Opinie

De kiekeboe-recessie: de recessie die toch niet en ook weer wel kwam

7 augustus 2023 12:00 RaboResearch

Het was een veelgestelde vraag afgelopen najaar. Komt de economie nu wel of niet in een recessie terecht?

Adorable little mixed race child covering face with hands and peeking. One small cute hispanic girl sitting alone on living room sofa and playing hide and seek. Smiling playful kid with curly hair

Vorig jaar juni voorspelden we nog dat Nederland eind 2022 en begin 2023 in een milde recessie terecht zou komen, vooral vanwege de torenhoge inflatie. Hoge inflatie leidt immers vrijwel altijd tot een recessie.

Nederland: geen recessie verwacht

Die voorspelling kwam niet uit. Sterker nog, voor het laatste kwartaal van 2022 staat de teller op een groei van 0,9 procent. Krimp kwam er pas in het eerste kwartaal van dit jaar. Volgens de eerste berekening van het CBS vrij stevig: -0,7 procent. Dit werd in de tweede berekening afgezwakt naar -0,3 procent.

Op 16 augustus horen we voor het eerst van het CBS hoe de economie zich in het tweede kwartaal heeft ontwikkeld. Wij verwachten een plusje, ondanks de dalende industriële productie en het afnemende producentenvertrouwen. Voor 2023 en 2024 als geheel verwachten we een groei van circa 1 procent per jaar. Is er in het tweede kwartaal onverhoopt tóch sprake van een kleine krimp, dan zitten we technisch gezien in een recessie. Want dat is een veelgebruikte definitie van recessie: twee kwartalen krimp op rij. Dat cijfers vaak nog achteraf worden bijgesteld, levert bij een economische groei rond het nulpunt soms bijzondere taferelen op. Dat laten ook de cijfers voor de eurozone zien.

Europa: toch wel of toch niet een recessie

Ook voor de eurozone als geheel is geen recessie in zicht. Toch was die er heel even. Of toch weer niet. Dit is wat er gebeurde. Begin dit jaar publiceerde Eurostat een groei van 0 procent in het vierde kwartaal van 2022; stagnatie dus. In het voorjaar werd over het eerste kwartaal van 2023 een groei van -0,1 procent gemeld. Tegelijkertijd werd toen het cijfer van het kwartaal ervoor bijgesteld: die 0 procent van het vierde kwartaal van 2022 bleek bij nader inzien toch -0,1 procent. Hierdoor zat de eurozone dus technisch gezien alsnog in een recessie.

Maar daarmee was de kous nog niet af. Eind juli werden de cijfers over het tweede kwartaal bekend: een groei van +0,3 procent. Ook kwam er een bijstelling van het eerste kwartaal. Die ging namelijk van -0,1 naar 0 procent. Was er achteraf dus toch geen recessie!

Kortom: het r-woord valt en staat in dit geval met een tiende van een procent. En als de cijfers na een nauwkeuriger berekening worden bijgesteld, kan een (technische) recessie dus zomaar verschijnen of verdwijnen. Maar of ook Nederland wel of niet in een technische recessie komt, daar lig ik niet wakker van. Een recessie gaat doorgaans gepaard met hoge werkloosheid, waardoor de economische malaise ook weer langer duurt. Maar met de aanhoudende arbeidskrapte lijkt dat er voorlopig niet in te zitten.


Eerder verschenen in het Reformatorisch Dagblad