Economie Internationaal - Column Hans Stegeman

Hans Stegeman

Het voelt (weer) bubbelig…

De rente op staatsobligaties voor Zuid-Europese landen is bijna terug op de recordlaagte van 2005. De beurskoersen staan op recordhoogte, zeker in de VS. De huizenprijzen in een aantal landen, zoals het VK, Noorwegen en (de grote steden in) Duitsland, zijn flink aan het stijgen. Mooi, zou de conclusie kunnen zijn. Want dit betekent vermogenswinsten en blijkbaar dat de risico’s in Zuid-Europese landen zijn afgenomen.

Het is de vraag  of dat zo is. De reële rente zal de komende tijd laag blijven. En dan is het gevaar groter dat de groei vooral wordt gedreven door het blazen van nieuwe zeepbellen. Geen stabiele economische omgeving.

Op zoek naar rendement en goedkoop lenen

We zitten nog steeds met de naweeën van de financiële crisis. Door ongekende monetaire verruiming –eerst een ongekend lage beleidsrente, daarnaast onconventioneel monetair beleid– is het financiële systeem overeind gebleven en hebben we het weer over een economisch herstel. Dit herstel verloopt echter zeer traag, waarbij de risico’s nog steeds groot zijn. Toch zijn de aandelenkoersen al weer flink opgelopen, vooruitlopend op een verder herstel. Ik ben geen aandelenanalist, dus ik kan niet zeggen of de beurzen nu hun hoogtepunt hebben bereikt. Maar wel lijkt het erop dat beleggers bereid zijn meer risico te nemen om voldoende rendement te maken. In Europa zijn de rentes op staatsobligaties in jaren niet zo laag geweest, terwijl de renteverschillen tussen landen in jaren niet zo klein zijn geweest.

Zij die schulden hebben, voelen momenteel een relatief kleine prikkel om deze te reduceren. Sterker nog, het is aantrekkelijk om te lenen. In veel opkomende markten is sprake van een relatieve hoge kredietverlening ten opzichte van het BBP en in Westerse landen gaat de schuldafbouw van huishoudens maar zeer langzaam. Lenen is immers goedkoop. Als deze situatie langer gaat duren, kunnen de onevenwichtigheden mondiaal weer verder groeien.

Een langdurig lage rente

Het Amerikaanse stelsel van centrale banken is begonnen met de monetaire terugtocht. Toch is de kans groot dat de rente langer laag blijft. Het IMF laat dat in de recente World Economic Outlook zien, waarbij zowel structurele als conjuncturele zaken een rol spelen. Ten eerste keren de investeringsratio’s (investeringen ten opzichte van het BBP) naar verwachting niet snel terug op de niveaus van voor de crisis. Dit komt vooral doordat er minder opties zijn voor winstgevende investeringen vanwege onder meer het trage economische herstel. Dus is er minder vraag naar kapitaal. De littekens van de economische crisis zullen op deze vraag nog lang een negatief effect hebben. Ook schuldafbouw, in ieder geval van overheden in het Westen, zal de kredietvraag beperken. Ten tweede zullen de besparingen wereldwijd per saldo eerder toe- dan afnemen. De grootste bron van extra besparingen voorafgaand aan de financiële crisis –de toegenomen welvaart in opkomende economieën– zal ook de komende jaren nog bijdragen aan de mondiale besparingen, zij het in een iets lager tempo. Daarnaast leidt de toegenomen ongelijkheid van inkomens maar vooral van vermogens in het Westen tot een toename van de besparingen. De consumptiequote van hogere inkomens en vermogens ligt immers lager, waardoor er meer geld overblijft voor sparen en beleggen. De vergrijzing in de wereld leidt daarnaast tot iets minder besparingen. Per saldo is het echter waarschijnlijk dat de besparingen groter zullen zijn dan de vraag naar kapitaal. Dit resulteert in een lage reële rente.

Zeepbellen tegen stagnatie

Dit beeld van de wereldeconomie is in essentie vrij somber: weinig goede beleggingsmogelijkheden,  omdat er relatief weinig wordt geïnvesteerd. In zo’n situatie ontstaat het gevaar dat elke veelbelovende activiteit tot een zeepbel leidt. Er is immers te veel spaargeld en iedereen zoekt naar renderende beleggingen. In zo’n laagrentende omgeving kan dit niet anders dan door meer risico’s te nemen. Dit is wat ook Nederlandse pensioenfondsen sinds vorige week iets meer mogen. Rechtstreeks het gevolg van zo’n omgeving.

Een groot deel van de economische groei zal daardoor keer op keer zijn gebaseerd op nieuwe zeepbellen met geen of in ieder geval minder reële toegevoegde waarde eronder. Een zeepbeleconomie, seculaire stagnatie. Dat is dan het perspectief.

Publicatiedatum 08-04-2014