingswet 2014 aanpassen. Hierdoor zouden gemeenten de mogelijkheid krijgen 30 procent van de nieuwe koophuizen met een waarde tot 325.000 euro met voorrang toe te wijzen aan eigen inwoners. Zij mogen dit middel alleen inzetten als ze kunnen aantonen dat er sprake is van schaarste. En dat lijkt in deze tijd met over elkaar heen duikelende bieders en pijlsnel stijgende huizenprijzen min of meer een formaliteit.

Hoewel de wens begrijpelijk is, zijn starters en middeninkomens meer geholpen als gemeenten hun energie – voortkomend uit de wens om hun inwoners aan een betaalbare woning te helpen – vooral steken in het opkrikken van de nieuwbouwproductie. Want die gaat, ondanks de stevige ambities in Den Haag, niet echt omhoog. Hoewel het nieuwe kabinet naar verluidt grote bedragen opzij zet om nieuwbouw te stimuleren, lijkt het een illusie dat een stevige versnelling aanstaande is. Want landelijk worden er niet heel veel meer bouwvergunningen afgeven dan bijvoorbeeld in 2018. Ook zijn er tot 2025 iets minder harde woningbouwplannen dan dat er eigenlijk (netto) bij moeten komen. En dan is het nog maar te hopen dat niemand bezwaar of beroep aantekent tegen die plannen.

Vooropgesteld: versnellen van de nieuwbouw is lastig vanwege het rap oplopende tekort aan mankrachten en bouwmaterialen. Maar gemeenten kunnen in ieder geval een steentje bijdragen door meer bouwlocaties beschikbaar stellen. Daarnaast kunnen ze op sommige punten meer water bij de wijn doen; want de waslijst van eisen waaraan bouwprojecten moeten voldoen, is soms wel heel erg lang. Om de vaart in woningbouwprojecten te krijgen, zijn ook meer gespecialiseerde ambtenaren die bouwplannen goed kunnen begeleiden nodig. Want dat woningbouwprojecten zo lang duren, komt niet omdat bouwers zo traag werken, maar omdat het lang duurt voordat die eerste schep de grond ingaat. En dat hangt deels samen met het gebrek aan ambtelijke capaciteit.

De wens om eigen inwoners te laten profiteren van goedkopere nieuwkoopwoningen is helder. Maar voorrang geven aan eigen inwoners bij de toewijzing van goedkopere nieuwbouw koophuizen is uiteindelijk slechts een doekje tegen het bloeden; het biedt geen structurele oplossing voor deze wooncrisis.


Eerder verschenen bij RTL Nieuws.