Economie Internationaal - Column Hans Stegeman

Hans Stegeman

Van groeipolitiek naar inkomenspolitiek

Naar het zich laat aanzien, groeit de wereldeconomie in 2014 weer iets meer dan afgelopen jaar. Twee vragen doemen daarbij op: Waar in de wereld groeit het, en wie profiteert daarvan? En vooral dat laatste is vrij essentieel. Want wat heb je aan economische groei als alleen de rijken der aarde hierdoor rijker worden? Inclusieve groei, dus groei die houdbaar is en ervoor zorgt dat ook de gemiddelde man in de straat er wat aan heeft, wordt steeds belangrijker. En dat vereist wellicht meer mondiale inkomenspolitiek dan groeipolitiek.

De grote convergentie

Het nog steeds springlevende debat over de groeivooruitzichten lijkt zich nu weer meer te richten op de langere termijn. Voor komend jaar zijn de vooruitzichten wat beter, maar in historisch perspectief is de verwachte groei nog steeds matig. De mondiale groei komt daarbij grotendeels uit de opkomende wereld.

Ook de komende jaren zal dit beeld niet substantieel wijzingen. Voor de opkomende economieën zijn de groeivooruitzichten over het algemeen positief, ongeacht of het gaat over de ‘oude’ opkomende koplopers, de BRIC’s (Brazilië, Rusland, India en China), of de nieuwe MINT’s (Mexico, Indonesië, Nigeria en Turkije). Deze landen zullen afhankelijk van de institutionele context, de grondstofprijzen en de samenstelling van de economie ook de komende jaren blijven profiteren van inhaalgroei. Dit is groei die vooral is gebaseerd op het toepassen van technologieën die in het Westen al beschikbaar zijn. Deze grote convergentie is een logisch gevolg van vrijhandel. Ook opkomende economieën krijgen dan immers de beschikking over dezelfde technologieën. En bij eenzelfde beschikbaarheid van productiefactoren is er geen enkele reden om aan te nemen dat ze altijd arm zullen blijven. En die sterke stijging van de welvaart zal vermoedelijk ook deels bij de gemiddelde werknemer terechtkomen.

Groei door technologie

Voor het Westen ligt dat anders. De demografische ontwikkeling zal niet, zoals bijvoorbeeld in India, leiden tot groei, maar eerder tot het tegenovergestelde. Daarnaast zijn de naweeën van de crisis van 2008 nog steeds niet verdwenen. In de VS mogen de private schulden dan al een eindje zijn gereduceerd, in de eurozone is hiervan nog geen sprake. Deze twee redenen, schuldafbouw en demografie, zorgen ervoor dat het Europese groeiperspectief voor de komende jaren niet florissant is. Inhaalgroei hebben we nog niet gehad, problemen zijn vooral monetair verdoofd en oplossingen zijn op de lange baan geschoven.

Meer dan ooit is de groei in het Westen afhankelijk van technologische vooruitgang. En die is er wel degelijk. Achter de symbolen van zelfsturende auto’s en drones die de bestellingen van Amazon gaan bezorgen, zitten fundamentelere wijzigingen in ons economische systeem, waarbij ICT steeds meer waarde creëert. Denk daarbij aan de verdere opsplitsing van productieketens, technologie die leidt tot steeds meer vrij beschikbare informatie en dienstverlening die door ICT steeds effectiever en efficiënter wordt.

Wereldwijd gaat dit wel ten koste van die andere manier van waardecreatie: arbeid. Het aandeel van het looninkomen neemt mondiaal al tientallen jaren af. Daarnaast neemt de inkomensongelijkheid in veel landen toe, met als koploper de VS. En wat heb je aan economische groei als de gemiddelde werknemer daar niet van profiteert?

Naar Zuid-Amerikaanse inkomenspolitiek?

In het Westen geldt nog steeds het adagium dat de overheid zich moet beperken tot de randvoorwaarden van het economische proces, en dat dan de groei wel komt. Recente ervaringen in Brazilië en Argentinië laten echter zien dat redistributief overheidsbeleid een land ook wel degelijk vooruit kan helpen. In deze landen is namelijk groei gerealiseerd die samenging met een stijging van het loonaandeel en een afnemende inkomensongelijkheid, geheel in tegenstelling tot de mondiale trend. Hierdoor ervoer de gemiddelde werknemer in deze landen waarschijnlijk meer vooruitgang dan de gemiddelde Amerikaan. En hoewel er op het beleid in die landen veel valt af te dingen, is inmiddels ook duidelijk dat het Westerse adagium van flexibilisering niet altijd de heilige graal van vooruitgang is.

Intussen lijkt President Obama de boodschap te hebben begrepen, evenals de Japanse president Abe met het akkoord van Wassenaar in reverse, ofwel collectief overeengekomen loonstijgingen. Instituties in die landen worden de komende tijd aangewend om de gemiddelde werknemer ook wat meer vooruitgang te laten ervaren. Want welvaartsstijging gaat om meer dan economische groei. Het gaat om meer welzijn en welvaart voor de gemiddelde inwoner. Ofwel het electoraat. Nu nog hopen dat die boodschap ook in Europa een keertje doorkomt.

Publicatiedatum 10-01-2014