Keerpunt voor actief versus passief

Keerpunt voor actief versus passief

Het jaar 2018 is geen gemakkelijk jaar voor actieve beleggers. Het overgrote deel van alle beleggingscategorieën staat in de min door verschillende koerscorrecties sinds februari. Actieve beheerders verliezen dit jaar wederom terrein aan passieve alternatieven zoals indexfondsen en beursgenoteerde indexbeleggingen (ETFs). Deze maand is het bedrag dat wereldwijd is geïnvesteerd in ETFs voor het eerst gestegen tot boven de $ 5 biljoen. Het gaat in totaal om 7636 ETFs van 395 aanbieders in 57 landen. Toch is de markt voor ETFs relatief klein vergeleken met passieve indexfondsen. Eind 2017 bestond de Amerikaanse aandelenmarkt voor bijna 45% uit passieve beleggingen. Eind 2007 was dit 20%. In Azië ligt het percentage met 48% (in 2007 16%) hoger, maar in Europa met 33% (in 2007 13%) duidelijk lager. Deze percentages zijn gebaseerd op producten die ook daadwerkelijk een indexlabel hebben. Enerzijds is passief beleggen veel groter, omdat grote institutionele beleggers die zelf beleggen in de index niet zijn meegenomen. Vanuit liquiditeitsoverwegingen zijn zij al snel veroordeeld tot indexbeleggen. Anderzijds worden passieve producten ook volop gebruikt door actieve beleggers om bijvoorbeeld goedkoop te beleggen in een bepaalde regio, sector of trend. Met de recente beweging uit actief naar passief kan gesteld worden dat passief inmiddels groter is dan actief.

Het succes van passieve beleggingen is deels te danken aan de eigen groei. Het is een zichzelf waarmakende voorspelling. De instroom heeft immers een koersopdrijvend effect. Er is in de geschiedenis geen beleggingsstrategie die in zo korte tijd zo sterk is gegroeid. Sinds de Grote Financiële Crisis heeft passief beleggen het tij volop mee. Door het reflatiebeleid van de centrale banken stegen alle activa in waarde en een belegging in de index was het middel om daarvan te profiteren. Tegelijk bleven beleidsmakers onvoorspelbaar wat leidde tot Risk on / Risk off-markten die vooral gedomineerd werden door bèta en waar voor actieve beleggers weinig eer viel te behalen. Groei was schaars zodat de waardering en het gewicht van grote en relatief dure groeibedrijven in de index toenam.

Passief beleggen was een disruptieve innovatie en die disruptie heeft effect. De kostenverschillen tussen passief en actief nemen af. Fidelity is tegenwoordig goedkoper dan Vanguard op indexgebied. Met de scherpere focus op maatschappelijk verantwoord beleggen en op de lange termijn neemt de animo voor actief beleggen toe. Tot slot zal de bèta de komende jaren bescheiden blijven, terwijl stijgende rente en stijgende lonen de verschillen tussen aandelen groter maken. Actief beleggen blijft een zero-sum-game, maar de beloning voor goed geïnformeerde actieve beleggers wordt groter. Ondanks het lastige jaar 2018 is er een toekomst voor actief beleggen.

Terug naar Beleggingsnieuws